De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling met hun minderjarige kind van 11 jaar. De rechtbank had het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag afgewezen en een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind eens per drie weken een weekenddag bij de vader verblijft. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat ondanks enige verbetering de communicatie tussen ouders onvoldoende is om gezamenlijk gezag toe te kennen. De vader voert aan dat gezamenlijk gezag de communicatie en betrokkenheid ten goede zal komen, maar de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming wijzen op het risico dat het kind klem kan komen te zitten tussen de ouders. Het hof volgt dit oordeel en bekrachtigt het afwijzende gezagsbesluit.
Wat betreft de omgangsregeling constateert het hof dat de vader de huidige regeling niet volledig naleeft en dat de minderjarige het overnachten bij de vader geleidelijk wil opbouwen. Het hof stelt daarom een aangepaste omgangsregeling vast waarbij de minderjarige eerst twee keer een overnachting bij de vader heeft, waarna de regeling wordt uitgebreid tot een volledig weekend per drie weken, met duidelijke ophaal- en terugbrengafspraken.
De beslissing sluit aan bij het belang en de wensen van de minderjarige, waarbij stabiliteit en opbouw van de ouder-kindrelatie centraal staan. De beschikking van de rechtbank wordt op dit punt vernietigd en vervangen door de nieuwe omgangsregeling.