ECLI:NL:GHAMS:2025:3336

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
23-001424-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake medeplichtigheid aan de moord op Peter R. de Vries

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte, die was veroordeeld voor medeplichtigheid aan de moord op Peter R. de Vries. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. De zaak betreft de moord op de bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die op 6 juli 2021 in Amsterdam werd neergeschoten en op 15 juli 2021 overleed aan zijn verwondingen. De verdachte had zich aanvankelijk bereid verklaard om de moord uit te voeren, maar trok zich op de dag van de moord terug. Hij had echter de wapens en een Google Pixel telefoon, die bij de moord werden gebruikt, aan de daadwerkelijke schutter overgedragen. Het hof oordeelde dat de verdachte medeplichtig was aan de moord, omdat hij opzettelijk middelen had verschaft die bij de uitvoering van de moord zijn gebruikt. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet de intentie had om de moord uit te voeren en dat hij zich had teruggetrokken. Het hof oordeelde echter dat zijn handelen, door de wapens en telefoon te verstrekken, een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de moord. De verdachte werd ook vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, omdat niet bewezen kon worden dat hij deel uitmaakte van een organisatie met het oogmerk om misdrijven te plegen. De benadeelde partij, de partner van de overledene, diende een vordering tot schadevergoeding in, die gedeeltelijk werd toegewezen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001424-24
datum uitspraak: 11 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 71-208868-22 en 09-201023-20 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 en 24 oktober 2024, 6, 7, 8, 9, 29 en 30 oktober 2025 en 11 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadslieden en de advocaten van de benadeelde partij en de spreekgerechtigde nabestaanden naar voren hebben gebracht.

2.Ontvankelijkheid van de verdachte en het openbaar ministerie in hoger beroep

Aan [verdachte] is onder feit 4 ten laste gelegd dat hij op 26 september 2022 in Polen opzettelijk 73,53 gram amfetamine aanwezig heeft gehad. In het vonnis van de rechtbank van 12 juni 2024 is het openbaar ministerie ten aanzien van dit feit niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, omdat – samengevat – Nederland volgens de rechtbank geen rechtsmacht heeft.
Zowel het openbaar ministerie als [verdachte] heeft op 24 juni 2024 onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
In een brief van 12 december 2024 heeft het openbaar ministerie te kennen gegeven geen bezwaren meer te hebben tegen de beslissing van de rechtbank met betrekking tot feit 4. Ter terechtzitting in hoger beroep van 9 oktober 2025 heeft de advocaat-generaal dit standpunt herhaald en het hof verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde hoger beroep ten aanzien van feit 4. De verdediging heeft ook geen bezwaren aangevoerd tegen de beslissing van de rechtbank met betrekking tot feit 4.
Het hof is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met een nader onderzoek naar feit 4. [verdachte] en het openbaar ministerie worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep ten aanzien van dit feit. Dit betekent dat het oordeel van de rechtbank over dit feit blijft staan en in hoger beroep niet meer aan de orde is.

3.Tenlastelegging

De tenlastelegging is door de rechtbank en in hoger beroep gewijzigd. Na deze wijzigingen en voor zover in hoger beroep nog aan de orde, is aan de verdachte (samengevat) tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op 5 en 6 juli 2021 in Nederland in vereniging medeplichtig is geweest aan het medeplegen van de moord op Peter R. de Vries op 6 juli 2021 te Amsterdam, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
1. subsidiair
hij op 5 en 6 juli 2021 in Nederland in vereniging opzettelijk goederen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad ter voorbereiding van de moord op Peter R. de Vries, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
2.
hij op 5 en/of 6 juli 2021 in Nederland in vereniging een pistoolmitrailleur van het merk Heckler & Koch, type MP-5K, een getransformeerd pistool van het merk Zoraki, type 917, en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, welk feit al dan niet is begaan met een terroristisch oogmerk;
3. primair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk);
3. subsidiair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 van dit arrest en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vonnis van de rechtbank

Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere strafoplegging komt.

5.Onderzoeken Iraklia en Hendon

Op 6 juli 2021 werd Peter R. de Vries neergeschoten in het centrum van Amsterdam. Op 15 juli 2021 overleed hij aan zijn verwondingen.
Binnen een uur na de moordaanslag zijn de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aangehouden. Het opsporingsonderzoek naar hun betrokkenheid betreft het onderzoek Iraklia. Niet veel later is ook een onderzoek gestart naar mogelijk andere betrokkenen. Dat betreft het onderzoek Hendon. Naar aanleiding van dat onderzoek zijn op een veel later moment de medeverdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3] aangehouden.
De rechtbank heeft uiteindelijk – nadat het onderzoek ter terechtzitting tegen de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] bijna was afgerond – de zaken tegen alle verdachten tegelijkertijd behandeld. De strafzaken tegen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hebben daardoor wel extra lang geduurd. De rechtbank heeft de dossiers samengevoegd en ook processen-verbaal van de zittingen van de rechtbank over en weer gevoegd in de zaken tegen de verschillende verdachten. Het hof heeft dus de beschikking over één dossier. Op grond daarvan verwijt het openbaar ministerie de verdachten op verschillende manieren betrokkenheid bij de moord op De Vries en deelneming aan een criminele organisatie.
In hoger beroep heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte medeplichtig is geweest aan de moord op De Vries en dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van zware geweldsmisdrijven, waaronder moord.
Het hof zal de vraag moeten beantwoorden of de verdachte daarvoor moet worden veroordeeld.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten (ook) met naam genoemd.

