ECLI:NL:GHAMS:2025:39
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij wisselende inkomsten en schulden van onderhoudsplichtige vader
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin de man werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie aan de vrouw voor hun kind [kind 1]. De man betwistte de hoogte en ingangsdatum van de alimentatie, mede vanwege wisselende inkomsten en schulden. Het hof stelde vast dat de man vanaf 1 juli 2022 onderhoudsplichtig was en dat hij de verwekker is van [kind 1].
Het hof beoordeelde de behoefte van het kind aan de hand van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders en de NIBUD-tabel. De man had wisselende inkomsten als profvoetballer en woonde deels in de Verenigde Staten. Het hof nam het gemiddelde inkomen over 2022-2024 als uitgangspunt en hield rekening met aflossingen van schulden. De draagkracht van de vrouw werd eveneens vastgesteld, rekening houdend met haar opleiding en toekomstige verdiencapaciteit.
Daarnaast werd rekening gehouden met een tweede kind [kind 2], geboren in februari 2024, waarvoor de man ook onderhoudsplichtig is. De behoefte van dit kind werd geschat, evenals de draagkracht van de huidige partner van de man. Het hof verdeelde de draagkracht van de man gelijkelijk over beide kinderen vanwege onvoldoende draagkracht om volledig in de behoeften te voorzien.
De zorgkorting voor omgang werd niet toegepast omdat er geen sprake was van daadwerkelijke omgang. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank voor zover het de alimentatie betreft en stelde de kinderalimentatie vast op verschillende bedragen per periode, oplopend van €377 per maand vanaf 1 juli 2022 tot €145 per maand vanaf 1 januari 2025. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen vanaf 1 juli 2022, oplopend tot €145 per maand vanaf 1 januari 2025, rekening houdend met draagkracht en behoefte.