ECLI:NL:GHAMS:2025:909
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen
De zaak betreft het hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen een beschikking van de kinderrechter die het verzoek tot ondertoezichtstelling van drie minderjarigen en uithuisplaatsing van één minderjarige bij de grootmoeder had afgewezen.
De Raad stelde dat de situatie van de kinderen ernstig was verslechterd, met zorgen over drugsgebruik, schoolverzuim en gedragsproblemen, en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was. De ouders en grootmoeder betwistten dit en gaven aan dat er voldoende hulp was en dat de kinderen vooruitgang boekten.
Het hof overwoog dat ondanks de inzet van de ouders en grootmoeder de problematiek en druk op het gezin groot zijn en dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd. Het hof achtte een gedwongen kader en regie noodzakelijk en wees het verzoek van de Raad toe, waarbij de minderjarigen onder toezicht worden gesteld en de machtiging tot uithuisplaatsing van één kind bij de grootmoeder werd verleend.
De beschikking van de kinderrechter werd vernietigd en het hof bepaalde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van één jaar gelden, met onmiddellijke ingang. Tevens werd de gecertificeerde instelling belast met de regievoering over de hulpverlening.
Uitkomst: Het hof stelt drie minderjarigen onder toezicht en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van één minderjarige bij de grootmoeder voor de duur van één jaar.