ECLI:NL:GHAMS:2025:3665
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens tekortkomingen in verplichtingen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 23 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de appellant. De rechtbank had eerder op 12 november 2025 de schuldsaneringsregeling beëindigd zonder het verlenen van een schone lei, omdat de appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen. Gedurende de verlenging van de looptijd van de regeling, die met 18 maanden was verlengd, heeft de appellant zijn boedelachterstand niet ingelopen, maar is deze zelfs opgelopen tot meer dan vijfduizend euro. Daarnaast heeft hij nieuwe schulden gemaakt ter hoogte van € 4.500,-. Het hof heeft vastgesteld dat de appellant niet ter zitting is verschenen en geen contact heeft gehad met zijn advocaat of bewindvoerder na het indienen van het beroepschrift. De appellant had in zijn beroepschrift aangegeven dat hij vanaf januari 2026 in het buitenland zou gaan werken en verwachtte zijn boedelachterstand binnen zes maanden te kunnen inlossen, maar heeft deze stelling niet onderbouwd met een concreet plan. Het hof concludeert dat de tekortkomingen van de appellant in de nakoming van zijn verplichtingen voldoende aanwijzing geven dat hij niet de vereiste medewerking heeft verleend aan de uitvoering van de schuldsaneringsregeling. De grieven van de appellant falen, en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.