Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1114

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.359.830/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 BWArt. 1:383 BWArt. 24 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ondercuratelestelling wegens complexe zorgbehoefte en benoeming onafhankelijke curator

Betrokkene is op 2 juli 2025 door de kantonrechter onder curatele gesteld wegens haar lichamelijke en geestelijke toestand, waarbij KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. tot curator werd benoemd. Betrokkene ging in hoger beroep en verzocht primair afwijzing van de ondercuratelestelling en instelling van bewind en mentorschap, bij voorkeur met familieleden als mentor en bewindvoerder.

Tijdens de zitting op 13 maart 2026 waren betrokkene, haar advocaat, tolk, vader, curator en cliëntondersteuner aanwezig; meerdere familieleden verschenen niet. De curator en cliëntondersteuner gaven aan dat de zorgsituatie zorgelijk is, met onvoldoende verzorging, een sterk vervuilde woning en onduidelijkheid over financiële transacties. Betrokkene en haar familie betwistten deze beschrijvingen en stelden dat intensieve zorg door familie wordt geboden.

Het hof oordeelt dat betrokkene vanwege microcefalie en verstandelijke beperking blijvend intensieve zorg nodig heeft en haar belangen niet adequaat kan behartigen. Minder verstrekkende maatregelen bieden onvoldoende bescherming. De curatele is noodzakelijk en de benoeming van een onafhankelijke professionele curator wordt gehandhaafd om de zorg en begeleiding voort te zetten.

Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst de verzoeken van betrokkene af, waarmee de ondercuratelestelling en benoeming van KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. als curator in stand blijven.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het verzoek tot minder verstrekkende maatregelen af.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.359.830/01
zaaknummer rechtbank: 11295002 CB VERZ 24-81 sc
beschikking van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. B. Bos te Hoorn,
tegen
de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland,
gevestigd te Haarlem,
hierna: de officier van justitie.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [zus 1] (hierna: zus [zus 1] );
- [broer 1] (hierna: broer [broer 1] );
- [zus 2] (hierna: zus [zus 2] );
- [zus 3] (hierna: zus [zus 3] );
- [de vader] (hierna: de vader);
- [broer 2] (hierna: broer [broer 2] );
- [broer 3] (hierna: broer [broer 3] );
- KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. (hierna: de curator).
Het hof heeft daarnaast als informant aangemerkt:
- [de zwager] (hierna: de zwager).

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de vraag of de maatregel van curatele nodig is en over de persoon van de curator.
1.2
De kantonrechter heeft betrokkene op 2 juli 2025 onder curatele gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. is door de kantonrechter tot curator benoemd.
Betrokkene is het daarmee niet eens. Zij wil dat dat, in plaats van curatele, een bewind en mentorschap wordt ingesteld en dat haar zus [zus 3] tot mentor en haar zwager tot bewindvoerder wordt benoemd, dan wel dat een onafhankelijke mentor en bewindvoerder wordt benoemd.
Voor het geval het hof een ondercuratelestelling noodzakelijk acht wil betrokkene dat zus [zus 3] en de zwager tot curatoren worden benoemd.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Betrokkene is op 1 oktober 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter) van 2 juli 2025 (hierna: de bestreden beschikking).
2.2
Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:
- een bericht van betrokkene van 6 november 2026, met bijlage;
- een bericht van betrokkene van 10 maart 2026, met bijlagen.
2.3
De zitting heeft op 13 maart 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en K. Lazar, tolk in de Arabische taal;
- de vader;
- de curator;
- [naam 1] , gespecialiseerd cliëntondersteuner bij Stichting Metgezel (hierna: de clientondersteuner);
- de curator, vertegenwoordigd door [curator] .
De officier van justitie, zus [zus 1] , broer [broer 1] , zus [zus 2] , zus [zus 3] , broer [de vader] , broer [broer 2] , broer [broer 3] en de zwager zijn – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren [in] 1999 in [plaats A] . Zij is de dochter van [dochter] en [de vader] , en de zus van [zus 1] , [broer 1] , [zus 2] , [zus 3] , [broer 2] en [broer 3] .
