ECLI:NL:GHAMS:2025:875
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming omgangsregeling wegens strijd met belangen minderjarige
Partijen, een man en een vrouw die gezamenlijk gezag uitoefenen over hun minderjarige dochter, zijn in geschil over de nakoming van een omgangsregeling. De man vordert in hoger beroep dat de omgangsregeling wordt nagekomen, terwijl de voorzieningenrechter deze omgang tijdelijk heeft stopgezet vanwege zorgen over het welzijn van de minderjarige.
De feiten tonen aan dat er al jaren zorgen zijn over de omgang, waaronder een ondertoezichtstelling van de minderjarige in 2019 en incidenten waarbij de man gewelddadig optrad en zich niet aan afspraken hield. Hulpverleningsinstanties en Veilig Thuis zijn betrokken en hebben veiligheidsafspraken gemaakt.
Het hof overweegt dat nakoming van de omgangsregeling slechts kan worden geëist indien dit niet in strijd is met het belang van de minderjarige. Gezien de ernstige veiligheidszorgen en het ontbreken van bereidheid van de man om met hulpverleners samen te werken, acht het hof omgang op dit moment niet in het belang van het kind.
De grieven van de man falen, ook zijn beroep op internationale kinderrechtenverdragen wordt verworpen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, wijst de vordering af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de omgangsregeling wordt afgewezen omdat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige.