Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1116

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.358.714/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over zorgregeling en vakantieverdeling tussen ouders na echtscheiding

De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag en de zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen na echtscheiding. De rechtbank had bepaald dat de kinderen bij de vader verblijven volgens een wisselend weekschema en een vakantieregeling waarbij de tijd gelijk verdeeld werd. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag en een aangepaste zorgregeling, maar trok het verzoek tot eenhoofdig gezag in hoger beroep in.

In hoger beroep bereikten de ouders overeenstemming over een nieuwe zorgregeling en vakantieverdeling. De kinderen verblijven voortaan om de week van vrijdag uit school tot zondagavond bij de vader. De vakanties worden verdeeld met de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, en de overige vakanties en feestdagen worden gelijk verdeeld of in onderling overleg geregeld.

Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover nodig en stelde de nieuwe zorgregeling vast, waarbij het belang van de kinderen centraal stond. De afspraken zijn vastgelegd in een beschikking, waarbij ook communicatie tussen ouders over uitzonderingen en noodgevallen is geregeld.

Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling en vakantieverdeling tussen ouders conform hun overeenstemming, waarbij de kinderen om de week van vrijdag tot zondag bij de vader verblijven en vakanties gelijk verdeeld worden.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.358.714/01
zaaknummer rechtbank: C/13/760021 / FA RK 24-8049
beschikking van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. C.M.E. Schreinemacher te Amsterdam,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. U. Ögüt te Eindhoven.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] , hierna: [minderjarige 1] , en
- de minderjarige [minderjarige 2] , hierna [minderjarige 2] .
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie [plaats A] ,
hierna: de raad.

