Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
69.10 In de akte van levering waarbij voor de eerste maal na totstandkoming van de onderhavige splitsing de appartementsrechten zullen worden geleverd, zal de navolgende kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van Pro het Burgerlijk Wetboek worden opgelegd, woordelijk luidend:
1. het sluiten van overeenkomsten ter zake het beheer en onderhoud van de
2. tot het sluiten van een overeenkomst van verhuur casu quo verhuurbemiddeling met
3. het sluiten van een van een overeenkomst van verhuur casu quo verhuurbemiddeling
4. van elke actie of het meewerken aan het tot stand komen van besluiten waarbij, ter
LIDMAATSCHAP, STATUTEN EN REGLEMENTEN
4.De klacht
Klachtonderdeel 1:) De notaris heeft een kwalitatieve verplichting in een splitsingsakte opgenomen die bestaat uit de verplichting te verhuren via een door de VVE aangewezen partij. Deze verplichting is in strijd met artikel 6:252 lid 1 BW Pro. (
Klachtonderdeel 2:) Deze verplichting heeft de notaris niet opgenomen in de door hem verleden leveringsakte zoals wel is vereist door artikel 6:252 lid 2 BW Pro. De gewekte schijn van een rechtsgeldige kwalitatieve verplichting benadeelt klaagster als eigenaar van een appartementsrecht.
5.Beoordeling
doen, namelijk het sluiten van een overeenkomst van verhuurbemiddeling met Belvilla. Een dergelijke verplichting valt niet onder de werking van artikel 6:252 lid 1 BW Pro, want op grond van dat artikel kan een kwalitatieve verplichting slechts zien op iets dulden of
niette doen.
Uitgangspunten proceskostenveroordeling in hoger beroep’ (te raadplegen op de website van dit hof).