3.2
De moeder van betrokkene is [in] 2024 overleden. Betrokkene woont bij de vader.
3.3
Betrokkene is opgenomen geweest in het Dijklanderziekenhuis waar zij werd behandeld door de kaakchirurg.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking, op het verzoek van de officier van justitie, betrokkene onder curatele gesteld en KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. benoemd tot curator.
4.2
Betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking:
- primair: het verzoek tot ondercuratelestelling (alsnog) af te wijzen en te bepalen dat betrokkene onder bewind en mentorschap wordt gesteld, met benoeming van (het hof begrijpt) haar zus [zus 3] tot mentor en de zwager tot bewindvoerder;
- subsidiair: het verzoek tot ondercuratelestelling (alsnog) af te wijzen en te bepalen dat betrokkene onder bewind en mentorschap wordt gesteld, met benoeming van de heer [naam 2] , vrijwilliger van Stichting Netwerk als mentor en bewindvoerder;
- meer subsidiair: het verzoek tot ondercuratelestelling (alsnog) af te wijzen en te bepalen dat betrokkene onder bewind en mentorschap wordt gesteld, met benoeming van KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. tot bewindvoerder en mentor;
- nog meer subsidiair: voor het geval het hof een ondercuratelestelling noodzakelijk acht (het hof begrijpt) zus [zus 3] en de zwager tot curatoren te benoemen, dan wel – indien nodig – de heer [naam 2] .
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft betrokkene haar subsidiaire verzoeken zover die zien op benoeming van [naam 2] als mentor en bewindvoerder dan wel curator ingetrokken. Verder is het meer subsidiaire verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht, in plaats van KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V., een onafhankelijke mentor en bewindvoerder te benoemen.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Uit artikel 1:378, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een meerderjarige door de rechter onder curatele kan worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van:
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
5.2
Uit artikel 1:383, eerste lid, BW volgt dat de rechter bij het instellen van de curatele of zo spoedig mogelijk daarna een curator benoemt. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel omtrent de geschiktheid van de te benoemen persoon.
De rechter volgt op grond van het tweede lid van dit artikel bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
De standpunten
5.3
Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gronden voor een ondercuratelestelling niet aanwezig zijn. Zij betwist dat sprake is van structureel onvoldoende verzorging. Integendeel, er wordt juist intensieve en structurele zorg geboden door de familie. Daarnaast is externe hulp ingeschakeld. Het feit dat de zorg niet altijd conform afspraak is geleverd of onverwacht is beëindigd vanwege personeelstekorten, kan betrokkene niet worden aangerekend. Het beeld dat professionele hulp zou zijn geweigerd, wordt uitdrukkelijk betwist. Sinds de bestreden beschikking is de thuissituatie wezenlijk verbeterd. Broer [broer 1] , die zelf veel zorg nodig had, woont niet langer thuis, waardoor de vader aanzienlijk meer tijd en aandacht aan betrokkene kan besteden. Naast de vader zijn de drie zussen van betrokkene en de tante nadrukkelijk bij de zorg betrokken, met een duidelijke taak- en tijdsverdeling. Dit zorgt ervoor dat betrokkene niet afhankelijk is van slechts één mantelzorger. Betrokkene en haar familie erkennen dat zij begeleiding nodig heeft, maar dit kan ook geborgd worden met de lichtere maatregelen mentorschap en bewind, uitgevoerd door familieleden.
