ECLI:NL:GHAMS:2026:1386
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezags- en omgangsregeling minderjarige na beëindiging ondertoezichtstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland inzake het gezag en de omgangsregeling over zijn minderjarige dochter, geboren in 2017. De vader verzocht om gezamenlijk gezag, een uitgebreide informatie- en consultatieregeling, een zorgregeling, en een aangepaste omgangs-, feestdagen- en vakantieregeling inclusief videobelmomenten. De moeder stemde in met de bestreden beschikking.
De rechtbank had het gezag bij de moeder gelaten en een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader beperkte omgang heeft, met aanvullende afspraken over Vaderdag en informatievoorziening. De vader stelde dat hij sinds de eerdere beschikking stappen had gezet in zijn persoonlijke ontwikkeling en dat gezamenlijk gezag de wettelijke norm is, maar de moeder betoogde dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is en dat het risico bestaat dat het kind klem raakt.
Het hof overwoog dat het uitgangspunt gezamenlijk gezag is, maar dat dit alleen kan als ouders in staat zijn tot gezamenlijke gezagsuitoefening. Gezien de langdurige verstoorde communicatie en het ontbreken van verbetering ondanks hulpverlening, acht het hof gezamenlijk gezag niet verantwoord. Ook voor de informatie- en consultatieregeling en de omgangsregeling was geen relevante wijziging van omstandigheden gebleken. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees de verzoeken van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en aanpassing van de omgangsregeling af.