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over het gezag van de vader over [minderjarige 1] (10 jaar) en [minderjarige 2] (8 jaar) (hierna gezamenlijk: de kinderen) en de zorgregeling. De rechtbank heeft bepaald dat de kinderen bij de vader verblijven de ene week van dinsdag uit school tot donderdag naar school en de andere week van zondag 13.00 uur tot dinsdag naar school. Daarnaast heeft de rechtbank een vakantieregeling vastgesteld, waarbij de kinderen – kort gezegd – de helft van de tijd bij elke ouder verblijven. Verder heeft de rechtbank het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten afgewezen. De moeder was het niet eens met de beslissingen van de rechtbank en wilde met het eenhoofdig gezag over de kinderen belast worden, maar dat verzoek heeft zij ter zitting in hoger beroep ingetrokken. Daarnaast wil zij dat de reguliere omgang in frequentie wordt verminderd, zodat de kinderen om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de vader zijn. Ook wil zij dat de vakantieregeling wordt aangepast. Met betrekking tot de zorgregeling is de vader akkoord met het verzoek van de moeder en wat betreft de vakantieregeling is hij daarmee gedeeltelijk akkoord.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De moeder is op 2 september 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van
3 juni 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank).
2.2
De vader heeft op 29 oktober 2025 een verweerschrift met daarin ook een incidenteel hoger beroep ingediend.
2.3
De voorzitter heeft op 25 februari 2025, in het bijzijn van de griffier, met de minderjarige [minderjarige 2] gesproken. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven. De ouders hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Het hof heeft ook [minderjarige 1] de gelegenheid gegeven om te laten weten wat hij van de zaak vindt. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
2.4
De zitting heeft op 26 februari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
De raad was, met bericht van afmelding, niet bij de zitting aanwezig wegens problemen met de personele bezetting.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [minderjarige 1] , geboren [in] 2015 te [plaats A] ,
- [minderjarige 2] , geboren [in] 2017 te [plaats A] .
De ouders zijn in [plaats C] , Turkije met elkaar getrouwd. Hun huwelijk is op 9 april 2019 ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank van 6 maart 2019. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
3.2
Bij de hiervoor genoemde echtscheidingsbeschikking is bepaald dat het door de ouders ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking. In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – de volgende zorgregeling overeengekomen:
- de kinderen zullen – afhankelijk van hun schoolrooster – in overleg omgang hebben met de vader. De dagen en tijden zullen de ouders in onderling overleg bepalen;
- ook de vakanties zullen in onderling overleg bepaald worden, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vakanties telkens bij gelijke helfte zullen worden verdeeld, rekening houdend met de wensen en belangen van de kinderen. De ouders komen overeen dat deze verdeling start vanaf de zomervakantie 2019;
- de vader haalt de kinderen op en zorgt ervoor dat zij op tijd worden teruggebracht. Daarnaast maakt hij kenbaar aan de moeder waar de omgang zal plaatsvinden.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang en met wijziging in zoverre van het ouderschapsplan dat deel uitmaakt van de beschikking van 6 maart 2019, de volgende zorgregeling bepaald:
- de vader heeft de kinderen bij zich de ene week van dinsdag uit school tot donderdag naar school en de andere week van zondag 13.00 uur tot dinsdag naar school;
- gedurende de zomervakantie heeft de vader de kinderen een aaneengesloten periode van drie weken bij zich, in onderling overleg overeen te komen, waarbij de overdracht voor en na de vakantie in onderling overleg zal plaatsvinden, maar niet in het buitenland, tenzij de ouders dat overeenkomen;
- gedurende de meivakantie en de kerstvakantie zullen de ouders de kinderen allebei een week bij zich hebben, in onderling overleg overeen te komen;
- gedurende de voorjaarsvakantie heeft de vader de kinderen bij zich in de oneven jaren en de moeder in de even jaren en gedurende de herfstvakantie heeft de vader de kinderen bij zich in de even jaren en de moeder in de oneven jaren;
- de vader heeft de kinderen bij zich tijdens Vaderdag en de moeder tijdens Moederdag;
- de verjaardag van de kinderen wordt gevierd bij de ouders waar de kinderen op dat moment verblijven.
Daarnaast heeft de rechtbank het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten afgewezen.
4.2
De moeder verzoekt in principaal hoger beroep, met vernietiging van de bestreden beschikking, haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. Daarnaast verzoekt zij, naar het hof begrijpt, de volgende zorgregeling vast te stellen:
- de kinderen verblijven bij de vader om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt uit school en terugbrengt naar de moeder;
- de kinderen verblijven de eerste helft van de zomervakantie bij de vader en de tweede helft bij de moeder;
- gedurende de mei- en kerstvakantie verblijven de kinderen één week bij elke ouder, in onderling overleg te bepalen;
- gedurende de voorjaars- en herfstvakantie verblijven de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
- de kinderen verblijven op Vaderdag bij de vader en op Moederdag bij de moeder;
- de verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder waar de kinderen op dat moment volgens de reguliere zorgregeling verblijven.
4.3
De vader verzoekt in principaal hoger beroep de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep, dan wel haar verzoeken af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. In incidenteel hoger beroep verzoekt de vader, naar het hof begrijpt, om met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, de volgende zorgregeling vast te stellen:
- de kinderen verblijven om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de vader, waarbij de vader hen uit school haalt en terugbrengt naar de moeder;
- tijdens de zomervakantie verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, waarbij deze verdeling elk jaar wisselt. Het jaar dat de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader verblijven, zijn zij ook de eerste week van de mei- en kerstvakantie bij hem en omgekeerd;
- de voorjaars- en herfstvakantie worden gelijk verdeeld tussen de ouders, waarbij deze verdeling om en om plaatsvindt;
- de mei- en kerstvakantie worden gelijk verdeeld, zodat de kinderen om en om één week bij de vader en één week bij de moeder zijn.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder haar verzoek met betrekking tot het gezag ingetrokken. Hieruit maakt het hof op dat de moeder de gronden van dat verzoek niet handhaaft, zodat de door haar op dit punt aangevoerde grief geen bespreking meer behoeft.
5.2
Het hof overweegt verder als volgt. Ter zitting in hoger beroep hebben de ouders overeenstemming bereikt over de zorgregeling en de verdeling van de vakanties en feestdagen tussen hen. De ouders hebben het hof eenstemmig verzocht de gemaakte afspraken vast te leggen in een beschikking. Het hof begrijpt dat de ouders hun verzoeken overeenkomstig de tussen hen gemaakte afspraken hebben gewijzigd en dat zij hiermee over en weer hebben ingestemd. Het hof is niet gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen de gemaakte afspraken verzet en zal dienovereenkomstig beslissen.
5.3
Het hof constateert dat de ouders het eens zijn geworden dat de kinderen bij de vader verblijven om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt uit school en terugbrengt naar de moeder. Met betrekking tot de vakanties en feestdagen zijn de ouders het volgende overeengekomen. Tijdens de zomervakantie verblijven de kinderen de eerste drie weken van de vakantie bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. De vader brengt de kinderen na drie weken op zondag om 19.00 uur naar de moeder. Gedurende de voorjaars- en herfstvakantie verblijven de kinderen bij de vader de eerste helft van de week tot woensdag 19.00 uur. Als de kinderen daarvoor al bij de vader zijn, geldt dat de kinderen aansluitend aan het reguliere omgangsweekend bij de vader verblijven. De tweede helft van de week zijn de kinderen bij de moeder. Tijdens de Islamitische feestdagen Suikerfeest en Offerfeest verblijven de kinderen de eerste dag bij de vader vanaf het ochtendgebed tot 13.00 uur. Over de resterende Islamitische feestdagen maken de ouders in onderling overleg afspraken. In de mei- en kerstvakantie verblijven de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. De vader brengt de kinderen na hun verblijf bij hem op zondag om 19.00 uur naar de moeder. De ouders spreken in onderling overleg af waar de kinderen tijdens Oud en Nieuw verblijven. Verder geldt dat de kinderen op Vaderdag bij de vader verblijven en op Moederdag bij de moeder. De verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder waar de kinderen op dat moment volgens de reguliere zorgregeling verblijven. Indien uitzonderingen op de regeling voor de vakanties en feestdagen nodig zijn, overleggen de ouders daarover met elkaar. Overleg tussen de ouders vindt plaats per e-mail of sms dan wel Whatsapp. De ouders bellen elkaar bij noodgevallen.

