De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde het verzoek van een bestuurder om een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Norden Group en Norden Capital vanaf hun oprichting. Er was sprake van een impasse in het bestuur en de algemene vergadering, mede door een echtscheiding tussen de twee bestuurders die elk 50% van de aandelen bezitten.
De financiële administratie van de vennootschappen was gebrekkig en er waren ernstige verstoorde verhoudingen tussen de bestuurders. Partijen erkenden gezamenlijk dat er gegronde redenen waren om te twijfelen aan het juiste beleid en de juiste gang van zaken binnen de vennootschappen.
De Ondernemingskamer besloot daarop tot onmiddellijke voorzieningen: de schorsing van beide bestuurders en de benoeming van een tijdelijke bestuurder met beslissende stem die de vennootschappen zelfstandig kan vertegenwoordigen. Tevens werd een onderzoek bevolen, waarvan het budget later wordt vastgesteld. De kosten van het onderzoek en de tijdelijke bestuurder komen voor rekening van de vennootschappen. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.