De zaak betreft een hoger beroep over de kinderalimentatie die de moeder moet betalen voor drie kinderen. De rechtbank had eerder een bijdrage vastgesteld van €277 voor het oudste kind en €255 voor de jongste twee kinderen per maand. De moeder betoogde dat de vader niet-ontvankelijk was en stelde haar inkomensgegevens alsnog over.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is omdat hij zijn grondslag in hoger beroep heeft gewijzigd en dat een wijziging van omstandigheden, zoals inkomenswijzigingen van beide ouders, een herbeoordeling rechtvaardigt. De behoefte van de kinderen is vastgesteld op €350,84 per kind per maand in 2025.
Voor het oudste kind, dat uit huis geplaatst is, stelt het hof dat de kosten die de vader maakt moeten worden aangetoond en dat de alimentatie daarvoor niet wordt aangepast. Voor de andere twee kinderen wordt de draagkracht van beide ouders berekend, rekening houdend met het inkomen, toeslagen en zorgkorting. De moeder moet vanaf 9 december 2024 €156 en vanaf 1 november 2025 €139 per kind per maand betalen. De bijdrage voor het oudste kind blijft €3 per maand.