Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- een verweerschrift in hoger beroep, tevens beroepschrift in incidenteel hoger beroep, met producties, van de zijde van [geïntimeerde] ;
- een verweerschrift in incidenteel hoger beroep, met producties, van de zijde van InterXion; en
- een aanvullende productie van de zijde van [geïntimeerde] .
3.Feiten
and I had an interview with [geïntimeerde] and attached you can find:
[geïntimeerde] no longer able to work with [naam 2][ [naam 2] , hof]”. In deze email staat, voor zover van belang:
I kindly asked her about the fact why she doesn’t respond to my mails and as a result her attitude changed instantly, starts crying and blaming me for pressuring her. Out of the blue, she even got verbal aggressive to me in such a way that [naam 1] had to step in and admonished her that there is no reason for this aggressive behavior, and it cannot be tolerated. Today I received a mail from [naam 2][ [naam 2] , hof]
that I perceive derogatory in the way she responds to me.
I’m now in 3rd week of stress due to the situation and find it more and more difficult to handle, impacting my health”.
further progress depends on resolving the work relations” en dat het belangrijk is dat partijen met elkaar in gesprek gaan.
Your employee has been absent due to medically objective complaints caused by work-related factors, with appropriate interventions started.- Your employee has been absent due to a decrease in capacity resulting from disrupted work relationships.- Further progress depends on resolving the work relationship- I recommend following the STECR procedure in its completeness- After the work-related factors are resolved, it is again possible to talk about reintegration possibilities.
(…) I can confirm for you that the Company has hired a trainer for [geïntimeerde] , this is not a “coaching” situation, so Mr. [geïntimeerde] should not expect any confidential relationship between himself and the trainer. This process is critical to ensure a safe working environment for our staff and will ensure that Mr. [geïntimeerde] can return to work without further delay.
4.Procedure in eerste aanleg
- een transitievergoeding van € 27.736,24 bruto;
- een gefixeerde schadevergoeding; en
- een billijke vergoeding van € 500.000,- bruto.
5.Procedure in hoger beroep
drie grieven, die ertoe strekken dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen. InterXion verzoekt primair te bepalen dat het gegeven ontslag op staande voet van [geïntimeerde] rechtsgeldig is gegeven en [geïntimeerde] te veroordelen tot het terugbetalen van de op grond van de bestreden beschikking gedane betalingen, te weten (i) de billijke vergoeding van € 250.000,- bruto, (ii) de transitievergoeding van € 27.736,24 bruto, en (iii) de gefixeerde schadevergoeding van € 24.828,98 bruto. InterXion verzoekt subsidiair:
- te bepalen dat [geïntimeerde] geen aanspraak maakt op een billijke vergoeding, althans dat deze op nihil of een lager bedrag wordt gesteld;
- te bepalen dat de toegewezen transitievergoeding alsnog wordt afgewezen; en
- [geïntimeerde] te veroordelen tot terugbetaling van de op grond van de bestreden beschikking gedane betalingen, althans een deel daarvan.
6.Beoordeling
grief 1 in principaal hoger beroepbetoogt InterXion dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de instructie aan [geïntimeerde] om de training over discriminatie, intimidatie en een veilige werkomgeving te volgen niet redelijk was, en dat het ontslag op staande voet daarom onterecht is gegeven. De kern van haar betoog is dat zij naar aanleiding van de meldingen over het gedrag van [geïntimeerde] moest ingrijpen om de veiligheid op de werkvloer, en meer in het bijzonder de belangen van klaagster als werknemer, te waarborgen, temeer nu er al twee eerdere klachten over [geïntimeerde] waren gedaan. De instructie tot het volgen van een training over discriminatie, intimidatie en een veilige werkomgeving betreft in de kern een instructie ter bevordering van de goede orde in de onderneming, zoals bedoeld in artikel 7:660 BW Pro. Deze instructie is volgens InterXion redelijk, proportioneel en noodzakelijk, en dient een legitiem doel. Het betreft bovendien een training die jaarlijks verplicht is voor alle werknemers. Zij heeft als werkgever het recht dergelijke voorschriften te geven en [geïntimeerde] is verplicht zich hieraan te houden, aldus InterXion. Daarnaast achtte de bedrijfsarts [geïntimeerde] niet langer arbeidsongeschikt en had hij geoordeeld dat er geen medische belemmeringen waren voor [geïntimeerde] om te werken of anderszins in gesprek te gaan met InterXion. Door deze redelijke instructie van InterXion herhaaldelijk en zonder goede reden te weigeren en het daarbij vertoonde gedrag, heeft [geïntimeerde] zijn eigen werkhervatting onmogelijk gemaakt en heeft hij InterXion een dringende reden gegeven voor zijn ontslag, aldus nog steeds InterXion.
