ECLI:NL:GHAMS:2025:3335

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
23-001437-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van deelname aan een criminele organisatie in de zaak rondom de moord op Peter R. de Vries

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte, die was vrijgesproken door de rechtbank Amsterdam van deelname aan een criminele organisatie. De zaak betreft de moord op Peter R. de Vries, die op 6 juli 2021 werd neergeschoten. Het hof heeft vastgesteld dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte daadwerkelijk heeft deelgenomen aan het criminele samenwerkingsverband. De verdachte was betrokken bij gesprekken en activiteiten van medeverdachten, maar het hof kon niet vaststellen dat hij een aandeel had in de gedragingen die verband hielden met het oogmerk van de organisatie. De rechtbank had eerder de verdachte vrijgesproken, en het hof heeft deze vrijspraak bevestigd. De vordering van de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard, en de verdachte krijgt zijn in beslag genomen telefoon terug. Het hof heeft de vordering van het openbaar ministerie tot gevangenneming van de verdachte afgewezen, en het vonnis van de rechtbank is vernietigd om praktische redenen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001437-24
datum uitspraak: 11 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer 71-155054-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
adres: [adres 1] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 en 24 oktober 2024, 6, 7, 8, 9, 28 en 30 oktober 2025 en 11 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw en de advocaten van de benadeelde partij en de spreekgerechtigde nabestaanden naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is bij de rechtbank en in hoger beroep gewijzigd. Na deze wijzigingen is aan de verdachte (samengevat) tenlastegelegd dat:
primair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk);
subsidiair
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 in Nederland heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] en/of met een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, te weten moord (met een terroristisch oogmerk), (zware) mishandeling met voorbedachten rade, heling en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (begaan met een terroristisch oogmerk).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I van dit arrest en geldt als hier ingevoegd.

3.Onderzoeken Iraklia en Hendon

Op 6 juli 2021 werd Peter R. de Vries neergeschoten in het centrum van Amsterdam. Op 15 juli 2021 overleed hij aan zijn verwondingen.
Binnen een uur na de moordaanslag werden de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] aangehouden. Het opsporingsonderzoek naar hun betrokkenheid betreft het onderzoek Iraklia. Niet veel later is ook een onderzoek gestart naar mogelijk andere betrokkenen. Dat betreft het onderzoek Hendon. Naar aanleiding van dat onderzoek zijn op een veel later moment de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 3] aangehouden.
De rechtbank heeft uiteindelijk – nadat het onderzoek ter terechtzitting tegen de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] bijna was afgerond – de zaken tegen alle verdachten tegelijkertijd behandeld. De strafzaken tegen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] hebbend daardoor wel extra lang geduurd. De rechtbank heeft de dossiers samengevoegd en ook processen-verbaal van de zittingen van de rechtbank over en weer gevoegd in de zaken tegen de verschillende verdachten. Het hof heeft dus de beschikking over één dossier. Op grond daarvan verwijt het openbaar ministerie de verdachten op verschillende manieren betrokken te zijn geweest bij de moord op De Vries en/of deelneming aan een criminele organisatie.
De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken.
In hoger beroep heeft het openbaar ministerie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het plegen van zware geweldsmisdrijven, waaronder moord.
Het hof zal de vraag moeten beantwoorden of de verdachte daarvoor moet worden veroordeeld.
Voor de leesbaarheid worden de verdachte en de medeverdachten (ook) met naam genoemd.

4.Beoordeling van het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie
Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Er werd samengewerkt en er is communicatie geweest tussen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] enerzijds en [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [verdachte] anderzijds. [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 6] werden aangestuurd en gefacilieerd door [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] . Uit het beschikbare bewijs blijkt dat de verdachte was belast met de voorbereiding van een moord op De Vries. Na de moord heeft [verdachte] een adviserende rol vervuld richting [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Hij adviseerde hen om hun telefoons weg te gooien, binnen te blijven en vertelt wat zij moeten zeggen als de politie langs zou komen.
