3.11Bij het appelvonnis heeft het appelscheidsgerecht het arbitraal vonnis vernietigd voor zover daarbij de vordering van Ferline uit hoofde van de aannemingsovereenkomst is afgewezen en zij is veroordeeld in de proceskosten. Het appelscheidsgerecht heeft - in zoverre opnieuw rechtdoende - voor recht verklaard dat Dusseldorp jegens Ferline toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de aannemingsovereenkomst en Dusseldorp veroordeeld tot betaling aan Ferline van een voorschot op schadevergoeding van
€ 375.374,36 en een voorschot van € 29.854,33 op kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Voor het overige heeft het appelscheidsgerecht bepaald dat de vervangende schadevergoeding en de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid alsmede buitengerechtelijke incassokosten, zullen worden opgemaakt bij staat en te vereffenen volgens de wet. Dusseldorp is veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. Het appelvonnis luidt voor zover in deze zaak van belang, als volgt:
“(…)
20. Naar het oordeel van appelarbiters heeft aanneemster onvoldoende gesteld en aangetoond dat de verzakkingen zijn veroorzaakt door een voor rekening van opdrachtgeefster komende ontwerpfout of door een door opdrachtgeefster voorgeschreven functioneel gebrekkige bouwstof. Appelarbiters overwegen daartoe het volgende.
21. Mede gezien hun waarnemingen ter plaatse achten appelarbiters aannemelijk dat, zoals opdrachtgeefster stelt, de fundatie van de containerterminal gebrekkig is. Appelarbiters hebben op het terrein wijdverspreide schades aan de verharding waargenomen, ook in zones waar minder intensief gebruik plaatsvindt of op hoge punten waar geen water blijft staan.
22. Verder volgt uit de door opdrachtgeefster overlegde druksterktemetingen van KOAC-NPC van 14 augustus 2013 en van Greenhouse van 23 november 2016 dat plaatselijk lagere druksterktes van de Powerbase zijn gemeten dan voorgeschreven in het ontwerp en zoals zijn gemeten bij oplevering. Aanneemster stelt, naar het oordeel van appelarbiters ten onrechte, dat haar contractuele verplichting zich beperkte tot het leveren van Powerbase 5 en Powerbase 10 met een vooraf overeengekomen druksterkte en dat zij aan deze verplichting heeft voldaan, omdat de druksterktes bij oplevering aantoonbaar zijn gehaald. In het van de contractstukken deel uitmakende verhardingsadvies van Via Aperta is een ontwerplevensduur van 20 jaar bepaald. Dit advies is een bijlage van het DO, dat tot de contractstukken behoort. Afgezien van de vraag of dit betekent dat aanneemster moet instaan voor een levensduur van twintig jaar, hoefde opdrachtgeefster redelijkerwijze niet te verwachten dat binnen zo een korte termijn na oplevering verzakkingen zouden optreden door het degraderen van de Powerbase.
23. De werking van een cementgebonden fundering (CTB-laag) is een complexe interactie tussen:
- de stijfheid en draagkracht van de van nature aanwezige ondergrond
- de conditie van de straatlaag (onder andere vlakheid en waterafvoer)
- de te verwachte dikte, sterkte en stijfheid van de aangebrachte CTB-funderingslaag (ontwerp
en dikte)
- de feitelijke kwaliteit.
24. Opdrachtgeefster heeft [bedrijf] opdracht gegeven het ontwerp van de containerterminal te maken. [bedrijf] heeft Via Aperta opdracht gegeven de engineering van de verhardingsconstructie te verzorgen.
25. De exacte oorzaak van de ondeugdelijke werking van de CTB-laag is niet duidelijk geworden. Aanneemster heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld, en ook is niet gebleken dat het ontwerp of de engineering aan de ontstane problemen hebben bijgedragen. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van de ondergrond en de conditie van de straatlaag. Aanneemster heeft volstaan met de blote stelling dat sprake is van een ontwerpfout door onvoldoende afschot en waterophoping en dat sprake is van zetting. Verder heeft aanneemster in randnummer 70 van haar memorie van antwoord in principaal appel/memorie van grieven in incidenteel appel uitdrukkelijk betwist da de namens opdrachtgeefster voorgeschreven Powerbase kan worden gezien als een gebrekkige bouwstof, zodat appelarbiters in deze procedure ervan uit dienen te gaan dat de Powerbase (functioneel) geschikt is.
26. Nu onvoldoende gesteld en ook niet gebleken is dat de Powerbase is bezweken door een aan opdrachtgeefster toerekenbare oorzaak, moet aanneemster daarvoor aansprakelijk worden gehouden.
(…)
42. Evenals arbiters in eerste aanleg zijn appelarbiters van oordeel dat het beroep van aanneemster op het exoneratiebeding in de aannemingsovereenkomst haar niet kan baten, nu hier geen sprake is van zettingen in de ondergrond maar van verzakking in de klinkerbestrating als gevolg van een gebrekkige fundatie met straatlaag, zoals opdrachtgeefster ook aanvoert. Zetting is wat anders dan verzakkingen door een gebrekkige funderingslaag. Het schadebeeld dat appelarbiters tijdens de bezichtiging hebben waargenomen, duidt niet op zetting, en onvoldoende gesteld en ook niet aangetoond is dat het type ondergrond tot de verzakkingen heeft geleid. Aanneemster heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan het voor opdrachtgeefster duidelijk moest zijn dat aanneemster met deze exoneratiebepaling de aansprakelijkheid voor alle verzakkingen wilde voorkomen, ongeacht de oorzaak.(…)
43. Aanneemster beroept zich daarnaast op de in de aannemingsovereenkomst opgenomen exoneratiebepaling, waarin staat dat aanneemster alleen aansprakelijk kan worden gesteld voor de kwaliteit van het uitgevoerde werk, en de aansprakelijkheid voor het ontwerp van het terrein inclusief de bijkomende berekeningen bij de ontwerpende partij ligt ( [bedrijf] ). Zoals in principaal appel is overwogen, is onvoldoende gesteld en ook niet gebleken dat de oorzaak van de verzakkingen is gelegen in het ontwerp.
(…)
47. Opnieuw rechtdoende zal de gevorderde verklaring voor recht worden afgegeven dat aanneemster jegens opdrachtgeefster toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen voortvloeiende uit de aannemingsovereenkomst.
48. Aanneemster wordt veroordeeld tot betaling van een vervangende schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
(…)
50. Het gevorderde voorschot van (bedoeld zal zijn:) € 375.374,86 op de vervangende schadevergoeding (wegens gemaakte voorlopige herstelkosten) en de gevorderde, reeds gemaakte kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid van € 29.854,33, zijn onvoldoende gemotiveerd weersproken en worden om die reden bij wijze van voorschot toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde - niet specifiek weersproken - wettelijke rente.
(…)”