ECLI:NL:GHAMS:2025:982

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
000003-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. De verzoeker had kosten gemaakt voor rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedure zelf.

Tijdens de beoordeling werd vastgesteld dat rechtsbijstand deels was verleend door een advocaatstagiair, waarvan de kosten voor zittingstijd en reistijd niet volledig voor vergoeding in aanmerking komen omdat deze hoofdzakelijk voor opleidingsdoeleinden zijn gemaakt. Daarom werd de gevraagde vergoeding gematigd met 2,5 uur.

Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig waren om een vergoeding toe te kennen van € 10.047,25 voor de strafzaak en € 680,00 voor de verzoekschriftprocedure, tezamen € 10.727,25. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen.

De beschikking werd uitgesproken op 25 maart 2025 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en de betaling werd bevolen aan de Stichting Beheer Derdengelden Meijers Canatan Advocaten.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 10.727,25 toe voor kosten rechtsbijstand, met matiging voor advocaatstagiair kosten.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000003-25 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001466-22
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K. Canatan,
Herengracht 478, 1017 CB Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 3 januari 2025 ingekomen.
Op 9 januari 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 11 maart 2025 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 10.546,37;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 13 december 2024 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
In het geval dat een gewezen verdachte rechtsbijstand is verleend door een advocaatstagiair(e), komen de kosten van rechtsbijstand niet voor vergoeding in aanmerking voor zover die kosten hoofdzakelijk zijn gemaakt in het kader van de opleiding van de advocaatstagiair(e).
In casu is, aldus de toelichting in raadkamer, tijdens het onderzoek ter terechtzitting rechtsbijstand verleend door een patroon en een advocaatstagiair en is niet gebleken dat de rechtsbijstand door de advocaatstagiair nodig was anders dan voor zijn opleiding. De verzochte vergoeding voor de zittingstijd en reistijd naar die zitting van de advocaatstagiair komt derhalve niet voor vergoeding in aanmerking en in zoverre zal het hof de toewijzing van het verzoek matigen (2,5 uur).
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 10.047,25.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 10.727,25 (tienduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en vijfentwintig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, A.E. Kleene-Krom en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 maart 2025.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 10.727,25 (tienduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en vijfentwintig cent) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Meijers Canatan Advocaten o.v.v. [naam] .
Amsterdam, 25 maart 2025,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.