Ook gaat het openbaar ministerie ervan uit dat [verdachte] betrokken is geweest bij de zoektocht naar [persoon 1] .
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft naar voren gebracht dat uit het beschikbare bewijs niet blijkt dat er een samenwerkingsverband is geweest met een zekere duurzaamheid en structuur. Er was geen sprake van een zichtbare onderlinge verdeling van werkzaamheden en afstemming van activiteiten voor een gemeenschappelijk doel. Er is geen bewijs dat er een verband bestond tussen de groep Poolse verdachten en de groep Antilliaanse verdachten. Bovendien blijkt niet uit het bewijs dat de verdachte deelnemer is geweest van zo’n samenwerkingsverband.
De verdachte heeft wel een aantal gesprekken gevoerd, deze gesprekken kunnen echter ook anders worden opgevat dan het openbaar ministerie heeft gedaan. Er is ook geen bewijs dat de verdachte op de één of andere manier betrokken is geweest bij de zoektocht naar [persoon 1] (mei 2021) of naar de persoon met de (bij)naam [bijnaam] (augustus 2021) om hun geweld aan te doen.
Als er al iets uit de dossierstukken zou blijken over een rol van de verdachte dan gaat het om een korte periode waarin de verdachte een erg gering aandeel heeft gehad.
Juridisch kader
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Voor de beoordeling of een verdachte heeft deelgenomen aan een zogenoemde criminele organisatie gebruikt de rechter de volgende criteria (voor zover in deze strafzaak van belang).
Een ‘organisatie’ als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.
Voor het bewijs van die ‘deelneming’ is nodig dat komt vast te staan dat de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen – of gedragingen ondersteunt – die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt, of bekend is, met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie. Ook is niet vereist dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor het bewijs gaat het erom dat de organisatie het ‘oogmerk’ heeft tot het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat er daadwerkelijk misdrijven zijn gepleegd. Het oogmerk, of het doel, van de organisatie hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit het bewijs blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Oordeel van het hof
Op grond van de inhoud van het dossier en wat ter terechtzitting is besproken stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast die voor de beoordeling van de beschuldiging relevant zijn.
Verblijfplaats en vervoer
Vanaf 10 mei 2021 stralen de telefoons van [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] masten aan in [plaats] .
Op 17 mei 2021 stuurt [medeverdachte 8] naar [medeverdachte 3] een Google-mapslocatie gevolgd door een bericht dat daar de auto’s heen moeten. De locatie is het adres [adres 2] te [plaats] . [medeverdachte 3] vraagt hoe de auto’s daar kunnen staan terwijl waar de klus moet plaatsvinden daar meer dan drie uur vandaan is. Op 24 mei 2021 peilt de telefoon van [medeverdachte 3] uit op [adres 2] te [plaats] .
Op 28 mei 2021 komt de politie op het adres [adres 3] te [plaats] wegens geluidsoverlast. In de woning worden [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] aangetroffen. [verdachte] wordt aangehouden in verband met een openstaande gevangenisstraf van 144 dagen.
[medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] maakten op 6 juli 2021, de dag van de moord op De Vries, gebruik van een Peugeot 206 met [kenteken] . Deze auto stond van 19 mei 2021 tot en met 22 juni 2021 op naam van een neef van [medeverdachte 3] . Deze neef bedankt [medeverdachte 3] op 20 mei 2021 voor deze auto. Het is dus [medeverdachte 3] die deze auto heeft geregeld. Op 17 juni 2021 stuurt [medeverdachte 3] diverse foto's naar [medeverdachte 8] van de Peugeot met [kenteken] . Op 18 juni 2021 heeft [medeverdachte 4] een telefoongesprek met [verdachte] waarin hij zegt dat hij 'die bro' gister heeft gesproken en dat die auto geregeld is. Vanaf 22 juni 2021 staat deze auto op naam van [persoon 2] , de vriendin van [medeverdachte 3] . In de telefoon van [medeverdachte 3] zijn afbeeldingen aangetroffen die te maken hebben met een boete voor een snelheidsovertreding die met dit voertuig is gemaakt op 06 juli 2021 om 17:38 uur.
