De verdachte werd aangehouden op 6 november 2023 wegens te hard rijden, waarna zijn rijbewijs werd ingevorderd door de officier van justitie tot 1 mei 2024. Ondanks deze maatregel heeft de verdachte op 16 november 2023 een personenauto bestuurd op de N9 in Alkmaar. De verdachte voerde aan dat hij door mededelingen van zijn raadsman in de veronderstelling was dat hij weer mocht rijden, maar het hof verwierp dit verweer omdat het klaagschrift tegen de invordering nog niet was behandeld en de verdachte zelf verklaarde te weten dat rijden niet was toegestaan.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan: het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt die dit uitsluiten.
De politierechter legde een gevangenisstraf van twee weken op, welke straf het hof in hoger beroep bevestigde. Het hof motiveerde dit door het risico dat de verdachte met zijn handelen veroorzaakte, het ondermijnen van het vertrouwen in rijvaardigheid en het belang van normhandhaving. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals het runnen van een eigen bedrijf, werden meegewogen maar leidden niet tot strafvermindering.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd bevestigd en de verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.