ECLI:NL:GHAMS:2026:1389
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats en zorgregeling kinderen na hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een rechtbankbeslissing over de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen, de voorlopige zorgregeling en het beheer van hun paspoorten. De vader verzocht onder meer om de hoofdverblijfplaats van het oudste kind bij hem te bepalen, een week-op-week-af zorgregeling in te stellen en de paspoorten bij hem in bewaring te geven.
De rechtbank had eerder bepaald dat beide kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben, dat de kinderen in een wisselende zorgregeling bij beide ouders verblijven en dat de paspoorten bij de moeder worden bewaard. De moeder stelde dat voor het inschakelen van een au pair beide kinderen op hetzelfde adres moeten staan ingeschreven, wat zij nodig heeft vanwege haar werk.
Het hof oordeelde dat de moeder voldoende heeft gemotiveerd dat de hoofdverblijfplaats bij haar moet blijven vanwege de noodzaak van au pair-ondersteuning en dat de vader niet afhankelijk is van een au pair. De huidige zorgregeling wordt als passend en stabiel beoordeeld, en het hof ziet geen aanleiding deze te wijzigen. De verzoeken van de vader tot wijziging van hoofdverblijfplaats, zorgregeling en paspoortbeheer worden afgewezen. Ook het verzoek tot schorsing van de beschikking en voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat het hof in deze hoofdzaak een eindbeslissing geeft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeslissing en wijst het hoger beroep en de verzoeken van de vader af.