ECLI:NL:GHAMS:2026:121
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof belast ouders gezamenlijk met gezag over hun dochter in belang van het kind
De zaak betreft het gezag over een vierjarig meisje, waarbij de vader in hoger beroep gaat tegen de rechtbank die het verzoek tot gezamenlijk gezag had afgewezen. De moeder oefent momenteel het eenhoofdig gezag uit. Het hof oordeelt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat het ontbreken van goede communicatie niet automatisch betekent dat het gezag aan één ouder moet worden toegekend.
De ouders hebben een complexe geschiedenis met relatieproblemen, cultuurverschillen en ernstige communicatieproblemen. De moeder heeft angst voor de vader en weigert contact, wat de situatie bemoeilijkt. De ondertoezichtstelling van het kind duurt sinds januari 2023 voort en is verlengd tot juli 2026. De omgang tussen vader en kind is de afgelopen tijd uitgebreid en verloopt goed.
De betrokken hulpverleningsinstanties, waaronder de GI, Akwaaba Zorg en de Raad voor de Kinderbescherming, onderschrijven het belang van gezamenlijk gezag en benadrukken dat de moeder zich moet inzetten voor haar persoonlijke hulpverlening om de situatie te verbeteren. Het hof concludeert dat gezamenlijk gezag het beste recht doet aan het belang van het kind en dat de moeder geen betere positie heeft om het gezag alleen uit te oefenen. Het vonnis vernietigt de eerdere beschikking en belast de ouders gezamenlijk met het gezag.
Uitkomst: Het hof belast de ouders gezamenlijk met het gezag over hun dochter en vernietigt de beschikking van de rechtbank.