ECLI:NL:GHAMS:2026:1198
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak wegens ontbreken grieven
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 november 2025. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 17 april 2026 heeft het hof vastgesteld dat door of namens de verdachte geen schriftuur met grieven is ingediend, noch zijn mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Het hof heeft tevens geen ander rechtens te respecteren belang kunnen vaststellen dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 mei 2026. De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.