Other evidence gathered during the course of investigation has also confirmed both the statements and the Company’s determination that the statements were not in line with the professional conduct expectations for your role.”. Onduidelijk is gebleven waaruit dat andere bewijs bestaat. Het hof overweegt verder dat ook uit de interne email van [naam 3] van 28 maart 2024 volgt dat het onderzoek de nodige zorgvuldigheid mist (zie 3.5). Hierin staat namelijk: “
(…) while the stories are contradicting each other and the few witnesses do not confirm the events, there is enough evidence of harassment (…).”. De conclusie dat er voldoende bewijs van intimidatie is, staat haaks op het feit dat de verhalen tegenstrijdig zijn en de weinige getuigen de gebeurtenissen niet bevestigen en is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te volgen. Dat er getuigen waren strookt niet met de mededeling ter zitting dat het onderzoek enkel bestond uit de gesprekken met [geïntimeerde] en [naam 2] .
“You will be required to complete a series of training sessions on discrimination / harassment / and a safe work environment. HR will share the exact details of what is expected with you in the form of a formal performance improvement process (…)”.Ter zitting bij de kantonrechter heeft InterXion bovendien toegelicht dat deze training op een andere wijze zou worden gegeven dan de algemene training die voor alle werknemers verplicht is, waarbij het van [geïntimeerde] zou afhangen hoeveel sessies nodig waren. InterXion heeft ook ter zitting in hoger beroep desgevraagd toegelicht dat de reguliere training over deze onderwerpen voor alle werknemers bestond uit een eenmalige webmodule, terwijl vaststaat dat de aan [geïntimeerde] opgelegde training bestond uit een op hem toegespitste serie éénopéén trainingen onder begeleiding van trainer. InterXion heeft nog aangevoerd dat over [geïntimeerde] in 2023 al eerder vergelijkbare meldingen zijn binnengekomen bij HR, maar [geïntimeerde] heeft dit betwist en InterXion heeft haar stelling ter zake niet nader onderbouwd. Uit de stukken blijkt in ieder geval niet dat InterXion in die melding(en) aanleiding zag [geïntimeerde] op zijn gedrag aan te spreken. Ook als ervan zou worden uitgegaan dat eerder een vergelijkbare melding was gedaan, maakt dat het oordeel van het hof dat de training niet als redelijke instructie kan worden aangemerkt daarom niet anders.
grief 2 in principaal hoger beroepbestrijdt InterXion nog de hoogte van de toegekende billijke vergoeding van € 250.000,- bruto. Ook [geïntimeerde] komt met
grief 1 in incidenteel hoger beroepop tegen de hoogte van de toegekende billijke vergoeding, in die zin dat hij aanspraak maakt op een hoger bedrag van € 500.000,- bruto.
grief 3 in principaal hoger beroepbetoogt InterXion dat de transitievergoeding ten onrechte is toegekend omdat [geïntimeerde] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Deze grief faalt. Ernstig verwijtbaar handelen van de zijde van [geïntimeerde] is niet aanwezig, zodat InterXion aan hem een transitievergoeding is verschuldigd.
grief 2 in incidenteel hoger beroep, ten slotte, dat de kantonrechter de transitievergoeding ten onrechte heeft vastgesteld op € 27.736,24 bruto in plaats van € 28.470,89 bruto. InterXion stelt dat de grief van [geïntimeerde] niet kan slagen, omdat de kantonrechter in eerste aanleg heeft toegewezen wat [geïntimeerde] heeft verzocht en hij zonder formele eiswijziging in hoger beroep geen hogere transitievergoeding kan verzoeken.