6.Beoordeling van het bewijs

6.1
Identificatie telefoonnummers
In het dossier zijn verschillende telefoons en telefoonnummers beschreven. Uit de bewijsmiddelen volgt welke telefoon en welk telefoonnummer, op welk moment, in gebruik was bij een verdachte.
Het hof stelt vast dat de navolgende telefoonnummers en Matrix id-nummers in gebruik waren bij de daarachter genoemde verdachten. Hiertegen is geen verweer gevoerd.
  • [telefoonnummer 1] in gebruik bij [medeverdachte 9] ;
  • [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [medeverdachte 9] ;
  • [telefoonnummer 3] in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
  • [telefoonnummer 4] in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
  • [telefoonnummer 5] in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
  • [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [medeverdachte 2] ;
  • [telefoonnummer 6] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
  • [telefoonnummer 7] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
  • [telefoonnummer 8] (Matrix-id) in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
  • [telefoonnummer 9] in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
  • [telefoonnummer 10] (Matrix-id) in gebruik bij [medeverdachte 1] ;
  • [telefoonnummer 11] in gebruik bij [verdachte] ;
  • [telefoonnummer 12] in gebruik bij [verdachte] ;
  • [telefoonnummer 2] (Matrix id) in gebruik bij [verdachte] .
6.2
Feiten en omstandigheden
RTL Boulevard is een televisieprogramma dat elke werkdag van 18.35 tot ongeveer 19.30 uur wordt opgenomen en live op de televisie wordt uitgezonden. De studio van RTL Boulevard ligt aan het Leidseplein in Amsterdam. De achteruitgang ligt aan de Lange Leidsedwarsstraat. Tegenover deze uitgang ligt de nooduitgang van een McDonalds. Deze McDonalds is gevestigd aan de Leidsestraat. Peter R. de Vries was zeer regelmatig te gast bij RTL Boulevard. Op dinsdag 6 juli 2021 is De Vries rond 19:30 uur kort na een gastoptreden bij RTL Boulevard neergeschoten op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam. Hij verliet kort daarvoor de studio van RTL Boulevard via de achteruitgang. De Vries was op weg naar zijn auto die geparkeerd stond in parkeergarage De Hoofdstad. Op 15 juli 2021 is De Vries aan zijn schotverwondingen overleden.
De Vries was een bekende misdaadverslaggever. Ook stond hij als adviseur en vertrouwenspersoon de kroongetuige bij in het Marengo proces.
Het hof heeft het hierna over de moord op De Vries, omdat uit de bewijsvoering blijkt van een vooropgezet plan om De Vries van het leven te beroven, en daarmee van voorbedachte raad.
Op grond van de inhoud van het dossier en wat ter terechtzitting is besproken stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast die voor de beoordeling van de beschuldiging relevant zijn.
Gebeurtenissen voorafgaand aan de moord op De Vries
April 2021 – [medeverdachte 1] zoekt mensen om een journalist te volgen en dood te schieten
Uit de verklaring van de getuige 5089 volgt dat hij van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat [medeverdachte 1] vanaf april 2021 op zoek was naar een journalist en iemand om die journalist dood te schieten. Vanaf mei 2021 werden er foto’s van de journalist gemaakt en werd er achter hem aangereden. [medeverdachte 1] heeft dit aan de getuige 5089 gevraagd en ook aan de [getuige] . Vanaf juni 2021 was [medeverdachte 2] bezig met het volgen van de journalist om hem dood te schieten. [medeverdachte 1] zou dit doen voor ‘oom’, een Marokkaanse man voor wie hij werkte en die in de gevangenis zat. De journalist moest worden doodgeschoten omdat hij samenwerkte met de kroongetuige in een zaak tegen de Marokkaanse man. Daarvoor hadden ze de broer van de kroongetuige doodgeschoten en nu zou de journalist aan de beurt zijn.
De [getuige] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem, ongeveer twee maanden voordat De Vries is neergeschoten, heeft gevraagd om een paar foto’s te maken van een meneer die uit een kantoorpand kwam. De [getuige] kwam er later achter dat het om De Vries ging. Nadat De Vries was neergeschoten, heeft hij van [medeverdachte 1] gehoord wat er is gebeurd (het hof begrijpt: dat [medeverdachte 1] betrokken was bij de moord). [medeverdachte 1] liep ermee te pronken, en ook over de man voor wie hij werkte en die hij ‘oom’ noemde.
21 tot en met 28 juni 2021 – [medeverdachte 2] moet De Vries doodschieten
De getuige 5089 heeft verklaard dat [medeverdachte 1] aan hem heeft verteld dat [medeverdachte 2] vanaf juni 2021 de journalist ging volgen om hem dood te schieten, maar dat hij waarschijnlijk bang was en dat [medeverdachte 1] iemand anders moest vinden. [medeverdachte 2] moest toen als chauffeur rijden.
[medeverdachte 2] heeft op de terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 21, 23, 24, 25, 27 en 28 juni 2021 in Amsterdam aanwezig was om De Vries te doden en dat hij in dat verband beschikte over vuurwapens en een Matrix telefoon. Hij heeft gedurende die tijd De Vries drie keer gezien en is achter De Vries aangelopen nadat De Vries de studio van RTL Boulevard verliet. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat hij niet de schutter wilde zijn, maar dat hij zich niet terug mocht trekken.
Bevindingen met betrekking tot de Renault Kadjar
Tussen 19 en 20 juni 2021 is een zilvergrijze Renault Kadjar met [kenteken 1] in Hoofddorp gestolen.
Deze Renault Kadjar heeft een infotainmentsysteem dat wordt ingeschakeld zodra het contact van de auto wordt ingeschakeld. Uit dit infotainmentsysteem blijkt dat de auto op verschillende tijdstippen tussen 21 en 27 juni 2021 is gestart. De auto staat dan telkens onder bereik van zendmasten die dekking geven aan de [adres 1] in Utrecht.
Op 27 juni 2021 is de auto om 01:52 uur gestart. De auto staat op dat moment nog steeds onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] in Utrecht. Om 02:12 uur staat het nummer van [persoon 1] , en om 02:29 uur het nummer van [medeverdachte 1] , ook onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] . [persoon 1] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 1] jeugdvrienden zijn.
Op 3 juli 2021 om 16:41 uur is het [kenteken 2] van een Renault Kadjar bevraagd door een politieambtenaar die zich op dat moment op de [adres 1] bevond.
Op 6 juli 2021 worden [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] aangehouden in de Renault Kadjar. Dit betreft de Renault Kadjar die rond 20 juni 2021 is gestolen in Hoofddorp. De Renault Kadjar is op dat moment voorzien van vervalste kentekenplaten met [kenteken 2] . Op de valse kentekenplaten zijn vingerafdrukken van [persoon 1] aangetroffen.
Het hof stelt vast dat de Renault Kadjar die rond 20 juni 2021 in Hoofddorp is gestolen, is ‘koud gezet’ op de [adres 1] in Utrecht en daarna is voorzien van de valse kentekenplaten.
5 juli 2021 – de dag voor de moord op De Vries
[medeverdachte 2] en [verdachte] rijden naar Alphen aan den Rijn om wapens te halen
Op 5 juli 2021 om 14:48 uur ontvangt [medeverdachte 1] van [persoon 3] een SMS-bericht met het telefoonnummer van [verdachte] . [verdachte] woonde op dat moment op de [adres 2] te Rotterdam.
Om 15:20 uur wordt de auto van [persoon 2] geregistreerd op de [adres 3] in Rotterdam in de richting van [adres 6] en één minuut later straalt het nummer van [persoon 2] een zendmast aan die dekking geeft aan de [adres 3] . Om 15:23 uur straalt het nummer van [medeverdachte 1] een zendmast aan in diezelfde omgeving en om 15:35 uur straalt het nummer van [medeverdachte 1] een zendmast aan die dekking geeft aan de [adres 2] in Rotterdam.
Om 16:05 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] een SMS-bericht met als inhoud: ‘ [adres 1] ’. Om 16:51 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Op dat moment maken beide nummers gebruik van zendmasten die dekking geven aan de [adres 1] in Utrecht. Om 16:56 uur wordt [persoon 2] gebeld en op dat moment staat zijn nummer eveneens onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] in Utrecht.
Om 17:01 uur wordt de Renault Kadjar gestart. Op dat moment staat de auto onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 1] .
Om 17:09 uur begint een chatgesprek tussen de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer eindigend op *1212 en de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer eindigend op*4299, waarvan het hof heeft vastgesteld dat deze bij [medeverdachte 1] in gebruik was. De volgende chatberichten – die zijn vertaald vanuit het Pools naar het Nederlands – worden op 5 juli 2021verstuurd:
17:06 uur
*1212:
Oké
17:10 uur
*1212:
Ik weet alles
17:17 uur
*1212:
Stuur me de foto’s
Allemaal
17:21 uur
*1212:
Van die lul
17:34 uur
*1212:
We zijn al aan het rijden
In de Google Pixel telefoon met het Matrix id-nummer eindigend op *1212 zijn drie fotobestanden aangetroffen waarop De Vries is te zien. Deze fotobestanden hebben de tijdstempels: 5 juli 2021 om 17:24 uur.
Op 5 juli 2021 om 17:38 uur maakt de Renault Kadjar een snelheidsovertreding op de N11 in Alphen aan den Rijn.
Het chatgesprek gaat verder. Er worden onder meer de volgende berichten verstuurd:
18:25 uur
*1212
We zijn er
18:34 uur
18:38 uur
18:43 uur
*1212
[medeverdachte 1]
[Ik] ga er naartoe
Maatje [ga] naar Golf 4 een zwarte zal [er] in zitten
[bedrijf]
18:44 uur
[medeverdachte 1]
Zilverkleurige Golf 4
