Op 3 juli 2025 pleegde de verdachte een diefstal te Amsterdam. De politierechter veroordeelde hem hiervoor, maar het gerechtshof Amsterdam vernietigde dit vonnis bij arrest van 15 mei 2026. Het hof veroordeelde de verdachte opnieuw tot een taakstraf van 14 uren en 7 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Naast de taakstraf legde het hof bijzondere voorwaarden op gericht op zorg en begeleiding. De verdachte moet zich gedurende de proeftijd melden bij de reclassering, meewerken aan huisbezoeken en afspraken, en zich laten opnemen in een forensische verslavingskliniek voor maximaal een jaar. De behandeling richt zich op verslavingsproblematiek, eventuele andere problematiek en het voorkomen van recidive.
Na opname volgt ambulante forensische behandeling en mogelijk verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Verdachte moet meewerken aan schuldhulpverlening en controles op middelengebruik. De taakstraf wordt niet uitgevoerd tenzij de verdachte zich schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit of de bijzondere voorwaarden niet naleeft.
De gemachtigde van de verdachte deed ter zitting afstand van het recht om in cassatie te gaan. Het hof bepaalde dat de verdachte zich aan de huisregels en behandelvoorschriften moet houden en dat de reclassering toezicht houdt op naleving van de voorwaarden.