ECLI:NL:GHAMS:2025:3692
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek tegen aanwezigheid parketpolitie bij zitting
In deze zaak betreft het een wrakingsverzoek ingediend door verzoeker tegen de raadsheren die het hoger beroep behandelen over het beëindigen van het gezamenlijke gezag over de kinderen. Verzoeker stelde dat de aanwezigheid van parketpolitie bij de zitting zonder zijn inspraak de schijn van vooringenomenheid wekte.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig en ontvankelijk was ingediend. Juridisch is bepaald dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. De aanwezigheid van parketpolitie wordt gezien als een ordemaatregel en niet als een inhoudelijke beslissing die vooringenomenheid impliceert.
De wrakingskamer stelde vast dat het niet gebruikelijk is om partijen vooraf te horen over ordemaatregelen en dat verzoekers advocaat de mogelijkheid had om te reageren op het verzoek om politieaanwezigheid. Ook het ontbreken van motivering bij de ordemaatregel vormt geen grond voor wraking.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard. De beslissing werd op 10 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie raadsheren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer wegens aanwezigheid van parketpolitie bij de zitting is ongegrond verklaard.