18:49 uur
*1212
Ik zie
18:52 uur
[medeverdachte 1]
Maak in de auto een foto van wat je gekregen hebt
18:55 uur
[medeverdachte 1]
Maatje die ene is er niet jullie moeten morgen daar naar toe
18:55 uur
[medeverdachte 1]
Het wapen naar huis brengen en de auto achterlaten
18:58 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme maar je moet niet met het wapen spelen
18:58 uur
[verdachte] :
Ik weet het
19:05 uur
[verdachte]
Luister er is geen demper
19:06 uur
[verdachte]
Kun je niet voor morgen regelen?
De Vries was op maandag 5 juli 2021 niet in de uitzending van RTL Boulevard.
[verdachte] heeft op terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 5 juli 2021 is benaderd met de vraag of hij geld wilde verdienen voor een klus. Hij is die dag met een auto opgehaald vlakbij zijn woning in Rotterdam. In de auto is hem verteld dat de klus een liquidatie betrof. Hij ontving een Google Pixel telefoon met een pincode en een wachtwoord. In Utrecht is hij overgestapt in een andere auto. In deze auto zat één ander persoon die de auto bestuurde. Het was de bedoeling dat de liquidatie op 5 juli 2021 zou plaatsvinden. Hij is vervolgens met die andere persoon naar een plek gereden om wapens op te halen. Nadat de wapens in de auto lagen, heeft hij de Google Pixel telefoon gebruikt. Hij kreeg een bericht dat de liquidatie die dag niet doorging. Hij is naar huis gebracht en heeft de telefoon en de vuurwapens meegenomen. De dag daarop zou hij weer opgehaald worden om de liquidatie alsnog uit te voeren.
De getuige [persoon 2] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] (het hof begrijpt op 5 juli 2021) naar Rotterdam is gereden en dat zij daarna een Pool (het hof begrijpt: die in Rotterdam is ingestapt) hebben afgezet in Utrecht.
[medeverdachte 2] heeft op de terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 5 juli 2021 naar Alphen aan den Rijn is gereden om wapens op te halen. Hij zou vervolgens met iemand naar Amsterdam rijden, maar kreeg onderweg de opdracht dat het niet meer hoefde. Hij heeft de persoon toen afgezet en is met de auto naar Tiel gereden.
Het hof leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] na het afhaken van [medeverdachte 2] als schutter de opdracht heeft gekregen De Vries dood te schieten. Hij is door [medeverdachte 1] en [persoon 2] van Rotterdam naar de [adres 1] in Utrecht gebracht. Onderweg heeft [verdachte] van [medeverdachte 1] de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *1212 gekregen. In Utrecht is [verdachte] overgestapt in de gestolen Renault Kadjar die door [medeverdachte 2] werd bestuurd. [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens naar Alphen aan den Rijn gereden om vuurwapens op te halen. Tijdens de reis onderhield [medeverdachte 1] contact via de Google Pixel telefoon eindigend op id-nummer *4299 en gaf hij instructies. Het was de bedoeling om met de in Alphen aan den Rijn opgehaalde vuurwapens De Vries dood te schieten. Dat ging niet door omdat De Vries die dag niet bij RTL Boulevard te gast was.
6 juli 2021 - de dag van de moord op De vries
[verdachte] trekt zich terug als schutter en [medeverdachte 1] vindt iemand anders
Op 6 juli 2021 om 10:21 uur start het chatgesprek tussen de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *1212, op dat moment in gebruik bij [verdachte] , en de Google Pixel telefoon met Matrix id-nummer *4299, in gebruik bij [medeverdachte 1] . De volgende berichten worden verstuurd:
10:21 uur
[verdachte]
Laat die vent [in het Pools: ‘ziomek’ – betekent letterlijk landgenoot] eerder komen
10:22 uur
[verdachte]
Zonder de uitlaatdemper is het een zeer linke boel het gaat zo tekeer dat de hele stad aan het trillen is
10:36 uur
[medeverdachte 1]
Hahaha maatje hij zal komen
Je kunt je nu niet terugtrekken
10:39 uur
[verdachte]
Je hebt helemaal niet gezegd dat dit het centrum is ik ben niet wanhopig als iets doen dan goed laat hem komen ik zal dit allemaal aan hem geven en kom even langs om te praten als je wilt ik zal je alles vertellen hoe het eruit ziet
10:50 uur
[medeverdachte 1]
Maatje ben je nu aan het dollen
10:50 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme volgens mij wil je dat ze mij gaan gaan afschieten
10:53 uur
[verdachte]
Wat zeg je nou laat die vent [in het Pools: ‘ziomek’, betekent letterlijk: ‘landgenoot’] even langskomen hij wilde hij heeft slechts een chauffeur nodig dit moet anders gedaan worden zoals ik [het zie] nou zoals nu is het met alle zekerheid de gevangenis dit zeg ik eerlijk tegen je bek
10:54 uur
[verdachte]
Ik ben daar nergens aan geweest alles is zoals het was het mobieltje zal ik ook aan hem geven
10:58 uur
[medeverdachte 1]
Verdomme ik wist dat het zo zou gaan wat een tering zooi
Om 11:38 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 9] en vindt er een gesprek van 106 seconden plaats. Het nummer van [medeverdachte 1] staat op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan zijn woonadres in [woonplaats] . Het nummer van [medeverdachte 9] staat op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan zijn verblijfadres in Rotterdam.
Het chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] vervolgt:
11:42 uur
[medeverdachte 1]
Ben je er
11:43 uur
11:44 uur
[medeverdachte 1]
Ik heb iemand die het gaat doen
Verdomme ik heb iemand gevonden die het gaat doen
11:45 uur
[verdachte]
Bek maar ik zeg het eerlijk tegen je het zou goed zijn als je een uitlaatdemper zou regelen
11:46 uur
[medeverdachte 1]
Jajaja de pot op
Ik heb iemand anders
Die dat gaat doen
11:46 uur
[verdachte]
Ik ben thuis
11:46 uur
[medeverdachte 1]
Maar je moet niet slapen
Hij zal het komen halen
11:46 uur
11:47 uur
[verdachte]
Geef een seintje
Ik zal wachten
13:21 uur
[medeverdachte 1]
Ben je er
13:43 uur
[verdachte]
Ik ben er
Ik ben aan het wachten
Ik was aan het douchen
14:55 uur
[medeverdachte 1]
Ik zal daar zijn vóór 4 [uur]
De auto van [persoon 2] wordt om 16:25 uur geregistreerd op de [adres 4] in Rotterdam.
Op 6 juli 2021 om 14:54 uur stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] een SMS-bericht met de tekst ‘ [adres 5] Rotterdam’. [medeverdachte 1] heeft eerder die dag, om 13:26 uur, een bericht met daarin dit adres ontvangen van het nummer van [persoon 3] . Het adres is vlakbij de woning van [verdachte] .
Om 15:02 uur wordt de Renault Kadjar gestart, die op dat moment een zendmast in Tiel aanstraalt die gedeeltelijk hetzelfde dekkingsgebied heeft als de zendmast waar het nummer van [medeverdachte 2] om 14:53 uur aanstraalt. Om 16:09 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Op dat moment staat het nummer van [medeverdachte 2] onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] in Rotterdam. Eén van de laatste bestemmingen ingevoerd in het Automotive systeem van de Renault Kadjar is het adres [adres 6] in Rotterdam. Om 16:29 uur staat de Renault Kadjar onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] en het [adres 6] in Rotterdam.
De Google Pixel telefoon waarmee [verdachte] communiceert start een datasessie. De volgende berichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] worden verstuurd:
16:02 uur
[verdachte]
Moet ik al naar buiten komen
16:03 uur
[medeverdachte 1]
nee
Blijf wachten
Ik ben er bijna
16:03 uur
[verdachte]
Kom naar dezelfde [plaats] als gisteren
16:05 uur
[verdachte]
Mocht er iets zijn dan zal ik naar buiten komen, nou ja [persoon 3] heeft je het adres gestuurd, de flat ernaast
16:05 uur
[medeverdachte 1]
Oké
16:05 uur
[verdachte]
Moet ik hem die telefoon geven
16:06 uur
[verdachte]
ook?
16:06 uur
[medeverdachte 1]
Ja
16:06 uur
[verdachte]
Oké stuur mij dan een berichtje als ik naar buiten moet komen
16:15 uur
[medeverdachte 1]
Waar is de benzine
16:15 uur
[verdachte]
In de auto
16:16 uur
[verdachte]
Moet dit allemaal meegenomen worden
16:17 uur
16:18 uur
[medeverdachte 1]
Ja maar blijf wachten
Ik zal je een berichtje sturen over hoeveel [tijd] je naar buiten moet komen
16:24 uur
[medeverdachte 1]
Die vent [letterlijk: 'landgenoot’] staat daar waar hij met hem had afgesproken
Gisteren
Op de hoek
16:25 uur
[verdachte]
Oké
Ik ga lopen
Moet ik alles aan hem geven
Met de telefoon?
16:25 uur
[medeverdachte 1]
Tal [geen bestaand Pools woord, had vermoedelijk moeten zijn: ‘ Tak’ - betekent: ‘Ja’]
En zeg ook wat het wachtwoord is
16:28 uur
[medeverdachte 1]
Ben je al met hem
Ik heb 3 minuten
16:32 uur
[medeverdachte 1]
Waar zijn jullie verdomme
Er is geen tijd
Om 16:33 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] . Beide nummers staan op dat moment onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] . Het nummer van [medeverdachte 9] staat om 16:41 uur eveneens onder bereik van een zendmast die dekking geeft aan de [adres 2] en het [adres 6] in Rotterdam.
Om 16:49: uur, wordt de Renault Kadjar geregistreerd op de [adres 4] in Rotterdam en vervolgens om 16:51 uur in de Maastunnel.
[verdachte] heeft verklaard dat hij op 6 juli 2021 in de ochtend met de Google Pixel telefoon een bericht heeft gestuurd waarin hij zich terugtrok als schutter. Hij moest de Google Pixel telefoon en vuurwapens toen teruggeven en heeft deze naar de auto gebracht.
