Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1118

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.357.609/01 en 200.363.866/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:377a BWArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking over gezag en zorgregeling minderjarige na scheiding ouders

Deze civiele zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen beslissingen van de rechtbank over het gezamenlijk gezag en de zorg- en omgangsregeling voor haar vijfjarige kind, [minderjarige]. De moeder wenst eenhoofdig gezag en een beperktere zorgregeling voor de vader, terwijl de vader instemt met gezamenlijk gezag en een uitbreiding van zijn zorgdagen.

De rechtbank had het gezamenlijk gezag vastgesteld en een zorgregeling bepaald waarbij de vader zorg draagt op woensdagmiddag en in het weekend, met een verdeling van vakanties en feestdagen. De moeder verzet zich tegen deze beslissingen en verzoekt onder meer om vastlegging van omgangsnormen en strikte regels over identiteitsbewijzen en reizen naar Chili.

Het hof overweegt dat het belang van het kind centraal staat en verwijst de ouders naar het uniform hulpaanbod vanwege de gespannen relatie en de negatieve impact op het kind. Het hof besluit de zorgregeling tijdelijk aan te vullen met een overnachting bij de vader op woensdagavond om reistijd en onrust te verminderen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot na de hulpverlening, met uitzondering van deze tijdelijke maatregel die direct uitvoerbaar is verklaard.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bepaalt een tijdelijke aanvulling van de zorgregeling met een overnachting bij de vader op woensdagavond, met aanhouding van verdere beslissingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummers: 200.357.609/01 en 200.363.866/01
zaaknummer rechtbank: C/15/359053 / FA RK 24-5838
beschikking van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Oegstgeest,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats B] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. O. Asscher te Amsterdam.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- [minderjarige ] (hierna: [minderjarige ] ).
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna: de raad.

1.De zaken in het kort

In deze zaken gaat het over het gezag en de omgang van de vader met de nu vijfjarige [minderjarige ] . De rechtbank heeft bepaald dat de ouders gezamenlijk gezag hebben over [minderjarige ] , een zorgregeling en vakantieverdeling vastgelegd en over andere punten waarover de ouders van mening verschilden beslissingen genomen, zoals over vakantie en de afgifte van het paspoort van [minderjarige ] .
De moeder is het met die beslissingen niet eens en wil het eenhoofdig gezag over [minderjarige ] . Daarnaast wil zij een beperktere zorgregeling voor de vader, dat er normen worden vastgelegd over hoe de ouders met elkaar voor [minderjarige ] zullen zorgen en dat er regels over identiteitsbewijzen en vakantiereizen worden bepaald. De vader is het grotendeels met de beslissingen van de rechtbank eens, maar wil wel een uitbreiding van de dagen waarop hij voor [minderjarige ] zorgt.

2.De procedures in hoger beroep

In de zaak met zaaknummer 200.357.609/01 (gezag)
2.1
De moeder is op 31 juli 2025 in hoger beroep gekomen van de tussenbeschikking van 1 mei 2025 (hierna: de bestreden beschikking van 1 mei 2025) van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank).
2.2
De vader heeft op 20 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
2.3
Bij het hof is nadien het volgende stuk ingekomen:
- bericht van de zijde van de moeder van 30 januari 2026 met bijlagen.
In de zaak met zaaknummer 200.363.866/01 (omgang en andere onderwerpen)
2.4
De moeder is op 2 januari 2026 in hoger beroep gekomen van de eindbeschikking van 2 oktober 2025 (hierna: de bestreden beschikking van 2 oktober 2025) van de rechtbank.
2.5
De vader heeft op 12 februari 2026 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.
2.6
Bij het hof zijn verder de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de zijde van de moeder van 10 februari 2026 met bijlagen;
- een bericht van de zijde van de moeder van 17 februari 2026 met bijlagen;
- een bericht van de zijde van de moeder van 18 februari 2026, (dit betreft het op verzoek van het hof nagezonden proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank op 11 september 2025).
In beide zaken
2.7
Beide zaken zijn op de zitting van 18 februari 2026 tezamen behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door M. Eijpe.
De advocaat van de moeder heeft op de zitting een pleitnotitie overgelegd.
2.8
Het hof heeft na afloop van de zitting in hoger beroep de ouders doorverwezen naar het uniform hulpaanbod.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige ] , geboren [in] 2020 te [plaats C] .
De ouders hebben tot maart 2024 een relatie met elkaar gehad. De vader heeft [minderjarige ] erkend. De moeder had tot de bestreden beschikking van 1 mei 2025 van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige ] . [minderjarige ] woont bij de moeder.
3.2
De vader heeft de Chileense nationaliteit, de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en [minderjarige ] heeft zowel de Nederlandse als de Chileense nationaliteit.
3.3
In de in zoverre niet bestreden beschikking van 2 oktober 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor de aanmelding van [minderjarige ] voor zwemles, logopedie en het traject Piep zei de muis.

