3.16.De curator in het faillissement van [bedrijf 1] heeft onderzoek gedaan naar het handelen van [bedrijf 1] en de rol van [appellant] daarin. De curator heeft zijn bevindingen als volgt verwoord:
“
1. Sinds het faillissement van [bedrijf 1] hebben 105 crediteuren van [bedrijf 1] , voornamelijk particulieren, zich gemeld bij de curator. Zij stellen
gedupeerd te zijn en velen van hen hebben aangifte gedaan van onder meer
horizontale fraude. Ook de curator heeft melding en aangifte faillissementsfraude
gedaan, welke dossier thans in onderzoek is bij het Functioneel Parket en de FIOD.
2. De curator heeft geconstateerd dat bij [bedrijf 1] sprake is van een bestendig
patroon, waarbij [appellant] en [naam 3] moedwillig klanten hebben gedupeerd door
grote aanbetalingen te laten doen en kort na aanvang van de werkzaamheden niet
meer thuis te geven. Daarnaast heeft de curator geconstateerd dat sprake is van: 1)
verdwenen activa ter hoogte van € 34.829,00, 2) een paulianeuze overboeking van
een bedrag ter hoogte van € 15.842,00 en 3) onverantwoorde onttrekkingen ter
hoogte van € 848.257,73.
3. Dit patroon alsmede het verdichten van lasten, het onttrekken van
vermogensbestanddelen en het niet betalen van leveranciers, heeft ertoe geleid dat
[bedrijf 1] tijdens haar korte levensduur een aanzienlijke schuldenlast van € 3.068.579,58 heeft opgebouwd. Een en ander met het gevolg dat het verhaal van
haar schuldeisers is gefrustreerd en zij uiteindelijk failliet is verklaard.
4. Tevens heeft de curator geconstateerd dat, naast [bedrijf 1] , ook [bedrijf 1]
[bedrijf 1] en Badinstallaties, instrumenteel zijn geweest aan het patroon van lasten
verdichten en frustratie van verhaal, Zo volgt uit administratie dat [bedrijf 1]
aanzienlijk bedragen, onder de noemer van 'lening', heeft overgemaakt naar [bedrijf 1]
, voor een bedrag van € 134.767,00 en naar Badinstallaties, voor een
bedrag van € 323.474,00.
5. De geconstateerde onregelmatigheden ter zake [bedrijf 1] betreffen - kort
gezegd - de volgende: Schending van inlichtingen- en informatieplicht ex artikel 105
jo 106 Fw;
a. Schending administratieplicht ex art. 2:10 BW;
b. In strijd handelen met statuten;
c. Paulianeus handelen;
d. Buitensporige en onverantwoorde onttrekkingen;
e. Onttrekken van vermogensbestanddelen aan de boedel.
6. Uit verhaalsonderzoek van onder meer de fiscus en openbare bronnen blijkt dat [appellant]
[appellant] beschikt over twee onroerende zaken, terwijl [appellant] maar zeer beperkt
verhaal biedt. Om deze reden is nader onderzoek verricht naar de geconstateerde
onttrekkingen ter hoogte van € 848.257,90 en de geldstromen naar de bovenliggende
gelieerde vennootschappen, te weten Compleet Administratie BV en Compleet Huis
BV.
7. Uit dit nader verhaalsonderzoek is gebleken dat de directe familieleden van [appellant]
en [naam 3] niet alleen in de periode 2021-2022 zes onroerende zaken hebben
gekocht voor een waarde van in totaal € 2.145.000,00, maar ook ontvingen de
familieleden aanzienlijke bedragen per bank en werden contanten opgenomen. In
totaal gaat het om een bedrag ter hoogte van € 625.079,96.
Wat de curator vermoedt, is dat de gelden afkomstig van onder meer [bedrijf 1]
zijn weggesluisd naar gelieerde vennootschappen en bovenstaande personen. [naam 4]
is bewust 'ridder te voet' gehouden, doch dat dit niet meer is dan een papieren
werkelijkheid.
(…)”
Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de curator in september 2024 een civiele procedure aanhangig gemaakt tegen [appellant] .