Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:628

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
23-002148-22
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis winkeldiefstal met geweld en afwijzing vorderingen tenuitvoerlegging

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 11 februari 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2022. De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor winkeldiefstal met geweld. Het hoger beroep richtte zich met name op de beslissingen omtrent de vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve waar het gaat om de vorderingen tot tenuitvoerlegging van drie voorwaardelijke straffen (TUL A, B en C). Deze vorderingen werden vernietigd en afgewezen omdat de verdachte inmiddels een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd heeft gekregen in een andere zaak, waardoor het opleggen van aanvullende strafrechtelijke sancties niet opportuun wordt geacht.

De vorderingen tot tenuitvoerlegging betroffen een voorwaardelijke gevangenisstraf van veertien dagen, een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Het hof oordeelde dat het opleggen van deze straffen na de ISD-maatregel de beoogde effecten van die maatregel zou kunnen doorkruisen.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters W.F. Groos, P.J. van Eekeren en C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 februari 2025.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en wijst de vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen af vanwege een opgelegde ISD-maatregel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002148-22
datum uitspraak: 11 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-178643-22 en 13-008285-22 (hierna: TUL A), 16-231963-20 (hierna: TUL B), 13-244143-21 (hierna: TUL C) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1982,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hoger beroep richt zich in het bijzonder tegen de beslissingen ten aanzien van de vorderingen tenuitvoerlegging.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman van de verdachte naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. De verdediging heeft zich te dien aanzien gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging (TUL A, B en C) – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
  • de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult in een aanvulling op dit arrest indien beroep in cassatie wordt ingesteld;
  • de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

Vorderingen tenuitvoerlegging (TUL A, B en C)

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van:
  • de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2022 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen (TUL A), alsmede van
  • de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 augustus 2021 voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis (TUL B), als ook van
  • de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 december 2021 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand (TUL B).
Deze drie vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Zowel de advocaat-generaal als de raadsman hebben verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging (TUL A, B en C) af te wijzen.
De vorderingen tot tenuitvoerlegging (TUL A, B en C) zullen worden afgewezen, omdat het hof het (thans) niet opportuun acht dat de verdachte na het volbrengen van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2025 met parketnummer 13.330820/24 opgelegde ISD-maatregel voor de duur van twee jaren, opnieuw met een strafrechtelijke sanctie als gevangenisstraf wordt geconfronteerd ten gevolge van voor die uitspraak begane strafbare feiten, omdat dat de beoogde effecten van de maatregel zou kunnen doorkruisen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tenuitvoerlegging (TUL A, B en C) en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van 28 juli 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2022, parketnummer 13-008285-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van veertien dagen (TUL A).
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van 21 juli 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 augustus 2021, parketnummer 16-231963-20, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis (TUL B
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam van 21 juli 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 december 2021, parketnummer 13-244143-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één maand (TUL C).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.F. Groos, mr P.J. van Eekeren en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 februari 2025.