4.De omvang van het hoger beroep

In de zaak met zaaknummer 200.357.609/01 (gezag)
4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking van 1 mei 2025, voor zover hier van belang, bepaald dat de ouders gezamenlijk worden belast met het gezag over [minderjarige ] . De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2
De moeder verzoekt, met vernietiging van die bestreden beschikking in zoverre, opnieuw rechtdoende het verzoek van de vader om hem gezamenlijk met de moeder met het gezag te belasten, alsnog af te wijzen.
4.3
De vader verzoekt het hoger beroep van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
In de zaak met zaaknummer 200.363.866/01 (omgang en andere onderwerpen)
4.4
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking van 2 oktober 2025, uitvoerbaar bij voorraad en voor zover hier van belang,
- bepaald dat de verklaring ouderlijke toestemming van de moeder voor het reizen naar en het verblijven in Chili ten behoeve van [minderjarige ] wordt vervangen door de toestemming van de kinderrechter voor de duur van de kerstvakantie, in de oneven jaren, voor het eerst met ingang van Kerst 2025;
- bepaald dat de moeder het paspoort van [minderjarige ] uiterlijk tien dagen voor de reis naar Chili aan de vader moet afgeven;
- de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vakanties en feestdagen als volgt vastgesteld:
[minderjarige ] verblijft bij de vader:
- de ene week woensdagmiddag, waarbij de vader [minderjarige ] vanuit school ophaalt en voor het avondeten terugbrengt bij de moeder;
- de andere week van donderdag tot zondag, waarbij de vader [minderjarige ] op donderdag vanuit school ophaalt en op zondag om 17.00 uur/18.00 uur (afhankelijk van of [minderjarige ] bij de vader eet) terugbrengt bij de moeder;
waarbij de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte tussen partijen worden verdeeld;
- bepaald dat de moeder uiterlijk zeven dagen voor de kerstvakantie 2025 het paspoort van [minderjarige ] aan de vader afgeeft.
Het verzoek van de moeder om te bepalen dat beide ouders aanwezig mogen zijn bij schoolactiviteiten en de andersluidende verzoeken van de ouders over de zorgregeling zijn afgewezen.
4.5
De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, opnieuw rechtdoende te bepalen dat:
- de zorgregeling, zoals in eerste aanleg verzocht door de moeder, alsnog wordt toegewezen, zijnde dat [minderjarige ] bij de vader verblijft op woensdag van 12.00 uur uit school, op vrijdag van 15.00 uit school en op zondag van 07.00 of 08.00 uur, telkens tot 17.00 uur (als [minderjarige ] niet bij de vader eet) of tot 18.00 uur (als [minderjarige ] wel bij de vader eet);
- de omgangsnormen, reactietermijnen, informatieplicht en wijze van communiceren, zoals omschreven in het lichaam van het hoger beroepschrift, worden opgenomen in de beslissing. Voor zover het hof onvoldoende reden dan wel mogelijkheden ziet om dit in een beslissing te gieten, verzoekt de moeder in ieder geval om duidelijke overwegingen hieromtrent;
- te bepalen dat de identiteitsbewijzen van [minderjarige ] in het beheer van de moeder zullen zijn en enkel voor de duur van een voorafgaande, toegestemde vakantiereis aan de vader worden overhandigd, met de bepaling dat de vader het reisdocument direct na de terugkeer van [minderjarige ] afgeeft aan de moeder;
- voor zover rechtens mogelijk te bepalen dat de vader inspanning zal verrichten om de moeder als gezaghebbende ouder te laten registreren in Chili;
- de vakantiereizenregeling naar Chili wordt aangepast, in die zin dat reizen buiten Nederland telkens expliciete en schriftelijke toestemming behoeven van de moeder, dan wel de rechter. Deze reizen kunnen enkel geschieden onder strikte waarborgen (in lijn met de bepalingen als opgenomen in het kort geding dat partijen hebben gevoerd);
- te bepalen dat de moeder bij school, schoolse en buitenschoolse activiteiten aanwezig mag zijn en de vader deze aanwezigheid niet mag blokkeren,
althans zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van [minderjarige ] noodzakelijk acht.
4.6
De vader verzoekt het hoger beroep van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
4.7
In incidenteel hoger beroep verzoekt de vader een zorgregeling te bepalen waarbij:
[minderjarige ] bij de vader verblijft eenmaal per veertien dagen van donderdag na schooltijd tot zondag om 18.00 uur. In de tussenliggende weken verblijft [minderjarige ] bij de vader van woensdag na schooltijd om 12.00 uur tot vrijdagochtend om 08.45 uur, waarbij de vader [minderjarige ] op vrijdagochtend naar school brengt. De moeder haalt [minderjarige ] op zondag om 18.00 uur bij de vader op. De vader neemt de overige reisbewegingen voor zijn rekening.
4.8
De moeder verzoekt het incidenteel hoger beroep af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing in beide zaken