Uit dit beschikbare bewijs volgt dus dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] samen met [verdachte] in [plaats] verblijven totdat hij op 29 mei 2021 werd aangehouden. De auto die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] gebruiken bij onder andere de voorverkenningen voor een voorgenomen moord op De Vries, is geregeld door [medeverdachte 3] . Het is ook [medeverdachte 3] die deze auto in [plaats] heeft neergezet. [medeverdachte 3] heeft dat gedaan op verzoek van [medeverdachte 8] .
Op 3 juni 2021 vindt tussen [medeverdachte 8] en [medeverdachte 3] een chatgesprek plaats over geld voor het huren van een huis, dit geld moet op een pasje worden gezet. Van 5 juni 2021 tot en met 14 juni 2021 verblijven [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in het [hotel] in Amsterdam. Het hotel blijkt te zijn geboekt door [persoon 3] . Op 4 juni 2021 ontvangt [persoon 3] afbeeldingen van het paspoort van [medeverdachte 5] en van [medeverdachte 4] . Op de telefoon van [persoon 3] is ook een afbeelding aangetroffen van een boeking, via [website] , van [hotel] van 5 juni 2021 tot en met 10 juni 2021. Deze afbeelding wordt op 4 juni 2021 doorgestuurd.
Op 10 juni 2021 stuurt [medeverdachte 8] een spraakbericht aan [medeverdachte 3] waarin hij zegt dat de mannen uit het hotel moeten. [medeverdachte 8] vertelt dat hij moet kijken naar iemand om geld te sturen zodat ze nog een dag kunnen betalen. [medeverdachte 3] reageert daarop dat hij de mensen heeft aangesproken om geld te halen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] hebben hun verblijf in het [hotel] verlengd. Dit is ter plaatse in het hotel geregeld en heeft geresulteerd in een verlengd verblijf van 10 tot en met 13 juni 2021.
Op 13 juni 2021 vraagt [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 3] of hij het hotel voor die mannen kan betalen en of hij iemand heeft die snel € 250,- kan storten. [medeverdachte 8] stuurt vervolgens betaalverzoeken aan [medeverdachte 3] . Een tweede verlenging van het verblijf van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] is weer via [website] aangevraagd voor één extra nacht van 13 juni 2021 op 14 juni 2021.
[persoon 3] verricht op 4 juni 2021 en 13 juni 2021 betalingen aan [website] . Voordat [persoon 3] op 13 juni 2021 deze betaling aan [website] verricht, ontvangt hij geldbedragen via de bankrekening op naam van [persoon 4] . [persoon 5] , een ex van [medeverdachte 8] , heeft verklaard dat zij feitelijk die bankrekening gebruikt en dat zij dat doet voor [medeverdachte 8] .
In een telefoongesprek met [verdachte] vertellen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op 18 juni 2021 dat zij in Rotterdam in een studio verblijven. [verdachte] merkt op dat ze hen weer (in een klote zooi) hebben ondergebracht. [medeverdachte 5] bevestigd dat; het is een studio waarbij de keuken en de badkamer gedeeld moeten worden.
Uit deze feiten en omstandigheden volgt dat de woonruimte voor [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] door anderen is geregeld. [medeverdachte 8] zet zich ervoor in dat daarvoor geld beschikbaar wordt gesteld. [persoon 3] wordt ingezet voor het boeken en betalen van het hotelverblijf. Als het hotelverblijf moet worden verlengd, verzoekt [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 3] om te zorgen dat dit betaald kan worden. Tot zijn aanhouding verbleef [verdachte] samen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] .
Zware mishandeling [persoon 1]
In de nacht van 2 op 3 mei 2021 heeft er communicatie plaatsgevonden tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Uit die communicatie blijkt dat [medeverdachte 5] met een ander of anderen op zoek was naar [persoon 1] . [persoon 1] moet eerst buiten bewustzijn worden geslagen en vervolgens door zijn knie, hand en elleboog worden geschoten. [medeverdachte 3] geeft daarvoor meerdere aanwijzingen die hij op zijn beurt ontvangt van een persoon die blijkens de chat ‘ [chatnaam] ’ wordt genoemd. Ten behoeve van de uitvoering van deze opdracht was al een auto klaargezet. Als [medeverdachte 5] en deze ander(en) het slachtoffer niet zouden aantreffen, dan moest deze auto veilig geparkeerd worden. Ook was er voor dat geval vervoer georganiseerd naar huis, de volgende dag konden zij dan weer worden opgehaald. Er waren ook ‘yzers’ geregeld die in de bosjes achterelaten moesten worden als [persoon 1] niet gevonden werd. Het hof begrijpt de term ‘yzers’ als ‘vuurwapens’, mede gelet op de inhoud van de opdracht om het slachtoffer door de knie, hand en elleboog te vuren.
Het openbaar ministerie heeft gesteld dat ook [verdachte] betrokken was bij het plan om [persoon 1] te mishandelen. Uit de dossierstukken volgt namelijk dat de telefoon van [verdachte] eerder op de avond van 2 mei 2021 zich op dezelfde locatie bevond als de telefoons van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] , voordat deze worden uitgezet. Verder is volgens het openbaar ministerie van belang dat uit het beschikbare bewijs blijkt dat [medeverdachte 5] met twee anderen onderweg was. Het hof vindt dat te weinig bewijs. Op grond van deze feiten kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat ook [verdachte] betrokken was bij de zoektocht naar [persoon 1] om hem zwaar te mishandelen. Het dossier biedt nog wel een aanwijzing dat [verdachte] op de vroege ochtend van 4 mei 2021 samen met [medeverdachte 5] was. Die aanwijzing is echter onvoldoende om vast te stellen dat [verdachte] een nacht eerder samen met [medeverdachte 5] op zoek was naar [persoon 1] .
Gebeurtenissen voorafgaand aan de moord op De Vries
Juni 2021 – aanwezigheid [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in de omgeving van RTL Boulevard
De telefoon van [medeverdachte 5] straalt op 9 juni 2021 tussen 17:53 uur en 20:57 uur een zendmast aan die dekking geeft aan de omgeving van de studio van RTL Boulevard in Amsterdam. De telefoon van [medeverdachte 4] straalt om 20:56 uur dezelfde zendmast aan.
Op 11 juni 2021 voert [verdachte] vanuit de gevangenis een gesprek met [medeverdachte 5] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[verdachte] : wat gaan jullie doen gaan jullie beginnen met werken?
[medeverdachte 5] : jaah we zijn gaan zitten kijken, maar we hadden je nodig maar jaah
Op 11 juni 2021 is [medeverdachte 6] samen met [persoon 6] (een ander dan de verdachte [medeverdachte 5] ) en [persoon 7] in Amsterdam. Zij bezoeken om 9:58 uur de McDonalds op de Leidsestraat in Amsterdam. Om 20:29 uur vertrekken zij bij de McDonalds.
1 juli 2021 – aanwezigheid [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in omgeving RTL Boulevard
Op camerabeelden van 1 juli 2021 is te zien dat [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] om 19:33 uur door de Leidsestraat lopen. Zij lopen langs de McDonalds op de kruising Leidsestraat en de Lange Leidsedwarsstraat, in de richting van het Leidseplein. Om 19:47 uur lopen zij langs de ingang van parkeergarage De Hoofdstad. Zij kijken tijdens het voorbijlopen alle drie bij de parkeergarage naar binnen.
Twee minuten later, om 19:49 uur, voert [verdachte] vanuit de gevangenis een telefoongesprek met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt het volgende gezegd:
[verdachte] : waar zijn jullie mee bezig. Met kijken naar werk?
[medeverdachte 4] : we zijn hier... “observation”
[verdachte] : “observation”
[medeverdachte 5] : ja, “observation” voor “celebration” om te kunnen blijven kloten
[verdachte] : het is zo meteen zover,..... een maand is al voorbij
(…)
[medeverdachte 5] : Men zegt dat hij je niks geeft van zíjn budget
[verdachte] : Men. zegt dat hij mij niks geeft van de budget?
(…)
[verdachte] : Hebben jullie al iets te doen gekregen?
[medeverdachte 5] : hoor je niet dat we op “observation voor celebration” zijn
[verdachte] : een andere of hetzelfde?
[medeverdachte 5] : op hetzelfde nog steeds
(…)
[verdachte] : jullie beide zelf ?
[medeverdachte 5] : jaah daarom als je terug bent dan moeten we iets hebben dat jij ook van partij bent ... dat is het,.
[medeverdachte 5] : jaah want als je naar buiten komt en er is niks dan moeten we weer gaan
zitten wachten, dit en dat
(...)
[medeverdachte 5] : hahah je had er moeten zijn zodat je in "drive"zou vallen,.. dan was je al in drive,..
[medeverdachte 5] : we moeten gaan zitten wachten om te kijken wie nog meer,..om weer door te gaan ,.. dan ben je in,...budget
[verdachte] : dat gaat snel snel het is zo voorbij
[medeverdachte 5] : jaah zo meteen
[verdachte] : broer klote,..
[medeverdachte 5] : jaah jij heb het verpest ,.. eigenlijk had "celebration"al voorbij moeten zijn,..maar jij heb het verpest,...
(…)
[medeverdachte 5] : jaah , nu krijgt iemand anders je budget
[verdachte] : WAT?
[medeverdachte 5] : jaah iemand anders heeft je budget gekregen,., daarom zeg ik jou, wanneer je terug bent moeten we kijken wat er nog meer is zodat je er weer in kan vallen [mee kan doen]
[verdachte] : jaah , maar het ding moet wel hetzelfde zijn
[medeverdachte 5] : de budget zal misschien niet hetzelfde zijn
Vervolgens is in het gesprek te horen dat [medeverdachte 4] op de achtergrond een ander telefoongesprek voert met een onbekende man, waarbij de telefoon op speaker staat. Het volgende wordt gezegd:
[medeverdachte 4] : ja, we hebben gezien wat je net gestuurd hebt.. die man is niet hier in de buurt toch?
Onbekende man: Nee, hij is niet hier in de buurt. Maandag en dinsdag...
1 juli 2021 was een donderdag. De maandag en dinsdag daaropvolgend was het 5 en 6 juli 2021.
Kort na dit telefoongesprek belt [verdachte] met zijn vriendin. [verdachte] vertelt haar dat hij geïrriteerd is omdat hij iets groots is kwijtgeraakt, qua werk.
Op 1 juli 2021 om 22:21 uur zijn in de telefoon van [medeverdachte 6] de zoektermen ingevoerd ‘wat speelt tussen peter r en kroongetuige nabil b’ en om 22:27 uur ‘peter r de vries beveiliging’.
In de telefoon van [medeverdachte 6] zijn op 2 en 3 juli 2021 de volgende zoektermen ingevoerd:
2 juli 2021 om 07:42 uur rtl boulevard adres
2 juli 2021 om 08:25 uur Leidseplein Amsterdam
2 juli 2021 om 08:26 uur Mcdonald's Amsterdam Leidsestraat
2 juli 2021 om 14:08 uur rtl boulevard peter r de vries
3 juli 2021 om 11:51 uur mcdonalds leidsestraat
3 juli 2021 om 12:07 uur parking de hoofdstad ingang en uitgangspunt
5 juli 2021 om 16:31 uur hoe laat begint boulevard
[medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] rijden op 5 juli 2021 naar Amsterdam
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] volgt dat zij in de middag van 5 juli 2021 in Rotterdam zijn. Om 17:00 uur is er een ANPR-registratie van de Peugeot 206 met [kenteken] op de [adres 4] in Rotterdam. Deze auto werd gebruikt door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . Het nummer van [medeverdachte 5] bevindt zich vervolgens om 18:38 uur in Tilburg, de woonplaats van [medeverdachte 6] .
