ECLI:NL:GHAMS:2025:903
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderalimentatie van 187 euro per maand ondanks beroep vader
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een rechtbankbeschikking die hem verplichtte 187 euro per maand aan kinderalimentatie te betalen voor zijn minderjarige kind. De vader betoogde dat hij dit bedrag niet kon betalen en verzocht om verlaging naar 25 euro per maand, onder meer omdat hij sinds het eindigen van zijn WIA-uitkering geen inkomen had en in Polen voor zijn zieke ouders zorgt.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De behoefte van het kind werd vastgesteld op 515 euro per maand, wat niet in geschil was. Het centrale geschilpunt was de draagkracht van de vader. Het hof stelde dat niet alleen het feitelijke inkomen, maar ook de verdiencapaciteit van de vader moet worden meegewogen.
De vader verklaarde tijdens de zitting dat hij weer arbeidsgeschikt is en zijn verdiencapaciteit moet benutten. Zijn zorg voor ouders in Polen kan volgens het hof niet voorgaan op zijn onderhoudsverplichting. De vader heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kan werken. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de rechtbankbeschikking en wijst het beroep van de vader af; de vader moet 187 euro per maand kinderalimentatie betalen.