De getuige [persoon 2] heeft verklaard dat hij op de dag van de moord [medeverdachte 1] heeft opgehaald en dat ze naar het huis van ‘ [medeverdachte 9] ’ zijn gegaan in Rotterdam, waar zij [medeverdachte 9] hebben opgehaald. Mensen noemen [medeverdachte 9] op straat ‘Demper’. [persoon 2] heeft [medeverdachte 9] van een foto herkend als de door hem bedoelde ‘Demper’. Vervolgens hebben zij met z’n drieën een kort ritje in Rotterdam gereden en daarna zijn [medeverdachte 1] en ‘Demper’ uitgestapt. [medeverdachte 1] is later weer bij hem ingestapt en toen zijn zij naar Tiel gegaan.
De bijnaam van [medeverdachte 9] is Demper.
Het hof stelt vast dat, nadat [verdachte] zich terug had getrokken als schutter, [medeverdachte 1] een andere schutter heeft gevonden: [medeverdachte 9] . [medeverdachte 1] is vervolgens met [persoon 2] meegereden naar Rotterdam. In Rotterdam hebben zij [medeverdachte 9] opgehaald en naar de omgeving van de [adres 2] en het [adres 6] gebracht. [medeverdachte 2] is met de gestolen Renault Kadjar ook naar de omgeving van de [adres 2] en het [adres 6] gereden. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben elkaar daar ontmoet. [verdachte] heeft de Google Pixel-telefoon en de wapens aan [medeverdachte 2] gegeven. [medeverdachte 9] , zoals ook volgt uit de hierna te noemen feiten en omstandigheden, is bij [medeverdachte 2] in de Renault Kadjar gestapt.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] gaan met de Renault Kadjar naar Amsterdam
Het chatgesprek tussen de beide Google Pixel telefoons gaat door. Het chatgesprek wordt zowel in de Poolse taal als de Nederlandse taal gevoerd. De Poolse berichten met nummer *1212 worden verstuurd door [medeverdachte 2] , zoals hij zelf heeft verklaard. De Nederlandse berichten door [medeverdachte 9] , concludeert het hof. In het gesprek worden de volgende berichten verstuurd, waarbij de Poolse berichten zijn vertaald naar het Nederlands.
Berichten in de Poolse taal
16:43 uur
[medeverdachte 1]
Geef hem de telefoon
Laat hem foto’s maken
Van het wapen/de wapens
En dat jullie de snelweg op gereden zijn
16:43 uur
[medeverdachte 2]
In de kofferbak
Ik ga zo direct ergens stoppen
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Geef hem de telefoon
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Ik zal het aan hem uitleggen
Berichten in de Nederlandse taal
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Bro
Pak tel ff
16:44 uur
[medeverdachte 9]
Yo
16:44 uur
[medeverdachte 1]
Hij laat je zo zien waar die gaat wachten
Op je en van waar die man komt
16:45 uur
[medeverdachte 1]
Daar moet je hem doen
Maar echt doen bro
16:45 uur
[medeverdachte 9]
Ahaha komt goed komt goes
16:45 uur
[medeverdachte 1]
Leeg die ding op hem
16:47 uur
[medeverdachte 9]
Komt goed
16:47 uur
[medeverdachte 1]
Je gaat met die glock doen toch
16:47 uur
[medeverdachte 9]
Jaman
16:58 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries
16:59 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries
Deze hond
Moet je hebben
16:59 uur
[medeverdachte 9]
Siii
16:59 uur
[medeverdachte 1]
Aub doe het goed
Geld is er
Je krijg miss extra als je goed doet
16:59 uur
[medeverdachte 9]
Geen stress bro
17:00 uur
[medeverdachte 1]
Knal op zijn hoofd
17:00 uur
[medeverdachte 9]
Jaman KKK hard
17:00 uur
[medeverdachte 1]
Paar keer
17:00 uur
[medeverdachte 9]
Ahahahah
17:07 uur
[medeverdachte 9]
die waggie
Gaat later brande toch
17:07 uur
[medeverdachte 1]
Ja
Daar is benziwn
17:12 uur
[medeverdachte 1]
Zeg die pool jullie met 2 beter
17:14 uur
[medeverdachte 1]
Zeg tegen hem jullie mets 2 doen beter
Dan zeker lukken
17:14 uur
[medeverdachte 9]
Op hem knalle
17:15 uur
[medeverdachte 9]
ik doe hem solo bro
Ik finish dit
17:32 uur
[medeverdachte 1]
Aub verpest niet
17:33 uur
[medeverdachte 1]
Helemaal leeg
17:34 uur
[medeverdachte 9]
Broo ik schiet die kk ding helemaal door ze kk lichaam heen die vieze kk Hoer hoofd alles laat hem daar Al's been sletje achter
17:35 uur
[medeverdachte 9]
I love this
17:36 uur
[medeverdachte 1]
Zeg tegen die pool hij moet je alles laten zien
17:36 uur
[medeverdachte 9]
Afbeelding van een verkeersbord op de A4
17:37 uur
[medeverdachte 1]
Is niet beter als jullie samen doen
17:38 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker dat je lukt alleen
17:39 uur
[medeverdachte 9]
Kan maar die andere is opvallen moete slim zijn
17:40 uur
[medeverdachte 9]
Ik Ben snel bro voordat ze door hebbr Ben ik alang weg
17:42 uur
[medeverdachte 9]
Ik twijfel niet
17:42 uur
[medeverdachte 1]
Is goed
17:44 uur
[medeverdachte 9]
Maakt he niet druk ik klik
die ding leeeeg
Uit de kentekenregistraties van de Renault Kadjar volgt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] vanaf 17:08 uur via de A13, de A4 en vervolgens de A10 van Rotterdam naar Amsterdam rijden. Om 17:43 uur is de eerste registratie in Amsterdam, waarna de Renault Kadjar meerdere registraties heeft in Amsterdam West.
17:47 uur
[medeverdachte 1]
Kan je die ding snel testen
17:48 uur
[medeverdachte 9]
we zijn nu Adam
17:49 uur
[medeverdachte 9]
Hij is schoon toch
17:49 uur
[medeverdachte 1]
Ja jr moet filmpje makken
Als je test
17:50 uur
[medeverdachte 1]
Laat die pool filmpje maken hoe jullie hem testen
17:50 uur
[medeverdachte 9]
Oke we moete ff goeie plek zoeke
17:58 uur
[medeverdachte 1]
Maak filmpje aub
Van
Dat je test die glock
17:58 uur
[medeverdachte 9]
Jaman komt goes bro
18:10 uur
[medeverdachte 9]
Ik heb op industries gestest
18:11 uur
[medeverdachte 9]
Deze diet trrr
Deze is goed
18:12 uur
[medeverdachte 9]
Kan me die andere niet vanuitcwaggie broe
Deze moet tege schouder
18:13 uur
[medeverdachte 1]
Kan wel
Hard vast houden
Hij moet filmen
18:14 uur
[medeverdachte 1]
Doe maar uit wagi
18:14 uur
[medeverdachte 9]
Al’s we plek hrbbr
Stuur ik je
18:24 uur
[medeverdachte 1]
Doe gwn uit ram
18:24 uur
[medeverdachte 9]
Jaman hebbe plek
Moment
18:26 uur
[medeverdachte 9]
Deze is niet goed
Gaan nog been x probere
Bro deze hapert
Bullet blijfen vastzitte
Op de Google Pixel telefoon waarmee [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] communiceerden, is een video aangetroffen met tijdstempel: 6 juli 2021 om 18:26 uur. Op de video is te zien hoe een persoon een MP5 van het merk Heckler & Koch vasthoudt, de loop uit het autoraam steekt en drie keer de trekker overhaalt. Te zien is dat het wapen niet vuurt. De persoon probeert hierna meermalen om het wapen af te vuren, maar het wapen vuurt niet.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het wapen heeft getest dat het niet bleek te doen.
Het chatgesprek vervolgt:
18:28 uur
[medeverdachte 1]
Ga naar doe plek
Rijden
Gelijk
18:28 uur
[medeverdachte 9]
Ja zijn omw
18:28 uur
[medeverdachte 1]
Heb die je laten zien
18:29 uur
[medeverdachte 1]
Waar hij gaat staan
18:30 uur
[medeverdachte 9]
We gaan daar nu heen
Gaat die allies uitleggen
18:37 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries in de live-uitzending van RTL Boulevard
Zeg tegen die pool
Hij is er
Zo zit die uit
18:38 uur
[medeverdachte 1]
Afbeelding: foto van Peter R. de Vries in de live-uitzending van RTL Boulevard
18:38 uur
[medeverdachte 9]
Hij zegt kan he pools naar hem schrijven
Berichten in de Poolse taal
18:40 uur
[medeverdachte 1]
Ga en laat het aan hem zien, dat is het beste
En kom terug naar de auro
auto
18:41 uur
[medeverdachte 1]
Bek misschien kunnen jullie hem met z’n tweeën doen
18:44 uur
[medeverdachte 2]
Het is onmogelijk
Want het zal ons niet lukken om te vluchten
Er is geen plek om de auto
te parkeren
18:44 uur
[medeverdachte 1]
Oké
Laat hem zien waar de mac is
18:45 uur
[medeverdachte 2]
Ja ik zal samen met hem [daarheen] lopen
18:45 uur
[medeverdachte 1]
Doe het zo dat het lukt
Laat hem alles zien
Zeg tegen hem dat hij niet bang moet zijn
Berichten in de Nederlandse taal
18:46 uur
[medeverdachte 9]
Neeman gap
Zijn niet bang
Zijn blij
18:46 uur
[medeverdachte 1]
Bro als hem zit gelijk doen
Gelijk
18:47 uur
[medeverdachte 9]
Ja nneef
Ik ga snel maccie
Op camerabeelden is te zien dat de Renault Kadjar om 18:47 uur de Prinsengracht op rijdt en wordt geparkeerd op een invalideparkeerplaats. [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] lopen over de Prinsengracht richting de Leidsestraat. Ze slaan linksaf de Leidsestraat in, lopen vervolgens langs de McDonalds en slaan de Lange Leidsedwarsstraat in. Zij lopen voorbij de achteruitgang van de studio van RTL Boulevard en kijken allebei tijdens het voorbijlopen in de richting van die uitgang. Zij lopen verder over de Lange Leidsedwarsstraat, langs parkeergarage De Hoofdstad en vervolgens via de Spiegelgracht terug naar de Renault Kadjar. Om 18:56 uur stappen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] in de Renault Kadjar.
Drie minuten later stapt [medeverdachte 9] uit de auto. Hij doet een schoudertas om en zet tijdens het weglopen een pet op. De Renault Kadjar rijdt weg richting de Spiegelgracht. [medeverdachte 9] loopt via de Leidsekruisstraat naar de Lange Leidsedwarsstraat. Vervolgens is te zien dat hij van het midden van de Lange Leidsedwarsstraat naar de rechterzijde van de straat loopt en uit beeld verdwijnt
Berichten in de Poolse taal
19:01 uur
[medeverdachte 2]
Ik ben er geweest om hem te voet daarheen te brengen
Ik heb hem alles laten zien
19:02 uur
[medeverdachte 2]
Hij is daar
Ik wacht op hem
19:02 uur
[medeverdachte 1]
Heb je tegen hem gezegd om hem naast de garage te doen
19:14 uur
[medeverdachte 2]
Het duurt een beetje lang voordat hij komt
19:15 uur
[medeverdachte 2]
Wanneer is het einde
Weet je [dat]
