ECLI:NL:GHAMS:2025:489
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling minderjarige niet uitgebreid wegens veiligheid
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij het gezamenlijk gezag over een minderjarige werd beëindigd en het gezag aan de vader werd toegekend. Tevens werd een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder minimaal wekelijks drie uur omgang met het kind heeft onder begeleiding van een gecertificeerde instelling.
De moeder betwistte het beëindigen van het gezamenlijk gezag en verzocht om uitbreiding van de omgangsregeling. De vader steunde de beslissing van de rechtbank. Het hof heeft het belang van de minderjarige centraal gesteld en oordeelde dat voortduring van gezamenlijk gezag niet in het belang is vanwege de psychische problematiek van de moeder en de verstoorde communicatie tussen ouders.
De omgangsregeling is niet uitgebreid omdat er nog geen instantie is gevonden die de omgang kan begeleiden, wat noodzakelijk wordt geacht voor de veiligheid van het kind. Het hof benadrukte het belang van zo spoedig mogelijk toewerken naar een vorm van omgang, waarbij begeleide omgang voorop staat. De beschikking van de rechtbank is daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de vader toegekend; de omgangsregeling met de moeder wordt niet uitgebreid wegens het ontbreken van een begeleidende instantie.