Het wettelijke kader
Verzoek om gezamenlijk gezag
5.1
Uit artikel 1:253c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Eerste vaststelling omgangsregeling bij eenhoofdig gezag
5.2
Uit artikel 1:377a, tweede lid, van het BW volgt, voor zover hier van belang, dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt.
Eerste vaststelling zorgregeling bij gezamenlijk gezag
5.3
Uit artikel 1:253a BW volgt dat de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan – voor zover hier van belang – omvatten een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken.
Overige geschillen
5.4
Uit artikel 1:253a, eerste lid, BW volgt dat geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter kunnen worden voorgelegd. De rechter dient in geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Conform vaste rechtspraak dient de rechter bij de beslissing over een geschil als hier aan de orde niet alleen het belang van het kind, maar alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te nemen en alle belangen af te wegen.
De standpunten
5.5
Over het gezag stelt de moeder dat is voldaan aan het klem- en verloren criterium. Daarnaast vindt zij dat de vader niet in staat is tot een gelijkwaardige gezamenlijke gezagsuitoefening met de moeder.
Ook zijn de ouders niet in staat om met elkaar te communiceren. De ouders hebben systeemtherapie gevolgd en hebben deelgenomen aan mediation. Dit heeft hen echter niet verder geholpen. Zo verricht de vader gezagshandelingen zonder overleg. Hij heeft [minderjarige ] ingeschreven in het bevolkingsregister in Chili, buiten medeweten en toestemming van de moeder om. Ook heeft hij te kennen gegeven dat hij een Chileens paspoort voor [minderjarige ] zal aanvragen terwijl de moeder het daarmee oneens is. De vader miskent daarmee de gezagspositie van de moeder. Daarom vindt de moeder dat de beslissing van de rechtbank om de ouders gezamenlijk met het gezag over [minderjarige ] te belasten moet worden vernietigd. De moeder vreest namelijk dat de vader misbruik zal (blijven) maken van het gezamenlijk gezag en een Chileens paspoort voor [minderjarige ] zal aanvragen. De moeder vreest verder dat de vader uiteindelijk zonder haar toestemming met [minderjarige ] naar Chili zal reizen. De vader lijkt het gezag te zien als een middel om druk uit te oefenen op de moeder. Ook blokkeert hij de moeder in de uitoefening van haar gezag door niet akkoord te gaan met haar voorstellen.
Daarnaast verzoekt de moeder om aanwijzingen vast te leggen over de manier waarop de ouders zouden moeten communiceren en tot besluiten zouden moeten komen. Zij heeft een lijst van zeven aanwijzingen geformuleerd die zij vastgelegd wil zien in de beschikking. De aanwijzingen gaan over de wijze van communiceren, de taal waarin de ouders communiceren en gedragsregels ten aanzien van [minderjarige ] . Verder verzoekt de moeder de bestreden beschikking aan te vullen door ter verduidelijking vast te leggen dat de vader na de vakanties het paspoort van [minderjarige ] weer terug moet geven aan de moeder. Hetzelfde verzoekt zij ten aanzien van het Chileense identiteitsbewijs van [minderjarige ] . Ook is de moeder van mening dat de doorlopende vervangende toestemming aan de vader om met [minderjarige ] naar Chili te reizen niet passend is. Zij vindt dat dit per vakantie dient te worden beoordeeld. Verder vindt de moeder het belangrijk dat schoolactiviteiten, naschoolse activiteiten, dansoptredens en andere activiteiten doorgang vinden, waarbij beide ouders welkom dienen te zijn.
Tot slot persisteert de moeder bij haar initiële verzoek ten aanzien van de zorgregeling. Deze houdt meer rekening met de afstand tussen de woonplaatsen van de ouders, de verstandhouding tussen hen en de wijze waarop [minderjarige ] op het contact reageert, aldus de moeder.
5.6
De vader voert aan dat hij vreest dat hij als vader zonder gezag geen rol meer in het leven van [minderjarige ] zal kunnen vervullen. Tot de bestreden beschikking van 1 mei 2025 beperkte de moeder namelijk het contact tussen [minderjarige ] en de vader. Ook is de moeder zonder toestemming van de vader van [plaats B] naar [plaats A] verhuisd. Omdat de vader op dat moment nog geen gezag had, en er nog geen vaste omgangsregeling was bepaald is hem toen geadviseerd geen juridische procedure te starten.