Ik ben rondjes aan het rijden om hem onderweg mee te nemen
19:15 uur
19:16 uur
[medeverdachte 1]
Blijf daar staan
Blijf daar staan
19:16 uur
[medeverdachte 2]
Ik ben er
19:16 uur
[medeverdachte 1]
Blijf wachten
Op camerabeelden is te zien dat de Renault Kadjar tussen 19:01 uur en 19:13 uur rondjes aan het rijden is en langs de hoek van de kruising tussen de Prinsengracht en de Spiegelgracht rijdt. Vervolgens is te zien dat de auto om 19:16 uur parkeert aan de linkerzijde van de Prinsengracht.
[medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 6 juli 2021 een rondje heeft gelopen door Amsterdam en dat hij daarbij langs de parkeergarage De Hoofdstad en de McDonalds is gelopen met de persoon die bij hem in de auto zat.
Neerschieten van de De Vries
Om 19:26 uur verlaat De Vries via de achteruitgang de studio van RTL Boulevard. Hij loopt door de Lange Leidsedwarsstraat in de richting van de Spiegelgracht.
Om 19:27 uur rijdt de Renault Kadjar weg vanaf de Prinsengracht in de richting van de Vijzelgracht.
Om 19:28 uur loopt De Vries over de Lange Leidsedwarsstraat. Op de camerabeelden is te zien dat vanaf de rechterzijde van de straat – op de plek waar De Vries net is gepasseerd en ter hoogte van de plek waar [medeverdachte 9] eerder uit het beeld was verdwenen – een persoon in het donker gekleed in beeld komt. De donker geklede persoon maakt met zijn rechterarm een beweging waarmee de elleboog omhoog komt. De donker geklede persoon loopt achter De Vries, in dezelfde richting als De Vries.
Op 6 juli 2021 om 19.28 uur is De Vries neergeschoten op de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam.
De donker geklede persoon rent weg in de richting van de Spiegelgracht.
Vlucht van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] en hun aanhouding
Om 19:28 uur rijdt de gestolen Renault Kadjar, vanuit de richting van de Vijzelgracht, over de Prinsengracht in de richting van de Spiegelgracht. Om 19:29 uur rijdt de auto over de Antiquairsbrug en slaat linksaf de Prinsengracht op.
Om 19:29 uur rent de donker geklede persoon uit de richting van de Spiegelgracht de Prinsengracht op.
Het chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] gaat als volgt verder:
Berichten in de Poolse taal
19:30 uur
[medeverdachte 1]
En wat is er
Is [hij] er nog steeds niet
Berichten in de Nederlandse taal
19:30 uur
[medeverdachte 9]
Bro ahahahah
19:31 uur
[medeverdachte 9]
Dwarfs door die kk hoofs rn lichaam
19:31 uur
[medeverdachte 1]
Echt
19:31 uur
[medeverdachte 9]
gelukt
Jaman
19:31 uur
[medeverdachte 1]
Zeker
19:31 uur
[medeverdachte 9]
Hij is doood
Kk dood
19:32 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
Hij is slaapnw
19:33 uur
[medeverdachte 9]
Bro die kogel gicbt dwars door ze hoofs 2 keer
Allies spoot
Kk mooi
die bloed iedereen gille
19:34 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
Is gelukt
19:34 uur
[medeverdachte 9]
Jaa bro
Hij bewoog niet niks meer
19:34 uur
[medeverdachte 1]
Hoeveel keer
19:35 uur
[medeverdachte 9]
4/5/x
hij slaapt maak he niet druk
19:35 uur
[medeverdachte 1]
Weet je zeker
19:36 uur
[medeverdachte 9]
Jaa bro Zn ogen lagen open
19:36 uur
[medeverdachte 1]
Heb je hem voor gedaan
Zijn jullie weg
19:37 uur
[medeverdachte 9]
Gewoon voor Zn auto
Ja richting snelweg
19:37 uur
19:37 uur
19:37 uur
[medeverdachte 1]
[medeverdachte 9]
[medeverdachte 1]
Diw platen weg doen auto in fik
Diw grote me neme
Waar moet die kleine
In water
19:39 uur
[medeverdachte 1]
Kleren ook in fik
19:46 uur
[medeverdachte 9]
Stuur die adrrss door naar mij aub
19:46 uur
[medeverdachte 1]
Welke
19:46 uur
[medeverdachte 9]
die nummer
Die ik jou vandaag gaf
19:47 uur
[medeverdachte 1]
[telefoonnummer 13]
Kan ze jullie Tiel brengen
19:48 uur
[medeverdachte 1]
Laat haar je Tiel brengen
19:49 uur
[medeverdachte 1]
Same met Die pool
19:50 uur
[medeverdachte 1]
En die platen trekken als je brand wago
Wacht ga naar die adrdsx van die polen
19:51 uur
[medeverdachte 1]
In rotje zeg tegen pool
19:51 uur
[medeverdachte 9]
oke
We gaan daar heen
19:52 uur
[medeverdachte 1]
Hij is niet thuis
19:53 uur
[medeverdachte 1]
Waar rijden jullie
19:54 uur
[medeverdachte 9]
Bij hoofdorp bihna
Bijna
19:59 uur
20:01 uur
20:04 uur
[medeverdachte 9]
[medeverdachte 1]
politir motor achtrt ons
We gaan gevouwt worde
Maak die twl van die pool kapot
En simkart opeten
20:13 uur
[medeverdachte 9]
Stopteke
20:14 uur
[medeverdachte 9]
Zorg voor me FAM
Beef gun alles
20:14 uur
[medeverdachte 1]
Doe twl uit
Het telefoonnummer [telefoonnummer 13] dat [medeverdachte 1] op verzoek van [medeverdachte 9] stuurt, is het telefoonnummer van de vriendin van [medeverdachte 9] .
Omstreeks 20:00 uur wordt de Renault Kadjar op de A4 gezien door een motoragent. De motoragent volgt de Renault Kadjar. Meerdere politievoertuigen sluiten hierbij aan. Omstreeks 20:15 uur wordt de Renault Kadjar ‘staande gehouden’. In de auto zitten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] . [medeverdachte 2] was de bestuurder en [medeverdachte 9] de bijrijder. Zij zijn beiden omstreeks 20:17 uur aangehouden.
De handen van zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 9] onderzocht op schotresten. Uit de conclusie van het NFI-rapport ‘Aanvullend schotrestenonderzoek’ leidt het hof af, mede gelet op de overige feiten en omstandigheden, dat op de handen van beide verdachte schotresten zijn aangetroffen.
[medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting in hoger beroep, als getuige, verklaard dat hij op 6 juli 2021 naar Rotterdam is gegaan en vervolgens met één persoon naar Amsterdam is gereden. Ze hebben de wapens getest. Hij heeft deze persoon de witte deur bij de McDonalds (het hof begrijpt: de achteruitgang van RTL Boulevard) en de parkeergarage laten zien. Nadat die persoon uit de auto is gestapt, liep de persoon terug en heeft [medeverdachte 2] op hem gewacht. De man is later weer in gestapt en op de snelweg zijn ze beiden aangehouden.
[medeverdachte 1] heeft ter zitting in eerste aanleg (waarvan het proces-verbaal in de zaken tegen de medeverdachten is gevoegd) verklaard dat hij berichten heeft verstuurd. Het hof begrijpt dat dit de berichten zijn met de Google Pixel telefoon met matrix-id *4299.
Getuige 5089 heeft verklaard dat [medeverdachte 1] hem heeft verteld dat [medeverdachte 9] degene is die geschoten heeft en dat [medeverdachte 9] na de moord op De Vries via de speciale telefoon aan [medeverdachte 1] heeft geschreven dat hij voor zijn familie moest zorgen.
In de Renault Kadjar aangetroffen goederen
De Renault Kadjar is door de politie doorzocht. In de auto lag achter de bestuurdersstoel een Louis Vuitton schoudertas. In de tas zat een bankpas op naam van de vriendin van [medeverdachte 9] en een Nederlandse identiteitskaart op naam van [medeverdachte 9] . In de tas is een getransformeerd gas- en alarmpistool van het merk Zoraki, model 917, dat was voorzien van een valse inscriptie ‘Glock 25’, aangetroffen. In de kamer van het wapen zat één patroon en in het patroonmagazijn zaten 6 patronen.
Achter de bijrijdersstoel is op de vloer een ‘Hoogvliet’ big shopper tas aangetroffen met daarin een patroonmagazijn gevuld met zeven patronen, geschikt voor de Zoraki, een machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5, en twee patroonmagazijnen met respectievelijk 25 en 21 patronen voor de MP5.
Op de patroonhouder van de Zoraki is een dactyloscopisch spoor aangetroffen dat overeenkomt met de linker duim van [medeverdachte 9] . Op de trekker, bij het handvat en van de zijkant en de onderzijde van de patroonhouder zijn DNA-mengprofielen van meerdere donoren verkregen. Het is respectievelijk circa 360 duizend, circa 170 duizend, meer dan 1 miljard en circa 5,8 miljoen keer waarschijnlijker dat – samengevat – dit mengprofiel wordt gezien wanneer [medeverdachte 9] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.
Op het extra patroonmagazijn geschikt voor de Zoraki, dat in de big shopper tas zat, is een DNA-mengprofiel verkregen. Het is circa 260 miljoen keer waarschijnlijker dat dit mengprofiel wordt gezien wanneer [medeverdachte 9] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is.
Op de plek waar De Vries is neergeschoten zijn vier hulzen aangetroffen. Deze hulzen zijn door het NFI vergeleken met de Zoraki. Op basis van het daarvan opgemaakte rapport concludeert het hof, mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden, dat in elk geval drie (AAJP0397NL, AAJP0398NL en AAJP0399NL) van de vier hulzen zijn verschoten met de Zoraki.
Achter het linkeroor van De Vries is een inschotwond en in de rechterwang is een metalen projectiel met een bijbehorend schotkanaal aangetroffen. Deze kogel is door het NFI onderzocht. Op basis van het daarvan opgemaakte rapport concludeert het hof, mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden, dat deze kogel is verschoten met de Zoraki.
15 juli 2021 – overlijden De Vries
Op 15 juli 2021 is De Vries aan zijn verwondingen overleden.
Conclusie