6.De beslissing

Het hof:
in principaal en incidenteel hoger beroep:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw rechtdoende:
bepaalt met wijziging van het ouderschapsplan en de beschikking van 6 maart 2019 in zoverre als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders:
de kinderen verblijven bij de vader om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt uit school en terugbrengt naar de moeder;
voor de vakanties en feestdagen geldt tussen de ouders de volgende regeling:
- in de zomervakantie verblijven de kinderen de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. De vader brengt de kinderen na drie weken op zondag om 19.00 uur naar de moeder;
- in de voorjaars- en herfstvakantie verblijven de kinderen de eerste helft van de week tot woensdag 19.00 uur bij de vader en de tweede helft van de week bij de moeder;
- tijdens de Islamitische feestdagen Suikerfeest en Offerfeest verblijven de kinderen de eerste dag bij de vader vanaf het ochtendgebed tot 13.00 uur. Over de resterende Islamitische feestdagen maken de ouders in onderling overleg afspraken;
- in de mei- en kerstvakantie verblijven de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. De vader brengt de kinderen na hun verblijf bij hem op zondag om 19.00 uur naar de moeder. De ouders maken in onderling overleg afspraken over Oud en Nieuw;
- op Vaderdag verblijven de kinderen bij de vader en op Moederdag bij de moeder;
- de verjaardagen van de kinderen worden gevierd bij de ouder waar de kinderen op dat moment volgens de reguliere zorgregeling verblijven.
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. A.V.T. de Bie en
mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van mr. B.F. Beijderwellen als griffier en is op
21 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.