ECLI:NL:GHAMS:2026:119
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- J.M. van Baardewijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling van minderjarigen in het kader van gezagskwesties en ontwikkelingsbedreigingen
In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, gaat het om de verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen, geboren in 2014, 2016 en 2019. De kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland had eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 26 juni 2026, maar de vader van de kinderen is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep aangetekend. Hij verzoekt om afwijzing van het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling, of in ieder geval om een kortere verlenging. De GI is van mening dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft vanwege de problematiek van de kinderen en de ouders.
Tijdens de zitting in hoger beroep op 26 november 2025 zijn de vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig, terwijl de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming niet verschijnen. De vader stelt dat de kinderen zich goed ontwikkelen in zijn zorg en dat de hulpverlening te intensief is. De GI daarentegen wijst op de blijvende zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en de problematiek van de ouders.
Het hof concludeert dat ten tijde van de bestreden beschikking sprake was van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen, maar dat er in de afgelopen maanden positieve ontwikkelingen zijn geweest. Het hof besluit de beschikking gedeeltelijk te bekrachtigen en gedeeltelijk te vernietigen, waarbij de ondertoezichtstelling voor de periode van 1 februari 2026 tot 26 juni 2026 wordt afgewezen. Het hof benadrukt het belang van stabiliteit voor de kinderen en dat zowel de vader als de moeder achter de huidige zorgverdeling staan.