Uit de ANPR-registraties volgt dat de Peugeot 206 om 19:19 uur over de A2 rijdt bij Vianen in de richting van Amsterdam. Vervolgens is de auto rond 20:00 uur in het centrum van Amsterdam en om 20:39 uur wordt de auto op de A1 bij Hoevelaken geregistreerd. Het telefoonnummer van [medeverdachte 6] straalt tussen 19:49 uur en 20:16 uur een zendmast aan in Amsterdam.
In de telefoon van [medeverdachte 6] zijn de volgende zoektermen ingevoerd:
5 juli 2021 om 15:40 uur Rotterdam tilburg
5 juli 2021 om 15:40 uur Apeldoorn
5 juli 2021 om 15:52 uur Amsterdam naar Apeldoorn
5 juli 2021 om 16:31 uur hoe laat begint rtl boulevard
5 juli 2021 om 19:44 uur mac leidseplein amsterdam
5 juli 2021 om 20:14 uur rtl boulevard gemist
5 juli 2021 om 21:33 uur broer nabil b geliquideerd
Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op 5 juli 2021 met de Peugeot 206 vanuit Rotterdam naar Tilburg zijn gereden om [medeverdachte 6] op te halen. Zij zijn met zijn drieën naar Amsterdam gereden. Zij waren gedurende ongeveer een half uur in het centrum van Amsterdam.
[medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] zijn op 6 juli 2021 ook in Amsterdam en filmen het slachtoffer
Op 6 juli 2021 om 16:49 uur, wordt de Peugeot 206 met [kenteken] geregistreerd op de [adres 5] . Vervolgens rijdt de Peugeot 206, om 16:50 uur door de Maastunnel. Om 16:54 uur wordt de auto op de Erasmusbrug geregistreerd. De Peugeot 206 rijdt vervolgens naar Amsterdam.
Op 6 juli 2021 om 16:34 uur voert [verdachte] een telefoongesprek met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[verdachte] : jaah wat doen jullie
[medeverdachte 5] : we zijn op een rustig hier nog steeds op werk
[verdachte] : nog steeds op werk
[medeverdachte 5] : ach jaah
[verdachte] : zitten jullie in de regen?
[medeverdachte 5] : nee we zitten in de auto
Op camerabeelden is te zien dat de Peugeot 206 met [kenteken] om 18:27 uur parkeert op de Prinsengracht in Amsterdam. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] stappen uit. Zij lopen over de Prinsengracht in de richting van de Leidsestraat. Zij komen om 18:33 uur aan bij eerdergenoemde McDonalds. [medeverdachte 4] gaat naar binnen, gevolgd door [medeverdachte 5] . [medeverdachte 4] lijkt naar iets te wijzen in de McDonalds. [medeverdachte 4] loopt naar buiten en loopt ongeveer tien meter de Lange Leidsedwarsstraat in en kijkt bij de McDonalds door het raam naar binnen. Vervolgens kijkt hij in de richting van de achteruitgang van de RTL Boulevard-studio en loopt terug naar de ingang van de McDonalds en gaat naar binnen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] bestellen eten. Om 18:40 uur gaan zij met hun eten aan een tafeltje zitten rechts achterin, aan het raam. Vanaf die plek hebben zij zicht op de achteruitgang van de studio van RTL Boulevard. Zij blijven hier vervolgens ruim drie kwartier zitten, tot 19:28 uur.
Kort nadat De Vries de studio verlaat, verlaten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] de McDonalds via de nooduitgang. Na het vallen van de schoten beginnen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] te rennen richting De Vries. Zij hebben beiden op dat moment een telefoon in hun hand. Kort daarna staat [medeverdachte 4] vlakbij de plek waar De Vries op de grond ligt. Een aantal meter daarachter staat [medeverdachte 5] met een telefoon in zijn rechterhand. Om 19:30 uur lopen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op de Spiegelgracht in de richting van de Prinsengracht. Om 19:41 uur lopen zij over de Prinsengracht in de richting van de Peugeot 206, waarna zij in de auto stappen en wegrijden.
