ECLI:NL:GHAMS:2026:1469
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A.M. Vaessen
- A.M. van Amsterdam
- M.A.J.G. Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling met verlenging en afdrachtverplichting
Schuldenares kwam in hoger beroep tegen de tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling door de rechtbank. Zij had een groot deel van de overwaarde van haar woning aan haar kinderen betaald en zonder overleg een dure leaseauto afgesloten, wat volgens het hof haar schuldeisers benadeelde.
De schuldenares erkende tekortkomingen maar stelde dat beëindiging onevenredig zwaar was en dat zij de gevolgen kon compenseren door haar nieuwe baan en extra werk. De bewindvoerder adviseerde bekrachtiging van de beëindiging, maar vond het voorstel van verlenging onvoldoende concreet.
Het hof oordeelde dat de tekortkomingen een grond voor beëindiging vormden, maar gaf schuldenares een laatste kans door de regeling met 18 maanden te verlengen en een afdracht van €14.930 aan de boedel op te leggen. De verlenging loopt tot 1 november 2028, waarna wordt beoordeeld of schuldenares aan haar verplichtingen heeft voldaan en de schone lei kan worden verleend.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling wordt verlengd met 18 maanden en schuldenares moet €14.930 aan de boedel afdragen.