AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling bestuurder voor faillissementsfraude door buitensporig middelenverbruik en niet verstrekken inlichtingen
De verdachte was algemeen directeur en statutair bestuurder van [bedrijf 1] B.V. in de periode voorafgaand aan het faillissement van de vennootschap op 2 februari 2018. Hij maakte zich schuldig aan het doen van buitensporige en niet-zakelijke uitgaven ten laste van de vennootschap, waaronder het beëindigen van een leasecontract van een Mercedes en het aangaan van een duurdere lease voor een Porsche, het aangaan van huurovereenkomsten voor woningen die privé werden gebruikt, en het laten uitvoeren van privéopdrachten via een dochteronderneming waarvan hij zelf bestuurder was. Tevens onttrok hij zonder zakelijke reden geldbedragen aan de boedel, waardoor schuldeisers werden benadeeld.
Daarnaast heeft de verdachte niet voldaan aan zijn wettelijke inlichtingenplicht door gevraagde stukken niet aan de curator te verstrekken, wat de afwikkeling van het faillissement bemoeilijkte. De rechtbank veroordeelde hem eerder tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk en een ontzetting van 10 jaar. Het hof vernietigde dit vonnis en legde een gevangenisstraf van 8 maanden onvoorwaardelijk op, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en ontzette hem voor 5 jaar van het recht statutair bestuurder te zijn.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte wist van de slechte financiële situatie van de vennootschap en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat schuldeisers door zijn handelen in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld. Zijn eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten versterkte de strafoplegging. De verdachte verscheen niet in hoger beroep om zijn handelen toe te lichten en toonde geen inzicht in de ernst van zijn handelen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf en ontzetting van het recht statutair bestuurder te zijn voor 5 jaar wegens faillissementsfraude en het niet verstrekken van inlichtingen.
Voetnoten
1.Deze feiten en omstandigheden zijn ontleend aan de in de voetnoten opgenomen bewijsmiddelen. Bij de verwijzing naar de bewijsmiddelen uit het FIOD dossier met nummer 65295 gaat het om processen-verbaal, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (aangeduid met AMB, G of V), dan wel om geschriften (aangeduid met DOC). De geschriften zijn gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen. De aanduiding AMB heeft betrekking op ambtshandelingen, G op getuigenverklaringen en V op verklaringen van de verdachte.
2.DOC-004, p. 126.
3.DOC-01, p. 103 en DOC-022, p. 460.
4.DOC-004, bijlage bij melding faillissementsfraude, p. 132.
5.DOC-017, p. 365, alinea 7.
6.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] door de RC, p. 2 alinea 3.
7.V01-01, p. 91 bovenaan.
8.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] door de RC, p. 5 alinea 7.
9.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] door de RC, p. 3 alinea 6.
10.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 4] door de RC, p. 3 midden.
11.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 4] door de RC, p. 7 bovenaan.
12.Proces-verbaal van verhoor van [persoon 4] door de RC, p. 5 onderaan.
13.DOC-012, p. 271.
14.DOC-012, p. 276.
15.DOC-012, p. 278.
16.DOC-012, p. 274.
17.Aanvulling Algemeen Dossier, Proces-verbaal AD-01-02, bijlage 5.
18.G01-01, p. 68.
19.DOC-023, p. 499 en 503.
20.G04-01, p. 99 bovenaan.
21.DOC-022, p. 494.
22.DOC-08, p. 174.
23.DOC-023, p. 499 en 504.
24.DOC-04, p. 135.
25.DOC-08, p. 188.
26.DOC-010, p. 219.
27.DOC-010, p. 214.
28.DOC-02, p. 110.
29.DOC-04, p. 136.
30.DOC-010, p. 233.
31.DOC-010, p. 233.
32.DOC-010, p. 243.
33.DOC-04, p. 136.
34.G04-01, p. 99 midden.
35.DOC-010, p. 214.
36.DOC-011, p. 256 en p. 260.
37.DOC-011, p. 266 en 267.
38.G04-01, p. 97 onderaan.
39.DOC-022, p. 470.
40.DOC-07, p. 154.
41.DOC-022, p. 465.
42.DOC-07, p. 156.
43.G04-01, p. 99 en 100.
44.DOC-07, p. 157.
45.DOC-04, p. 135 en p. 191, 194, 197, 200, 201 en 203
46.DOC-04, p. 135.
47.DOC-04, p. 135 en p. 212
48.G04-01, p. 97 midden.
49.DOC-019, p. 383 en 384.
50.DOC-027, p. 663.