In deze zaak staat de ontruiming centraal van een derdelander die zonder recht verblijft in een opvanglocatie voor ontheemden uit Oekraïne. De Gemeente Bloemendaal vorderde ontruiming via een civiele procedure, nadat de derdelander bezwaar had gemaakt in een bestuursrechtelijke procedure. Het hof bevestigt dat de civiele rechter bevoegd is, omdat de Regeling opvang ontheemden Oekraïne geen bevoegdheid tot feitelijke ontruiming aan de Gemeente verleent.
De voorzieningenrechter had de vordering van de Gemeente toegewezen en de ontruiming bevolen. De appellant stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van zijn kinderen, die in de opvanglocatie zouden blijven wonen. Het hof oordeelt dat de belangen van de kinderen niet zodanig worden geraakt dat ontruiming moet worden achtergehouden, mede omdat de moeder de zorg voor de kinderen kan voortzetten en de kinderen de vader kunnen blijven zien.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor wat betreft de dwangsom en ontruimingstermijn en stelt een nieuwe termijn van twee dagen na betekening vast. De appellant wordt veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 7 mei 2026 om 9.00 uur, met een dwangsom van €250 per dag tot een maximum van €5.000. De kosten van het hoger beroep worden aan de appellant opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.