Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1352

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
200.335.860/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:353 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake neerlegging onderzoeksverslag in enquêterechtzaak over beleid en gang van zaken van besloten vennootschappen

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschappen [Beheer] en G. [vennootschap]. De onderzoeker, mr. A.H.J. Saes, heeft het onderzoeksverslag met bijlagen op 9 april 2026 aan de Ondernemingskamer gestuurd.

Op 10 april 2026 heeft de Ondernemingskamer het verslag met bijlagen ter griffie neergelegd en besloten dat dit verslag ter inzage ligt voor belanghebbenden, conform artikel 2:353 lid 2 BW Pro. Dit besluit is genomen gelet op de inhoud van het verslag en de betrokken belangen in de zaak.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat belanghebbenden direct toegang hebben tot het onderzoeksverslag. Het geding kent een lange voorgeschiedenis met eerdere beschikkingen vanaf mei 2024, waarin het onderzoek werd bevolen en de kosten werden vastgesteld op maximaal €115.000 exclusief omzetbelasting.

De Ondernemingskamer heeft hiermee uitvoering gegeven aan haar toezichthoudende taak binnen het enquêterecht, gericht op transparantie en het waarborgen van de belangen van aandeelhouders en andere belanghebbenden in de vennootschappen.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag ligt ter inzage voor belanghebbenden en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.335.860/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 april 2026
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Beheer],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G. [vennootschap],
beide gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: voorheen
mr. M.P.H. Sandersen
mr. R.M. de Rooij, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans
mr. J.M. Blanco Fernández,kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Beheer],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G. [vennootschap],
beide gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[broer A Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2.
[broer A],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. J.G.M. de Koningen
mr. J.G. Uijttenhove-Kuitert, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[broer B Holding],
gevestigd te [plaats] ,
2.
[broer B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeksters/verweersters afzonderlijk als Beheer respectievelijk de Vennootschap en gezamenlijk als de Vennootschap c.s.;
  • [broer A Holding] als [broer A Holding] ;
  • [broer A] als [broer A] ;
  • [broer A Holding] en [broer A] gezamenlijk als [broer A] c.s.;
  • [broer B Holding] als [broer B Holding] ;
  • [broer B] als [broer B] ;
  • [broer B Holding] en [broer B] gezamenlijk als [broer B] c.s.

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 2 en 6 mei 2024, 2 september 2024, 4 oktober 2024 en 8, 14 mei en 22 mei 2025.
1.2
Voor zover thans van belang heeft de Ondernemingskamer bij deze een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschap c.s., mr. A.H.J. Saes te Amsterdam benoemd ten einde dit onderzoek te verrichten (hierna: de onderzoeker) en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten uiteindelijk vastgesteld op € 115.000, exclusief de verschuldigde omzetbelasting.
1.3
Op 9 april 2026 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 2 mei 2024 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [Beheer] en G. [vennootschap] ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA, drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 10 april 2026.