ECLI:NL:GHAMS:2025:3383
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.F. Miedema
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag van de moeder over minderjarigen na scheiding en ondertoezichtstelling
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 2 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van het gezag van de moeder over haar twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De rechtbank Noord-Holland had eerder op 16 april 2025 het gezag van beide ouders beëindigd en de William Schrikker Stichting belast met de voogdij. De moeder was het niet eens met deze beslissing en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, omdat de moeder niet in staat is gebleken om de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen te dragen. De moeder heeft in het verleden niet adequaat kunnen inspelen op de zorgbehoeften van [minderjarige 1], die kampt met PDD NOS en een verstandelijke beperking, en de samenwerking met de hulpverlening is moeizaam verlopen. Het hof heeft vastgesteld dat de aanvaardbare termijn voor de moeder om zorg te dragen voor de opvoeding van beide kinderen is verstreken. De belangen van de kinderen vereisen dat de GI de voogdij over hen behoudt, zodat belangrijke beslissingen over hun toekomst zonder vertraging kunnen worden genomen. De beslissing van het hof is in overeenstemming met artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek, dat de beëindiging van het gezag van een ouder mogelijk maakt indien de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd.