Betrokkene verzocht om opheffing van de curatele die in februari 2022 was ingesteld vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand en de invloed van zijn ex-partner, die betrokken was bij drugshandel en prostitutie vanuit zijn woning. Betrokkene stelde dat de omstandigheden verbeterd zijn, hij geen schulden meer heeft en dat de curatele onnodig en disproportioneel is. Hij verzocht subsidiair om omzetting van de curatele in bewind.
De curator betoogde dat de curatele noodzakelijk blijft omdat betrokkene nog steeds kwetsbaar is voor de invloed van zijn ex-partner, die nog contact zoekt en druk uitoefent. De curator wees op het risico van financieel misbruik en de eerdere problematische situatie met inschrijving van de ex-partner op het adres van betrokkene.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van schulden en de afwezigheid van de ex-partner in Nederland, de kwetsbaarheid en beïnvloeding van betrokkene nog steeds aanwezig zijn. De lichtere maatregel van bewind biedt onvoldoende bescherming. Het contact tussen betrokkene en de curator verloopt goed, maar betrokkene is niet in staat zijn belangen zelfstandig behoorlijk waar te nemen. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek tot opheffing afgewezen.