Op grond van de voorgaande onderzoeksbevindingen stelt het hof vast dat, nadat [medeverdachte 2] en [verdachte] zich hadden teruggetrokken als schutters, [medeverdachte 1] [medeverdachte 9] op 6 juli 2021 bereid heeft gevonden om De Vries te vermoorden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] zijn diezelfde dag in de Renault Kadjar met de Google Pixel telefoon en de op 5 juli 2021 in Alphen aan den Rijn door [verdachte] en [medeverdachte 2] opgehaalde vuurwapens naar Amsterdam gereden met het doel om De Vries dood te schieten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hebben de beide vuurwapens in opdracht van [medeverdachte 1] onderweg getest. In Amsterdam heeft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 9] laten zien waar De Vries vandaan zou komen en waar hij doodgeschoten moest worden. Ook dit gebeurde in opdracht van [medeverdachte 1] . Het hof stelt verder vast dat [medeverdachte 9] De Vries heeft neergeschoten met de in Alphen aan den Rijn opgehaalde Zoraki. [medeverdachte 9] heeft hiervan verslag gedaan aan [medeverdachte 1] . Hierna zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] Amsterdam uitgereden en was er contact met [medeverdachte 1] over waar zij naar toe moesten gaan. Zij zijn niet veel later op de snelweg aangehouden.
6.3
Getuige 5089
Het hof is behoedzaam omgegaan met de verklaring van getuige 5089. Het hof heeft de verklaringen van getuige 5089 vergeleken met andere onderzoeksbevindingen. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van getuige 5089, voor zover het hof die gebruikt voor het bewijs, steun vinden in andere bewijsmiddelen, zoals de verklaringen van [getuige] , [persoon 2] , [medeverdachte 2] en berichten in de Google Pixel telefoon.
6.4
Terroristisch oogmerk
Het hof is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat de moord is gepleegd met een terroristisch oogmerk, zodat hij van dat bestanddeel in de aan hem tenlastegelegde feiten zal worden vrijgesproken. Dat oordeel komt overeen met de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging.
6.5
Medeplichtigheid aan moord op De Vries (feit 1)
Standpunt van het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de moord op De Vries. [verdachte] was van plan om op 5 juli 2021 De Vries dood te schieten, hij heeft in dat verband de Google Pixel telefoon in beheer gekregen en is samen met [medeverdachte 2] in Alphen aan de Rijn de vuurwapens op gaan halen. Vervolgens heeft hij op 6 juli 2021, nadat hij zich had teruggetrokken als schutter, de wapens en telefoon doorgegeven aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] , de personen die klaarstonden om die dag De Vries dood te schieten. [verdachte] heeft er zo voor gezorgd dat de aanslag plaats kon vinden. Hij heeft als medeplichtige een wezenlijke bijdrage geleverd aan de moord.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van de medeplichtigheid aan de moord op De Vries. De verdediging heeft in dat verband gewezen op de verklaring die [verdachte] in hoger beroep heeft afgelegd. Uit die verklaring volgt dat [verdachte] een klus heeft aangenomen, zonder te weten wat die klus inhield. Hij is nooit van plan geweest de klus uit te voeren en hij zocht een manier om zich zonder gevaar voor hem en zijn familie terug te trekken. Die reden vond hij in het ontbreken van een geluidsdemper. Uit het dossier blijkt dat [verdachte] niet de persoon is die de Renault Kadjar heeft opgehaald en dat hij ook niet de persoon is die, in de auto naar Alpen aan den Rijn, gebruik heeft gemaakt van de Google Pixel telefoon. Ook was [verdachte] niet degene die in Alphen aan den Rijn de vuurwapens heeft opgehaald. [verdachte] heeft zich teruggetrokken en heeft de wapens en de telefoon, die hij mee naar huis had genomen, de volgende dag teruggegeven. De andere in de tenlastelegging genoemde feitelijke handelingen kunnen, niet worden bewezen. Door het teruggeven van de wapens en de telefoon aan een van de plegers van de moord op De Vries, is aan de oorspronkelijke situatie, waarbij die pleger al beschikte over de vuurwapens en de telefoon, niets veranderd. Met het teruggeven van de telefoon en de wapens heeft [verdachte] enkel het door hem zelf veroorzaakte nadeel tenietgedaan. Zijn handelen heeft geen daadwerkelijk voordeel voor de daders opgeleverd, waardoor geen sprake is van medeplichtigheid.
Juridisch kader
Medeplichtigheid aan door een ander gepleegd misdrijf is strafbaar gesteld in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel noemt twee vormen van medeplichtigheid: ‘behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf’ en ‘het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf’. De eerste vorm wordt ook wel de gelijktijdige medeplichtigheid genoemd en de tweede vorm wordt voorafgaande medeplichtigheid genoemd.
Gedragingen die na het misdrijf worden verricht, kunnen als zodanig geen medeplichtigheid opleveren. Wel kunnen gedragingen na het misdrijf bijdragen aan het bewijs dat de verdachte voorafgaand of gelijktijdig bij het misdrijf betrokken is geweest. Voor het overige zijn gedragingen verricht na het misdrijf, alleen strafbaar als een aparte strafbepaling daarin voorziet.
Volgens artikel 48 Sr is voor strafbare medeplichtigheid opzet vereist. Dit opzet van de verdachte moet gericht zijn op zijn handelingen als medeplichtige – het behulpzaam zijn bij of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen – en (in beginsel volledig) op het misdrijf dat de dader heeft gepleegd.
Voor de strafbaarheid van medeplichtigheid gelden dus drie voorwaarden: (i) de medeplichtige moet opzet hebben op zijn eigen bijdrage en op het misdrijf dat hij ondersteunt, (ii) hij moet daadwerkelijk hulp hebben verleend – hetzij voorafgaand aan hetzij tijdens het plegen van het misdrijf – en (iii) het misdrijf – dan wel een strafbare poging daartoe of strafbare voorbereiding daarvan – moet zijn gevolgd.
Oordeel van het hof
[verdachte] is op 5 juli 2021 benaderd om De Vries dood te schieten. Hij kreeg in verband daarmee de beschikking over een Google Pixel telefoon. Dezelfde dag is hij met [medeverdachte 2] in de Renault Kadjar van Utrecht naar Alphen aan de Rijn gereden om de vuurwapens op te halen. Het was de bedoeling dat de moord op 5 juli 2021 zou plaatsvinden. Nadat bleek dat De Vries niet te gast was bij RTL Boulevard heeft [verdachte] de telefoon en vuurwapens mee naar huis genomen. De dag erop zou hij weer opgehaald worden om de moord alsnog uit te voeren. Op 6 juli 2021 heeft [verdachte] zich in de ochtend teruggetrokken als schutter. Hij heeft vervolgens van [medeverdachte 1] gehoord dat er een nieuwe schutter was gevonden. [medeverdachte 1] stuurt hem immers om 11:44 uur een bericht dat hij iemand anders heeft gevonden die ‘het gaat doen’. Als de verdachte daarop laat weten dat het goed zou zijn om een ‘demper’ (waarmee [verdachte] volgens zijn eigen verklaring een geluidsdemper voor het vuurwapen bedoelde) te regelen, laat [medeverdachte 1] aan [verdachte] weten dat hij ‘de pot op kan’. Hij heeft iemand anders die het gaat doen. Ze spreken dan af dat hij (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ) het wapen zal komen halen. [verdachte] heeft hierna de vuurwapens en de Google Pixel telefoon aan [medeverdachte 2] gegeven. Uit het bewijs blijkt dus dat de verdachte wist van het plan om iemand te vermoorden. [verdachte] heeft door het afgeven van de telefoon en de wapens dan ook opzettelijk middelen verschaft die bij het plegen van de moord werden gebruikt en is op die manier medeplichtig geweest. Het feit dat [verdachte] zich daarvoor als schutter en (mede)pleger heeft teruggetrokken, maakt dat niet anders.
6.6
Deelname aan een criminele organisatie (feit 3)
Standpunt openbaar ministerie
Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Hij heeft met zijn handelingen op 5 en 6 juli 2021 een wezenlijke bijdrage aan deze organisatie geleverd en was zich ook bewust van het oogmerk van die organisatie, te weten moord en zware mishandeling.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat niet bewezen kan worden dat sprake is van een criminele organisatie en dat evenmin bewezen kan worden dat [verdachte] opzettelijk zou hebben deelgenomen aan zo’n organisatie. De verdediging wijst erop dat [verdachte] alleen op 5 en 6 juli 2021 in aanraking is gekomen met mogelijke leden van het samenwerkingsverband en dat uit het dossier niet blijkt dat [verdachte] wetenschap had van andere strafbare gedragingen.
Juridisch kader
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan een zogenoemde criminele organisatie gebruikt de rechter de volgende criteria (voor zover in deze strafzaak van belang).
Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Oordeel van het hof
Uit het beschikbare bewijs blijkt dat [verdachte] medeplichtig was aan de moord op De Vries. Er is geen concreet bewijs dat de verdachte heeft meegedaan met of een bijdrage heeft geleverd aan andere geweldsklussen.
Voor het bewijs dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie is nodig dat het samenwerkingsverband een zekere duurzaamheid heeft, voor het bewijs is niet vereist dat de deelname van de verdachte duurzaam was. De verdachte kan een kortere periode hebben deelgenomen aan de criminele organisatie. Voor die vaststelling is wel nodig dat de verdachte weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat er sprake is van een organisatie en dat die organisatie het plegen van de genoemde geweldsmisdrijven tot oogmerk heeft. Dat de verdachte wist dat sprake was van een criminele organisatie en dat daaraan meedeed kan het hof op grond van de dossierstukken echter niet vaststellen. Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van deelneming aan een criminele organisatie.

7.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.primair
[medeverdachte 2] , [medeverdachte 9] , en [medeverdachte 1] op 6 juli 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging, opzettelijk en met voorbedachten rade P.R. de Vries van het leven hebben beroofd, door met een vuurwapen in het hoofd van P.R. de Vries te schieten, ten gevolge waarvan P.R. de Vries op 15 juli 2021 is overleden, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 6 juli 2021 in Rotterdam opzettelijk middelen heeft verschaft door een getransformeerd pistool van het merk Zoraki, type 917 en een Google Pixel telefoon aan [medeverdachte 2] te geven;
2.
hij op 5 juli 2021 en 6 juli 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
  • een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistoolmitrailleur van het merk Heckler & Koch, type MP-5K, kaliber 9mm x 19,
  • een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd pistool van het merk Zoraki, type 917, kaliber 9mm kort,
  • munitie van categorie III onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 14 patronen van het kaliber 9mm kort en 46 patronen van het kaliber 9mm x 19.
Hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn opgenomen, die in een bijlage achter dit arrest zijn te vinden.

8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplichtigheid aan medeplegen van moord
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid en artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II onderdeel 2⸰ en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid en artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

9.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit.

10.Benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich bij de rechtbank in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 64.394,52. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en de oorspronkelijke vordering verminderd met € 5.000,00, door de post ‘toekomstige medische kosten/eigen risico’ niet langer te handhaven. De vordering tot schadevergoeding bedraagt in hoger beroep in totaal € 59.394,52 en bestaat uit de volgende posten:
-
immateriële schade (totaal)€ 57.500,00
a) affectieschade € 17.500,00
b) schokschade € 40.000,00
-
materiële schade (totaal)€ 1.894,52
a) kosten veiligheidsmaatregelen € 358,00
b) reiskosten € 814,11
c) eigen risico in verband met GGZ € 722,41
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen. De affectieschade is toegewezen tot een bedrag van € 17.500,00 en de schokschade tot een bedrag van € 20.000,00. De kostenpost ‘eigen risico in verband met GGZ’ van € 722,41 is volledig toegewezen als materiële schokschade. Voor het overige heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 58.222,41. De posten ‘kosten veiligheidsmaatregelen’ en ‘reiskosten’ komen niet voor toewijzing in aanmerking, maar de overige posten kunnen volgens de advocaat-generaal geheel worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft het hof verzocht om aan te sluiten bij het oordeel van de rechtbank en de schadevergoeding te matigen tot het bedrag dat door de rechtbank is toegewezen. De rechtbank heeft een bedrag van € 17.500,00 toegewezen aan affectieschade en een bedrag van € 20.000,00 aan schokschade.
Oordeel van het hof
Affectieschade
Artikel 51f lid 2 Sv bepaalt dat indien een benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit is overleden, de personen bedoeld in artikel 6:108 lid 1 tot en met 4 van het Burgerlijkwetboek (BW) zich kunnen voegen voor de in dat artikel genoemde vorderingen tot schadevergoeding.
Artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek (BW) biedt in lid 3 en 4 een recht voor vergoeding van immateriële schade die ‘naasten’ van het slachtoffer lijden in de vorm van affectieschade als gevolg van het overlijden van het slachtoffer. De wet noemt een beperkte kring van personen die voor affectieschade in aanmerking kunnen komen. De naasten die worden genoemd in artikel 6:108, vierde lid, onder a tot en met f, van het BW, kunnen aanspraak maken op vergoeding van affectieschade. Zij hebben daar recht op zonder dat zij verplicht zijn om de aard en de ernst van hun schade nader te motiveren. De hoogte van de schadevergoeding wordt bepaald op basis van wettelijk bepaalde standaardbedragen. Als iemand niet onder de in artikel 6:108, vierde lid, sub a tot en met f, van BW genoemde naasten valt, kan een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule van artikel 6:108, vierde lid, sub g, van het BW. In dat geval zal de benadeelde partij moeten stellen en onderbouwen dat sprake was van een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij toch voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komt.
Om op grond van deze (in wetsgeschiedenis als ‘hardheidsclausule’ aangeduide) bepaling als rechthebbende te worden aangemerkt, moet door die naaste een hechte affectieve relatie worden aangetoond, waarbij relevante factoren zijn: de intensiteit, aard en duur van de relatie.
Ten aanzien van [verdachte] is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de medeplichtigheid aan het medeplegen van de moord op De Vries. Daarmee staat vast dat De Vries is overleden ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor ook [verdachte] aansprakelijk is. Dat de verdachte geen pleger of medepleger was, maakt daarvoor geen verschil.
Door de benadeelde partij is gesteld dat zij en De Vries sinds 2015 een liefdesrelatie hadden en verloofd waren. Zij waren samen bezig met het schrijven van een boek over hun liefde, wilden verre reizen maken, hadden plannen voor de toekomst en waren op zoek naar een huis om in samen te gaan wonen. Zij heeft ter onderbouwing van haar stellingen de volgende stukken overgelegd:
  • enkele hoofdstukken uit het boek dat zij en De Vries aan het schrijven waren,
  • een e-mailbericht met daarin een verklaring van een vriend over de innige relatie tussen de benadeelde partij en De Vries,
  • een WhatsApp bericht aan een vriend waarin staat dat zij door De Vries ten huwelijk is gevraagd,
  • een WhatsApp bericht over het bezichtigen van een woning,
  • een condoleancekaartje van een makelaar en
  • een WhatsApp-gesprek van De Vries aan een vriend waarin hij schrijft hoe veel hij van haar houdt.
Het hof constateert dat de stellingen van de benadeelde partij met stukken zijn onderbouwd. De relatie begon in 2015. De benadeelde partij en De Vries hadden gezamenlijke plannen voor de toekomst. Zij wilden een boek schrijven, met elkaar reizen maken, trouwen en samenwonen. Door de verdediging zijn de specifieke feiten die de benadeelde partij heeft gesteld, niet betwist. Het hof is van oordeel dat daarmee voldoende is vast komen te staan dat sprake was van een sterke, langdurige en hechte affectieve relatie. Het hof is dan ook van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de benadeelde partij in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot De Vries stond dat uit eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij een ‘naaste’ is die recht heeft op affectieschade.
In het Besluit vergoeding affectieschade wordt deze schade – in het geval van de benadeelde partij – vastgesteld op een bedrag van € 17.500,00. Dit bedrag zal door het hof dan ook worden toegewezen als affectieschade.
Schokschade
Artikel 51 f lid 1 Sv bepaalt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding in het strafproces kan voegen als benadeelde partij.
Er bestaat ruimte voor vergoeding voor schade als iemand een ander door zijn onrechtmatige daad doodt (het primaire slachtoffer), en hij daarmee ook onrechtmatig handelt ten aanzien van degene bij wie de confrontatie met de daad of de gevolgen daarvan een hevige emotionele schok teweeg brengt (het secundaire slachtoffer).
Gezichtspunten die een rol spelen bij de beoordeling van de onrechtmatigheid jegens het secundaire slachtoffer zijn onder meer:
  • de aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed;
  • de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen is geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre dit onverhoeds was;
  • de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer.
Deze gezichtspunten moeten in hun onderlinge samenhang worden beschouwd, waarbij niet op voorhand aan een van deze gezichtspunten doorslaggevende betekenis toekomt.
Het recht op vergoeding van schade die is veroorzaakt door het onrechtmatig teweegbrengen van een hevige emotionele schok is beperkt tot de schade die volgt uit het veroorzaakte geestelijk letsel. Voor de toewijzing van schadevergoeding ter zake van dat geestelijk letsel is vereist dat het bestaan van dat geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld. Dit zal in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Als sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.
Een vordering tot vergoeding van schokschade is niet uitsluitend toewijsbaar als precies kan worden vastgesteld welk deel van het geestelijk letsel kan worden aangemerkt als schokschade en welk deel als affectieschade. De rechter moet bij samenloop van deze vormen van schade aan de hand van de omstandigheden van het geval naar billijkheid en schattenderwijs afwegen in hoeverre bij het bepalen van de hoogte van schokschade rekening wordt gehouden met affectieschade.
Door de benadeelde partij is gesteld dat sprake is geweest van een directe en onverhoedse confrontatie met de gevolgen van het bewezenverklaarde, hetgeen een hevige emotionele schok bij de benadeelde partij teweeg heeft gebracht, als gevolg waarvan zij posttraumatische stressklachten heeft ontwikkeld. Ter bevestiging hiervan heeft de benadeelde partij twee brieven van haar zorgverleners overgelegd.
De benadeelde partij heeft daarbij benadrukt dat affectieschade en schokschade twee zelfstandige schadevormen zijn, die wezenlijk van elkaar verschillen. Deze schadevormen moeten beiden zelfstandig worden gewaardeerd, zonder verrekening of beperking.
Het hof is van oordeel dat de vordering tot vergoeding van schokschade voldoende is onderbouwd. Daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen.
De Vries is rond 19:30 uur in het centrum van Amsterdam neergeschoten. De benadeelde partij is diezelfde avond in het ziekenhuis geconfronteerd met haar zwaargewonde partner. Hij lag met een schotwond in zijn hoofd en andere verwondingen op een brancard. Zij was tot het overlijden dagelijks bij hem in het ziekenhuis en leefde negen dagen lang tussen hoop en vrees, terwijl zij haar partner voor zijn leven zag vechten. De benadeelde partij heeft in het ziekenhuis afscheid moeten nemen en was aanwezig toen haar partner overleed. Ook na het overlijden is de benadeelde partij vaak geconfronteerd met de moord. Er was en is veel media-aandacht en er circuleren beelden op internet van haar neergeschoten partner liggend op straat.
Uit de brieven van de zorgverleners volgt dat bij de benadeelde partij angstklachten zijn ontstaan na de moord op haar partner. De praktijkondersteuner vermoedt dat sprake is van een posttraumatische stressstoornis en heeft de benadeelde partij doorverwezen naar een gespecialiseerde praktijk. De klinisch psycholoog heeft schriftelijk bevestigd dat de benadeelde partij onder behandeling is en EMDR therapie volgt vanwege rouw in combinatie met een posttraumatische stressstoornis die is ontstaan naar aanleiding van de moord op haar partner.
Uit het voorgaande volgt genoegzaam dat de confrontatie met het bewezenverklaarde feit bij de benadeelde partij een hevige emotionele schok teweeg heeft gebracht die tot geestelijk letsel heeft geleid en dat de benadeelde partij hierdoor schokschade heeft geleden.
Bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schokschade houdt het hof er rekening mee dat er ook sprake is van affectieschade: pijn om het verlies van een dierbare. Deze schade is immens en niet of nauwelijks in geld uit te drukken. Daarvoor krijgt de benadeelde partij een bedrag van € 17.500,00 toegekend. Gelet hierop en kijkend naar de vergoeding die in andere zaken wordt toegekend, acht het hof voor (immateriële) schokschade een bedrag van € 20.000,00 redelijk en billijk. Het standpunt van de benadeelde partij dat bij het bepalen van de hoogte van de schokschade geen rekening mag worden gehouden met affectieschade is niet juist, zoals hiervoor al is toegelicht.
Ook het gevorderde bedrag voor de kosten die zien op het eigen risico in verband met GGZ-behandelingen zal worden toegewezen. Deze kosten zijn het gevolg van de confrontatie met het bewezenverklaarde waardoor bij de benadeelde partij een hevige emotionele schok teweeg is gebracht, hetgeen tot geestelijk letsel heeft geleid. Deze kosten worden aangemerkt als materiële schokschade.
Overige materiële schade
De benadeelde partij heeft kosten gevorderd voor veiligheidsmaatregelen en reiskosten. Het hof zal de benadeelde partij met betrekking tot deze kosten niet-ontvankelijk verklaren. Het betreft hier geen schokschade en ook geen schade die de benadeelde partij rechtstreeks heeft geleden door het strafbare feit, zodat artikel 51f lid 1 Sv niet van toepassing. Ook artikel 51f lid 2 Sv biedt geen grondslag voor voeging in het strafproces. Deze schade valt immers niet onder de in artikel 6:108 BW gelimiteerde vorderingen.
Conclusie, schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke betalingsverplichting
De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 38.222,41 toekomt, waarvan € 37.500,00 aan immateriële schade en € 722,41 aan materiële schade. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat de schade door [medeverdachte 1] wordt vergoed. De betalingsverplichting zal hoofdelijk worden opgelegd. Dit betekent dat alle (hiertoe veroordeelde) medeverdachten aansprakelijk zijn voor het gehele bedrag van de schadevergoeding. Als en voor zover de medeverdachten de benadeelde partij betalen, betekent dit dat [medeverdachte 1] in zoverre ten aanzien van de benadeelde partij van deze betalingsverplichting is bevrijd.

11.Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren met aftrek van het voorarrest.
Eis van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor medeplichtigheid aan moord en deelneming aan een criminele organisatie zal worden veroordeel tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 jaren met aftrek van het voorarrest en toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt het hof rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. [verdachte] is veranderd. In juni 2021 was hij niet meer dan een junk en maakte hij verkeerde keuzes. In de gevangenis is hij afgekickt van zijn ernstige alcohol- en drugsverslaving en is hij een ander mens geworden. Hij wil terug naar Polen en wil zich laten bijscholen om in de toekomst anderen te helpen met afkicken. Voorts wijst de verdediging erop dat [verdachte] destijds weinig anders kon doen dan het teruggeven van de wapens toen hij op 6 juli 2021 besloot dat hij niemand wilde doodschieten. Elk ander scenario zou gevaarlijk zijn geweest voor hem en zijn familie. [verdachte] erkent dat dit een egoïstische keuze is geweest, maar die keuze is wel invoelbaar. De verdediging wijst erop dat [verdachte] met het afleggen van een verklaring verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag en dat deze proceshouding strafvermindering rechtvaardigt. Tot slot merkt de verdediging op dat [verdachte] niet wist wie er gedood zou worden en maakt de verdediging melding van vergelijkbare strafzaken waar de straf een stuk lager was. Het toewijzen van de vordering tot tenuitvoerlegging vindt de verdediging niet opportuun.
Oordeel van het hof
Het hof heeft de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Op 6 juli 2021 is rond half 8 ’s avonds Peter R. de Vries neergeschoten. Negen dagen later, op 15 juli 2021 is De Vries, op 64-jarige leeftijd, aan de gevolgen van de schotverwondingen overleden. Dat heeft zeer veel media-aandacht gekregen, omdat De Vries als misdaadverslaggever nationaal en internationaal bekend was. Daarnaast was hij vanaf medio 2020 adviseur en vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo-proces.
Het hof stelt op basis van de dossierstukken vast dat De Vries vanwege deze rol als adviseur en vertrouwenspersoon van de kroongetuige is vermoord. Dat is wat de getuige 5089 letterlijk van [medeverdachte 1] te horen heeft gekregen. Van enige aanwijzing dat De Vries om een andere reden is vermoord, is niet gebleken. Het betreft dus een moord vanwege de rol die De Vries op zich had genomen. Een rol die in het criminele milieu waarin de kroongetuige zich ooit begaf, en waartegen hij getuigde, kennelijk niet wordt getolereerd. De Vries was niet het enige slachtoffer van de wraakzucht van één of meer criminelen. Eerder werden al de broer van de kroongetuige en de advocaat van de kroongetuige vermoord. In de strafzaken die daar het gevolg van waren oordeelde het gerechtshof dat het motief voor de moorden niet kon worden vastgesteld. In deze zaak ligt dat anders. De getuige 5089 heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat zijn opdrachtgever eerder de broer en advocaat van de kroongetuige heeft – naar het hof begrijpt – laten doodschieten.
Elke moord is ernstig. Elke moord levert een onvoorstelbaar verdriet op voor de nabestaanden. Maar iedere moord kent andere omstandigheden en juist die omstandigheden maken dat deze zaak zo bijzonder ernstig is. Het gaat dan niet om het feit dat het slachtoffer een bekende Nederlander was of dat er veel media aandacht was en nog steeds is, maar het gaat om wat zware criminelen kennelijk als signaal hebben willen afgeven: dat het afleggen van een verklaring als (kroon)getuige niet wordt getolereerd en dat iedereen die een (kroon)getuige bijstand verleent het risico loopt om vermoord te worden. Dat maakt dat deze moord zich niet zomaar laat vergelijken met andere moorden. Hier dringt het onderwereldgeweld zich in zijn rauwste vorm op in de samenleving. [verdachte] wordt veroordeeld voor medeplichtigheid bij deze moord. Uit het bewijs volgt niet dat hij wist wie er vermoord moest worden, laat staan waarom. Dat neemt echter niet weg dat [verdachte] mede verantwoordelijk is voor de gevolgen van deze daad. De vergelijking met de door de verdediging aangehaalde strafzaken gaat dan ook niet zomaar op.
Het was aanvankelijk de bedoeling dat [verdachte] De Vries zou doodschieten. Dat ging echter niet door, omdat De Vries die dag niet te gast was bij RTL Boulevard. [verdachte] wilde dat uiteindelijk ook niet meer. Het was hem blijkens de door hem verstuurde berichten kennelijk te gevaarlijk; de pakkans in het centrum van Amsterdam te groot. Volgens [verdachte] was er minstens een geluiddemper nodig. De verklaring van [verdachte] dat hij het ontbreken van een geluiddemper alleen maar heeft opgevoerd als excuus om de liquidatie niet te hoeven plegen, wat hij vanaf het eerste moment al niet wilde, acht het hof niet zonder meer geloofwaardig. Voor de strafmaat maakt dat overigens weinig verschil. [verdachte] heeft immers de wapens en Google Pixel telefoon een dag later afgegeven, wetende dat deze alsnog gebruikt zouden worden bij de moord op De Vries. De stelling van de verdediging dat [verdachte] niet anders kon handelen en in deze situatie ook niet van hem verwacht kon worden dat hij (bijvoorbeeld) de politie zou waarschuwen, deelt het hof niet.
Het handelen van [verdachte] heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat de uiteindelijke daders het slachtoffer zijn leven hebben ontnomen. En dus ook aan het onherstelbare en onbeschrijflijke leed en verdriet dat is toegebracht aan zijn nabestaanden, familie en vrienden. Uit de slachtofferverklaringen van Kelly en Royce de Vries, van hun moeder, mevrouw De Vries-Schuitemaker, en van [benadeelde partij] blijkt indringend welk verdriet het plotselinge en gewelddadige verlies heeft veroorzaakt bij de nabestaanden.
Waar het hof in het voordeel van de verdachte wel rekening mee houdt is dat hij in elk geval heeft verklaard over zijn eigen aandeel en dat hij dit aandeel niet zo klein mogelijk heeft proberen te maken. Daarmee heeft de verdachte in elke geval enige mate van verantwoordelijkheid getoond. Daar staat tegenover dat [verdachte] deze verklaring pas in hoger beroep heeft afgelegd. Het heeft de politie dus niet geholpen bij het opsporinsonderzoek naar zijn eigen handelen of het handelen van één of meer andere daders. Bovendien heeft [verdachte] in de kern genomen niet heel veel meer verklaard dan al uit het bewijs bleek. Het strafmatigende effect van de verklaring van de verdachte is in dit geval daarom beperkt.
Het hof heeft ook acht geslagen op het recente strafblad van [verdachte] . De eerdere veroordeling die daarop staan, geven geen aanleiding daarmee in strafverzwarende zin rekening te houden.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf niet afzonderlijk betekenis toegekend aan het wapenbezit. Er is weliswaar juridisch geen sprake van eendaadse samenloop, maar het wapenbezit hangt in dit geval zo nauw samen met het in hoofdzaak verweten handelen van de verdachte – de medeplichtigheid aan de moord door het verstrekken van deze wapens – dat een extra straf hiervoor niet nodig is.
Het hof is nagegaan of de procedure bij de rechtbank en de procedure in hoger beroep bij het hof heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. De verdachte bevond zich in voorlopige hechtenis. In dat geval geldt normaal als uitgangspunt dat de strafzaak moet zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn is gestart, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In deze zijn dergelijke bijzondere omstandigheden aanwezig. Van belang is dat het gaat om een omvangrijk onderzoek waarin uiteindelijk negen verdachten gelijktijdig zijn gedagvaard. De rechter-commissaris heeft op verzoek van de verdediging getuigen gehoord, tijdens het onderzoek ter terechtzitting hebben meerdere onderzoekshandelingen plaatsgevonden, alle procesdeelnemers hebben tijd nodig gehad om kennis te nemen van de dossierstukken, is de planning van de terechtzitting afhankelijk geweest van meerdere agenda’s en hebben de rechtbank en het hof langere tijd nodig voor beraadslaging en het gereedmaken van einduitspraken die moeten voldoen aan juridische eisen uit de wet en jurisprudentie. Het hof is van oordeel dat onder al deze omstandigheden een termijn van twee jaren per gerechtelijke instantie redelijk is.
In de zaak van de verdachte is de redelijke termijn in eerste aanleg is aangevangen op 12 oktober 2022 omdat de verdachte op die datum in verzekering is gesteld. De verdachte kon daaraan in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem strafvervolging zou worden ingesteld. Op 12 juni 2024 heeft de rechtbank vonnis gewezen, dit is dus binnen de redelijke termijn. Ook de procedure bij het hof is binnen twee jaar afgerond. De verdediging heeft overigens geen beroep gedaan op schending van de redelijke termijn.
Het voorgaande leidt ertoe dat het hof voor de rol van [verdachte] als medeplichtige bij de moord op De Vries een gevangenisstraf van 10 jaar passend en geboden acht.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

12.Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 6 augustus 2020 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

13.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 48, 55, 57, 63 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

14.BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover het aan het oordeel van het hof is onderworpen, en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 38.222,41 (achtendertigduizend tweehonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent)bestaande uit
€ 722,41 (zevenhonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent)materiële schade en
€ 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro)immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 38.222,41 (achtendertigduizend tweehonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent) bestaande uit € 722,41 (zevenhonderdtweeëntwintig euro en eenenveertig cent) materiële schade en € 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 226 (tweehonderdzesentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 januari 2023
en van de immateriële schade op 6 juli 2021.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 6 augustus 2020 met parketnummer 09-201023-20 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 december 2025.