ECLI:NL:GHAMS:2025:3442
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen opheffing bewind en geen ontslag bewindvoerder ondanks verzoek betrokkene
De betrokkene, sinds 2019 onder bewind gesteld vanwege psychische problematiek, verzocht de kantonrechter om opheffing van het bewind of benoeming van zijn partner als bewindvoerder. De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna betrokkene hoger beroep instelde. Het hof beoordeelt of de noodzaak van het bewind nog bestaat, waarbij het belang van de psychische toestand en financiële beïnvloedbaarheid centraal staat.
De betrokkene stelt dat hij schuldenvrij is, zijn ziektebeeld stabiel is en hij zijn financiën zelf kan beheren. Hij wil het bewind beëindigen om financiële zelfstandigheid te verkrijgen en kosten te besparen. De bewindvoerder betoogt dat voortzetting noodzakelijk is vanwege de psychische problematiek, de wisselende standpunten van betrokkene en diens beïnvloedbaarheid, en twijfelt aan de motieven van de partner.
Het hof constateert dat ondanks enige verbetering de psychische problematiek en beïnvloedbaarheid nog aanwezig zijn, mede gezien een recente terugval. De betrokkene toont ambivalentie over het bewind en heeft in het verleden schulden gemaakt door beïnvloedbaarheid. Het verzoek tot opheffing is daarom te vroeg en wordt afgewezen. Ook het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van de partner wordt afgewezen wegens ontbreken van gewichtige redenen en goede verstandhouding tussen betrokkene en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het bewind en ontslag van de bewindvoerder af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.