ECLI:NL:GHAMS:2026:1091
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat ingesteld hoger beroep in strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 januari 2026. De verdachte was op die datum veroordeeld en had volgens artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering binnen 14 dagen na de uitspraak hoger beroep moeten instellen.
De termijn voor het instellen van het hoger beroep eindigde derhalve op 27 januari 2026. De akte van hoger beroep werd echter pas op 9 februari 2026 ingediend, wat betekent dat het hoger beroep te laat was ingesteld. Het hof heeft vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die deze termijnoverschrijding verontschuldigen.
Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard en het vonnis van de kantonrechter in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters wegens verhindering niet heeft meeondertekend.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening.