ECLI:NL:GHAMS:2025:630
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 11 februari 2025 heeft de raadsman namens de verdachte medegedeeld dat de verdachte geen belang meer heeft bij het voortzetten van het hoger beroep en dit wenst in te trekken.
Omdat het onderzoek ter terechtzitting reeds was aangevangen, was intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk. Het hof heeft vervolgens, gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en na overleg met de advocaat-generaal, de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2025. Hiermee komt een einde aan de procedure in hoger beroep, zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van belang en niet meer mogelijke intrekking.