ECLI:NL:GHAMS:2025:3442
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewindvoering en verzoek tot ontslag bewindvoerder
In deze zaak gaat het om de vraag of het bewind over de goederen van de betrokkene moet eindigen en of er een andere bewindvoerder moet worden benoemd. De betrokkene, geboren in 1962, is sinds 8 oktober 2024 geregistreerd partner van [naam 3]. De kantonrechter in Haarlem heeft op 11 februari 2025 het verzoek van de betrokkene om het bewind op te heffen of een andere bewindvoerder te benoemen afgewezen. De betrokkene is het daar niet mee eens en heeft op 30 april 2025 hoger beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 31 oktober 2025 heeft de betrokkene verklaard dat hij sinds september 2024 schuldenvrij is en dat hij in staat is zijn financiën zelf te beheren. De bewindvoerder, [naam 1], heeft echter betoogd dat de betrokkene nog steeds beïnvloedbaar is en dat het bewind noodzakelijk blijft. Het hof heeft vastgesteld dat de psychische problematiek van de betrokkene nog aanwezig is en dat het risico op misbruik van zijn financiële situatie te groot is om het bewind op te heffen. Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van [naam 3] als opvolgend bewindvoerder is eveneens afgewezen, omdat er geen gewichtige redenen zijn aangevoerd voor dit verzoek. Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek van de betrokkene afgewezen.