Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek en de standpunten daarover
3.De beoordeling
- Op verzoek van DNB heeft de rechtbank Amsterdam bij beschikking van 15 mei 2017 - kort gezegd - bepaald dat alle aandelen in Conservatrix worden overgedragen aan Trier tegen betaling van € 1,-. Het door CG ingestelde cassatieberoep tegen deze beschikking is door de Hoge Raad verworpen bij beschikking van 17 mei 2019.
- In een daarop volgende procedure bij de OK (met zaaknummer 200.218.242/01) op grond van artikel 3:159ab Wet Financieel Toezicht (oud) heeft CG de OK verzocht een aanvullende schadeloosstelling vast te stellen omdat volgens haar de waarde van de aandelen in Conservatrix op 15 mei 2017 aanzienlijk hoger was dan de door Trier betaalde prijs van € 1,- (hierna ook: de schadeloosstellingsprocedure).
- Bij beschikking van 24 augustus 2021 heeft de OK in de schadeloosstellingsprocedure overwogen dat zij een deskundigenonderzoek zal gelasten ter beantwoording van de vraag naar de waarde van de aandelen in Conservatrix per 15 mei 2017. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de te benoemen deskundigen en de aan deze deskundigen te stellen vragen.
- Bij beschikking van 20 december 2024 heeft de OK in de schadeloosstellingsprocedure deskundigen benoemd en hen verzocht een plan van aanpak en een begroting op te stellen. Mr. De Jongh maakte deel uit van de combinatie die deze beschikking heeft gegeven.
- Op 14 mei 2025 heeft de OK in de schadeloosstellingsprocedure aan (onder andere) CG een e-mailbericht van 12 mei 2025 doorgestuurd, waaruit volgde dat één van de deskundigen diende te worden vervangen en waarin een nieuwe deskundige werd voorgesteld.
- Bij brief van 20 mei 2025 in de schadeloosstellingsprocedure heeft CG bezwaar gemaakt tegen benoeming van de nieuwe deskundige.
- Daarnaast heeft CG bij verzoekschrift van diezelfde datum de OK verzocht de beschikkingen van de OK van 24 augustus 2021 en 20 december 2024 te herroepen, althans terug te komen op een aantal bindende eindbeslissingen in die beschikkingen en het deskundigenonderzoek met directe ingang aan te houden. Tevens is verzocht de Staat te bevelen een aantal stukken aan CG over te leggen.
- CG heeft op 20 mei 2025 tevens bij de rechtbank Amsterdam een verzoekschrift ingediend strekkende tot herroeping van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2017 en daarbij overlegging van dezelfde stukken ex. artikel 195 Rv Pro verzocht.
- Bij beschikking van 4 juni 2025 (in de zaak met zaaknummer 200.218.242/01) heeft de OK in de schadeloosstellingsprocedure de bezwaren tegen de deskundige afgewezen, het voorschot op de kosten van het onderzoek door deskundigen bepaald en bepaald dat de Staat en CG ieder voor de helft het voorschot zullen dragen. Het verzoek van CG om aanhouding heeft de OK afgewezen. Daartoe heeft de OK overwogen dat de procedure bij de OK in de kern alleen de vraag betreft of de Staat aan CG een aanvullende schadeloosstelling dient te betalen en dat de OK in het kader van deze procedure vooralsnog heeft uit te gaan van de juistheid van de beschikking van de rechtbank van 15 mei 2017. Mr. De Jongh maakte deel uit van de combinatie die deze beschikking heeft gegeven.
- Bij beschikking van 31 juli 2025 (met zaaknummers 200.218.242/01 en 200.218.242/02) heeft de OK het verzoek tot herroeping van CG afgewezen. Daarbij heeft de OK (onder andere) overwogen dat niet aannemelijk is dat de rechtbank Amsterdam tot een andere beslissing zou zijn gekomen als daarbij was meegewogen dat de door Trier op grond van het overdrachtsplan te verschaffen kapitaalversterking van Conservatrix om tot een solvabiliteitsratio van 135% te komen (deels) bestond uit de met CBL gesloten Herverzekering. Ook de overige verzoeken van CG zijn afgewezen, waaronder verzoeken om terug te komen op (bindende eind)beslissingen in de beschikkingen van 24 augustus 2021, 20 december 2024 of 4 juni 2025.
- CG heeft de OK in de schadeloosstellingsprocedure begin september 2025 meegedeeld niet tot betaling van het voorschot over te gaan. Daarop heeft de OK bij e-mail van 8 september 2025 aan partijen meegedeeld dat zij over het verdere verloop (in de zaak met zaaknummer 200.218.242/01) bij beschikking zal beslissen. De uitspraak is vervolgens een aantal malen aangehouden.
- Bij beschikking van 5 februari 2026 heeft de rechtbank Amsterdam CG niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om herroeping. Daarbij heeft de rechtbank echter, buiten de dragende overwegingen die leiden tot niet-ontvankelijkverklaring, geoordeeld dat inderdaad sprake is van “bedrog in het geding gepleegd” als bedoeld in artikel 382 onder Pro a Rv, kort gezegd omdat de herverzekering (naast kapitaalstorting) als onderdeel van het bereiken van de benodigde solvabiliteit door Conservatrix door DNB buiten de procedure is gehouden. Daardoor heeft geen volwaardig debat kunnen plaatsvinden over de vraag of minder vergaande maatregelen (alternatieven) mogelijk waren geweest om Conservatrix te ‘redden’. DNB heeft bij beroepschrift van 18 februari 2026 hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking.
- De beschikking van 5 februari 2026 heeft geleid tot Kamervragen.
- In het Financieel Dagblad van 6 februari 2026 is een artikel opgenomen met de titel ‘
- Op of omstreeks 7 februari 2026 heeft prof. [naam 4] (hierna: [naam 4] ) op zijn LinkedIn pagina (onder andere) de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2026 besproken onder de kop ´
- Op of omstreeks 7 of 8 februari 2026 heeft mr. De Jongh onder deze post op LinkedIn het volgende geschreven:
- Op 9 februari 2026 heeft CG de beschikking van de rechtbank Amsterdam aan de OK toegezonden. Daarbij heeft CG verzocht zich in de schadeloosstellingsprocedure te mogen uitlaten over deze nieuwe ontwikkeling alvorens de OK (eind)uitspraak zou doen.
- De secretaris van de OK heeft CG bij e-mail van 18 februari 2026 namens de OK meegedeeld dat de OK geen aanleiding zag om partijen in de bij de OK lopende procedure in de gelegenheid te stellen zich (bij akte of regiezitting) uit te laten over de voortzetting van de procedure.
- De (eind)uitspraak in de schadeloosstellingsprocedure (in de zaak met zaaknummer 200.218.242/01) is daarna wederom aangehouden, laatstelijk tot 14 mei 2026.
De Ondernemingskamer wees eerder een herroepingsverzoek in Conservatrix af. […]” met een link naar de beschikking van de OK van 31 juli 2025, heeft gemengd in het publieke debat over een zaak, waarin nog door een zittingscombinatie van de OK waarvan mr. De Jongh deel uitmaakt, (verder) beslist moet worden. Het betreft dan de schadeloosstellingsprocedure, waarin Conservatrix partij is.
“De Ondernemingskamer wees eerder een herroepingsverzoek in Conservatrix af. Oordeel zelf”,slechts de rechtspraktijk heeft willen wijzen op het verschil tussen de uitspraken van de OK en de rechtbank en heeft uitgenodigd tot inhoudelijke kritiek op rechtbank én OK. Volgens mr. De Jongh nam hij dus niet deel aan het debat, maar nodigde hij slechts uit tot debat.
“ Mr. De Jongh meent overigens dat het feit dat hij op LinkedIn heeft verwezen naar een herroepingsbeschikking van de Ondernemingskamer evenmin afbreuk doet aan zijn rechterlijke onpartijdigheid. Dat bericht behelsde immers niet meer dan een neutrale verwijzing naar een uitspraak in een op zichzelf staande procedure waarbij hij niet betrokken was. Mr. De Jongh geeft regelmatig voorlichting over rechtspraak van de Ondernemingskamer, onder meer in vakpublicaties, cursussen, hoorcolleges, op congressen en op social media. Dat is hier niet anders.”Uit niets blijkt dat deze e-mail van de hand van mr. Vink is geweest dan wel dat daarin het standpunt van mr. Vink wordt weergegeven.