AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs met voorwaardelijke taakstraf
Op 18 januari 2024 werd verdachte betrapt op het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs te Lopik, een overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland veroordeelde verdachte aanvankelijk, maar het gerechtshof Amsterdam vernietigde dit vonnis bij hoger beroep op 15 mei 2026.
Het hof stelde vast dat de overtreding bewezen was en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 80 uur en 40 dagen hechtenis, voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van één jaar. Dit betekent dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij verdachte zich binnen de proeftijd aan een nieuw strafbaar feit schuldig maakt.
De advocaat-generaal deed ter terechtzitting afstand van het recht om in cassatie te gaan, waardoor het arrest onherroepelijk werd. Het hof baseerde zich op de toepasselijke artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, waaronder artikel 63 SrPro voor de voorwaardelijke strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur en 40 dagen hechtenis met een proeftijd van één jaar wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs.
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 15 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 12 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegd op 18 januari 2024 te Lopik.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. J.W.P. van Heusden, in bijzijn van mr. S.S.I. Jackson, griffier.
mr. J.W.P. van Heusden
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.