AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep handel in verdovende middelen met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op handel in verdovende middelen zoals neergelegd in artikel 2 onderPro B van de Opiumwet. Het hoger beroep werd behandeld door het gerechtshof Amsterdam, waarbij het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 juni 2023 werd aangevochten.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en het beslag, en deed in die onderdelen opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan de uitvoering werd voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een taakstraf van 160 uur opgelegd, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door 80 dagen hechtenis.
Verder verklaarde het hof de inbeslaggenomen telefoons en een geldbedrag van 385 euro verbeurd, terwijl een nep-horloge werd teruggegeven aan de verdachte. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor het overige. De toepassing van artikel 63 SrPro (voorwaardelijke straf) werd expliciet vermeld. De uitspraak werd gedaan door mr. J.W.P. van Heusden.
Uitkomst: Voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met proeftijd van 2 jaar en taakstraf van 160 uur opgelegd; beslag op telefoons en geld verbeurd verklaard.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-237564-22
parketnummer hoger beroep : 23-001952-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 15 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 juni 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en het beslag, en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: