AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep taakstraf en gevangenisstraf wegens eenvoudige mishandeling en huiselijk geweld
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 30 september 2025. De verdachte werd verdacht van eenvoudige mishandeling en huiselijk geweld, waarbij het hof het vonnis vernietigde voor wat betreft de straf en strafmotivering en in zoverre opnieuw recht deed.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van één dag, waarbij de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht. Daarnaast werd een taakstraf van zestig uur opgelegd, die bij niet-nakoming kan worden vervangen door dertig dagen hechtenis. De taakstraf is deels voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij uitvoering wordt opgeschort tenzij de verdachte zich binnen die periode schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit.
De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter werden bevestigd. De zaak betrof toepassing van onder meer artikel 300 vanPro het Wetboek van Strafrecht, dat betrekking heeft op huiselijk geweld. De uitspraak werd gewezen door mr. M.L.M. van der Voet, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 dag gevangenisstraf en 60 uur taakstraf, deels voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-206056-25
parketnummer hoger beroep : 23-002341-25
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 mei 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 september 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]
adres: [adres] .
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 1 (één) dag.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. M.L.M. van der Voet, in bijzijn van mr. L.A.H. van Wieren, griffier.