5.4
De curator heeft tijdens zitting het volgende verklaard. De curator heeft sinds drie maanden toegang tot de woning van het gezin; daarvoor werd haar de toegang geweigerd. Er is nu ambulante begeleiding drie maal per week gedurende twee uur per keer aanwezig ter ondersteuning. De vader ontvangt weinig steun van de overige kinderen bij de zorg voor betrokkene. De situatie in de woning is zorgelijk. De woning is sterk vervuild en verontreinigd. Hoewel de vader zich inspant om voor betrokkene te zorgen, is hij daartoe onvoldoende in staat. Er bestaan zorgen over de verzorging van betrokkene, waaronder het structureel innemen van medicatie en de persoonlijke hygiëne. Verder heeft de curator verklaard dat een bedrag van € 24.000,- is opgenomen van de bankrekening van betrokkene, terwijl onduidelijk is gebleven wat er met dit bedrag is gebeurd. De curator vermoedt dat zus [zus 3] bij deze opname betrokken is geweest, nu het bedrag in [plaats] is gepind en zij, anders dan door de familie is gesteld, aldaar zou verblijven. Een curatele is noodzakelijk en een bewind en mentorschap bieden onvoldoende bescherming. De curator heeft daarbij als zorg geuit dat de familie mogelijk voornemens is betrokkene naar Marokko te laten vertrekken. Ondanks de tegenwerking vanuit de familie heeft de curator zich bereid verklaard haar werkzaamheden voort te zetten om de veiligheid en het welzijn van betrokkene zoveel mogelijk te waarborgen, aldus de curator.
5.5
De cliëntondersteuner heeft tijdens de zitting verklaard dat zij regelmatig bij betrokkene thuis komt om ondersteuning te bieden en praktische zaken te regelen. Er is contact geweest met zus [zus 3] , maar dit contact is sinds januari verbroken. De cliëntondersteuner heeft de indruk dat [zus 3] niet in de woning verblijft. Momenteel is ambulante begeleiding ingezet en dat is een positieve ontwikkeling. Met behulp van deze begeleiding is betrokkene naar buiten gegaan om (verzorgings-)producten te kopen, een activiteit die zij voorheen niet zelfstandig uitvoerde. Het uitgangspunt is dat betrokkene zo lang mogelijk thuis blijft; dit is echter alleen mogelijk onder de juiste voorwaarden en met passende afspraken, aldus de cliëntondersteuner.
5.6
De vader heeft tijdens de zitting gezegd dat zus [zus 2] , zus [zus 1] en broer [broer 1] in een andere woning verblijven. De vader vindt dat de curator liegt over onder meer de omstandigheden in de woning en voert aan dat zij bovendien nog nooit bij hen boven is geweest.
De beoordeling door het hof
5.7
Het hof is van oordeel dat instelling van de maatregel curatele noodzakelijk is. Uit de stukken en de verklaringen die ter zitting zijn afgelegd, is gebleken dat betrokkene als gevolg van haar geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen niet behoorlijk waarneemt en ook niet behoorlijk kan waarnemen. Ook is duidelijk geworden dat voldoende behartiging van die belangen niet met een andere passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd. Het hof legt hierna uit waarom.
5.8
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene een uiterst kwetsbare jonge vrouw is met een complexe problematiek. Bij haar is sprake van microcefalie en een verstandelijke beperking. Als gevolg hiervan ondervindt zij beperkingen in nagenoeg alle dagelijkse activiteiten. Zij is voor haar dag structuur volledig afhankelijk van anderen. Zij heeft intensieve ondersteuning nodig bij haar persoonlijke verzorging, is niet verkeersveilig en kan zich niet zelfstandig buitenshuis verplaatsen. Daarnaast heeft zij sturing en begeleiding nodig bij het oplossen van problemen, het nemen van beslissingen en het overzien van de gevolgen daarvan. Dit alles maakt dat zij blijvend is aangewezen op 24-uur per dag zorg in de nabijheid. In het indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ) van 3 december 2019 is vastgesteld dat betrokkene recht heeft op zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en in aanmerking komt voor het zorgprofiel “wonen met begeleiding en intensieve verzorging (VG04)”. Betrokkene is bij haar ouders blijven wonen. Haar moeder is [in] 2024 overleden.