Volgens de vader bezit [minderjarige ] vanaf haar geboorte automatisch de Chileense nationaliteit op grond van de Chileense nationaliteitswetgeving. De registratie betreft dan ook geen verkrijging of toekenning van een nieuwe nationaliteit, maar een administratieve bevestiging van een bestaand rechtsfeit. Inmiddels heeft het Chileense Registro Civil een formeel besluit genomen om [minderjarige ] pro forma te registreren als Chileens staatsburger, juist omdat de moeder vier jaar lang de noodzakelijke registratie weigerde.
De angst van de moeder dat de vader zonder haar toestemming [minderjarige ] naar Chili zou meenemen is onterecht en berust op speculatie. De vader wijst er nadrukkelijk op dat het bezit van Chileense documenten, zoals een paspoort of identiteitsbewijs, geen enkele juridische bevoegdheid verschaft om een minderjarig kind zonder toestemming van de andere ouder uit Nederland of de Europese Unie over te brengen. Bovendien heeft de vader geen enkele intentie en geen belang bij het onttrekken van [minderjarige ] aan het gezag van de moeder. De vader heeft substantiële persoonlijke en professionele bindingen met Nederland en de EU (woning, werk, netwerk). Als academisch professional is zijn reputatie afhankelijk van internationale mobiliteit, integriteit en samenwerking. Een onrechtmatige overbrenging zou zijn carrière, rechtspositie en reputatie vernietigen; dat zou hij nimmer op het spel zetten. De vader acht het van belang dat [minderjarige ] toegang heeft tot haar volledige juridische identiteit, inclusief haar Chileense nationaliteit.
De vader betwist dat hij niet zou hebben meegewerkt aan gezagsbeslissingen en dat hij niet tijdig of inhoudelijk zou reageren. Hij probeert juist met de moeder af te stemmen wanneer zij een beslissing aan hem voorlegt, zodat hij samen met de moeder het belang van [minderjarige ] zo goed mogelijk behartigt. Het is juist de moeder die ondanks het gezamenlijke gezag [minderjarige ] aanmeldt voor verschillende activiteiten zonder daarover te overleggen met de vader.
De vader heeft de indruk dat de moeder hem niet als gelijkwaardig ouder ziet. Gelijkwaardig ouderschap ziet niet op de relatie tussen de ouders, maar op de ouder-kindrelatie. De moeder wil volledige controle over de invulling van de omgangsmomenten met de vader, wil gezagsbeslissingen het liefst alleen nemen en de vader enkel informeren en/of consulteren als zij dat nodig acht.
Voor de overige verzoeken van de moeder is volgens de vader geen grondslag of aanleiding. De door de moeder genoemde gedragsnormen waarvan zij vastlegging wenst, vallen al binnen de algemene omgangsnormen. Over het paspoort van [minderjarige ] zegt de vader dat het logisch is dat dat wordt teruggegeven na een vakantie. Dat gebeurt ook, zo is afgelopen december 2025 gebleken. Bovendien beschikt [minderjarige ] op dit moment niet over een Chileens identiteitsbewijs.
Tot slot verzoekt de vader om een uitgebreidere zorgregeling omdat hij vindt dat dat past bij gelijkwaardig ouderschap. Ter zitting in hoger beroep heeft de vader in het bijzonder aandacht gevraagd voor de woensdagmiddag om de week. Door verkeersdrukte hebben de vader en [minderjarige ] die dag veel reistijd. Daarom verzoekt de vader om deze middag uit te breiden met een overnachting, desnoods door bepaling van een tijdelijke zorgregeling voor de duur van het uniform hulpaanbod.
Het advies van de raad
5.7