5.9
Sinds 2023 zijn meerdere hulpverlenende instanties betrokken geraakt, waaronder 1. [plaats A] , De Zorgdragers, Stichting Netwerk, Stichting Pittig , Buurtzorg, Vangnet en Advies West-Friesland (GGD Hollands Noorden) en Veilig Thuis. De noodzakelijke hulpverlening is echter onvoldoende van de grond gekomen, mede doordat de samenwerking met het gezin uiterst moeizaam verliep en gemaakte afspraken niet werden nagekomen. Tot voor kort woonde ook broer [broer 1] in de woning bij de vader en betrokkene. Evenals betrokkene is hij zeer kwetsbaar; bij hem is sprake van een verstandelijke beperking en een cognitieve ontwikkelingsleeftijd van 5-7 jaar. Hij is bekend met een schizoaffectieve stoornis. De vader, een inmiddels 80-jarige man met eigen gezondheidsproblemen en kwetsbaarheden, droeg daardoor de zorg voor twee intensief zorgbehoevende kinderen, hetgeen leidde tot onrust en problemen in de thuissituatie. Ten behoeve van broer [broer 1] is een bewind en mentorschap ingesteld. Inmiddels verblijft hij in een instelling. De vader heeft op de zitting verklaard dat het sindsdien beter met [broer 1] gaat. Betrokkene woont wel nog bij haar vader in de woning. Ondanks de goede bedoelingen van vader, is voor het hof duidelijk geworden dat hij niet in staat is haar de benodigde intensieve zorg en begeleiding te bieden. Gebleken is dat ten tijde van het instellen van de ondercuratelestelling sprake was van een sterk vervuilde woning en dat onvoldoende werd voorzien in wezenlijke levensbehoeften, zoals persoonlijke hygiëne, medische zorg en een zinvolle dagbesteding. Ook was betrokkene opgenomen geweest in het ziekenhuis vanwege een verwaarloosde kaakontsteking. Niet is gebleken dat deze omstandigheden inmiddels in voldoende mate zijn verbeterd. Het zicht op betrokkene is nog steeds beperkt en er bestaan nog steeds grote zorgen over haar leefomstandigheden en verzorging. Verder is gebleken dat de familie in het verleden maar ook nu onvoldoende bereid en/of in staat is om op constructieve wijze samen te werken met de betrokken hulpverlening of betrokkene adequaat te ondersteunen in haar dagelijkse zorgbehoefte.
5.1
De rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2026 het verzoek van het CIZ tot het verlenen van een machtiging als bedoeld in art. 24 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) tot opname en verblijf van betrokkene afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank evenwel uitdrukkelijk overwogen dat de situatie “op het randje” is en dat, indien de noodzakelijke veranderingen uitblijven, een volgende beslissing anders kan uitvallen. Die noodzakelijke veranderingen zien onder meer op de structurele inzet van passende dagbesteding, ambulante ondersteuning gericht op begeleiding en ondersteuning bij persoonlijke hygiëne en dagelijks functioneren, alsmede het waarborgen van structureel en ongehinderd contact met de curator.
5.11
Gelet op het voorgaande acht het hof het in het belang van betrokkene noodzakelijk dat de bij de bestreden beschikking uitgesproken curatele in stand blijft. Het hof is van oordeel dat in dit geval niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende maatregel, zoals een combinatie van mentorschap en bewind. Een curatele biedt de verdergaande bevoegdheden ter bescherming van betrokkene, en dat is voor haar nodig Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is gebleken dat deze verdergaande bescherming noodzakelijk is, mede omdat nog niet alle voor betrokkene noodzakelijke zorg is gerealiseerd en het effectueren daarvan een meer dwingende vertegenwoordiging vereist dan met minder verstrekkende maatregelen kan worden bereikt. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat de rechtbank in de beschikking van 21 januari 2026 ervan is uitgegaan dat de curatele wordt voortgezet.
5.12
Het hof is van oordeel dat het gelet op de complexe problematiek en thuissituatie van betrokkene noodzakelijk is dat haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen worden behartigd door een onafhankelijke professionele curator.
Sinds de curatele is ingesteld zijn er stappen gezet in de begeleiding en verzorging van betrokkene, waardoor haar situatie wat verbeterd is. Het is van belang dat deze begeleiding en hulpverlening door de huidige curator, die daartoe ook bereid en ook in staat is gebleken, kan worden voortgezet. Hieruit volgt dat het hof de verzoeken van betrokkene worden afgewezen.
5.13
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Baardewijk, mr. A.N. van de Beek en mr. J. Schoemaker, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Prins als griffier en is op 21 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.