De raad heeft ter zitting in hoger beroep verwijzing naar het uniform hulpaanbod geadviseerd. De raad maakt zich namelijk grote zorgen over de invloed van de strijd tussen de ouders op [minderjarige ] . De raad vindt het belangrijk dat [minderjarige ] centraal komt te staan. Op dit moment moet [minderjarige ] in haar eentje de kloof tussen haar ouders overbruggen. Het lukt de ouders niet om dit op te lossen. Inmiddels uit de spanning zich bij [minderjarige ] in de vorm van klachten zoals broekpoepen en overgeven. Hierover maakt de raad zich grote zorgen. De zorgen blijken ook uit het feit dat de hulpverleners van het programma Piep zei de muis zwaardere hulpverlening voor [minderjarige ] geïndiceerd achten. Er moet een einde komen aan deze zware situatie voor [minderjarige ] . De raad vindt het van belang dat de ouders zich niet uit een hulptraject terugtrekken, en benadrukt dat van het uniform hulpaanbod een voorwaardelijk raadsonderzoek deel uitmaakt.
De raad vindt het positief dat de vader betrokken wil zijn bij [minderjarige ] en meer omgangsmomenten met haar wil. Uitbreiding van de omgang met de vader op de woensdag zou meer rust kunnen geven, doordat [minderjarige ] dan niet tijdens de spits naar [plaats A] terug hoeft te reizen. Het is positief voor [minderjarige ] dat de ouders gezamenlijk het gezag over haar hebben. De raad heeft geadviseerd om die beslissing te bekrachtigen.
De beoordeling door het hof
5.8
Omdat de vader de Chileense nationaliteit en [minderjarige ] zowel de Chileense als de Nederlandse nationaliteit heeft, hebben de zaken een internationaal karakter. De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is om over de verzoeken te oordelen. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de toepasselijke bepalingen Nederlands recht toegepast. Dit is tussen partijen niet in geschil, zodat ook het hof daarvan uitgaat.
5.9
Ter zitting in hoger beroep hebben de ouders ingestemd met deelname aan het uniform hulpaanbod, waarnaar het hof hen vervolgens heeft doorverwezen. Het hof zal in afwachting van de uitkomst van het uniform hulpaanbod iedere beslissing aanhouden, met uitzondering van het navolgende.
5.1
Het hof ziet aanleiding om in aanvulling op de door de rechtbank bepaalde zorgregeling te bepalen dat [minderjarige ] tijdelijk, totdat anders wordt beslist, in de week dat zij op woensdag na schooltijd naar de vader gaat daar blijft tot de volgende dag naar school. Het hof is met de raad van oordeel dat dit in het belang van [minderjarige ] is. In de huidige regeling zorgt het op de woensdagmiddag van en naar [plaats A] heen en weer moeten rijden namelijk voor te veel onrust. Bovendien zal dit de vader en [minderjarige ] de gelegenheid geven om hun tijd samen op deze woensdagmiddag meer zinvol en ontspannen met elkaar te kunnen besteden.
[minderjarige ] zal de komende tijd dus bij de vader verblijven:
- de ene week van woensdagmiddag tot donderdagochtend, waarbij de vader [minderjarige ] op woensdag vanuit school ophaalt en haar op donderdag weer naar school brengt;
- de andere week van donderdag tot zondag, waarbij de vader [minderjarige ] op donderdag vanuit school ophaalt en op zondag om 17.00 uur/18.00 uur (afhankelijk van of [minderjarige ] bij de vader eet) terugbrengt bij de moeder;
waarbij de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte tussen partijen worden verdeeld.
5.11
Het hof zal de tijdelijke aanvulling van de zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren, wat betekent dat die beslissing meteen geldt.
5.12
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bepaalt dat de in de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 2 oktober 2025 bepaalde zorgregeling tijdelijk, totdat nader wordt beslist, wordt aangevuld met een overnachting van woensdag op donderdag in de week dat [minderjarige ] op de woensdagmiddag bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige ] op de woensdagmiddag uit school ophaalt en haar op donderdagochtend naar school brengt;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing in beide zaken
pro formaaan tot
4 oktober 2026.
verzoekt de advocaten het hof en de raad vóór de pro formadatum te informeren over de resultaten van de ingezette hulpverlening en de gewenste voortgang van de procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. M.T. Hoogland en mr. J.F. Miedema, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 21 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.