Vlak na het neerschieten van Peter R. de Vries circuleren er op het internet en sociale media meerdere filmpjes waarop te zien was dat Peter R. de Vries neergeschoten op de grond ligt. Eén van deze filmpjes is gemaakt door [medeverdachte 4] .
Na 6 juli 2021 – Gesprekken [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [verdachte]
In een spraakbericht van 14 juli 2021 zegt [medeverdachte 4] onder meer het volgende:
‘We gaan gewoon staan en we kijken naar de straat en zo… jaah het is gebeurd het is gebeurd.
Maar die mannen aan die kant die hebben grote domme dingen gedaan, 5 keer geluid en een in zijn hoofd. (…) Ik denk dat ze ook zijn begonnen met praten want op het nieuws staat er van alles zo van dat ze willen weten hoeveel die man betaald heeft om het te laten doen… dit en dat en ze hebben zelfs de naam van de grote man genoemd en zo’.
Op 28 juli 2021 voert [verdachte] vanuit de gevangenis een gesprek met [medeverdachte 4] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[medeverdachte 4] : jaah maar men we hebben niks met die mannen te maken … want we kennen ze niet eens die clownen.
Op 26 oktober 2021 om 18:36 uur voert [verdachte] vanuit de gevangenis een gesprek met [medeverdachte 5] . In het gesprek wordt onder meer het volgende gezegd:
[verdachte] : vergeet niet vandaag naar opsporing verzocht te kijken
[medeverdachte 5] : omdat de mannen zijn blijven zeuren daarom ben ik gegaan… anders was ik niet gegaan
[verdachte] : jullie beiden… je kan zien dat ze beiden achter de man lopen gewoon. Je ziet dat die man aan komt, terug loopt, Men komt terug lopen… filmt die man in zijn gezicht
[medeverdachte 5] : ze hebben mij verhoord en ze hebben mij van alles gevraagd.
Ze bleven vragen stellen en ze zeiden dat die man belangrijk was en ik zei: “ik ken hem niet”.
[verdachte] : daarom zeg ik je, kijken naar opsporing verzocht, ik ga ook kijken … wat ze van jullie gezet hebben was gewoon op het nieuws laten zien maar ze zijn er niet meer op terug gekomen weet je
Maar… jullie werkten samen met die mannen
[verdachte] : Maar Men heeft dom gedaan die lul en hij is ook terug komen lopen
[medeverdachte 5] : jaa, toen heeft hij gebeld… toen heeft hij gebeld
[verdachte] : toen heeft hij gebeld
[medeverdachte 5] : … gebeld en is hij dicht bij die man gegaan en heeft hij gezegd: “kijk maar”.
Op 14 januari 2022 is [medeverdachte 5] op het politiebureau verhoord. Na afloop van het verhoor wordt [medeverdachte 5] opgehaald door [persoon 8] (hierna: [persoon 8] ) en daarna vindt er een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 5] , [persoon 8] en [persoon 9] . Het gesprek is middels OVC-techniek opgenomen en onder meer het volgende wordt gezegd:
[medeverdachte 5] : eigenlijk,.. kijk,.. ze weten het niet! Dat is het,... hahaah dat is de ding. Want [persoon 10] heeft 3 mensen de opdracht gegeven. En één van de mensen waarvan hij de opdracht heeft gegeven. Een van de mensen waarvan hij de opdracht aan heeft gegeven die heeft ons de opdracht gegeven om de klus te doen. Hij heeft ze gezegd om de straat in de gaten te houden, camera dit en dat etc. De straat in de gaten houden. Maar wij waren niet van plan om die dag te gaan. Maar ze zeiden: nee je moet nog één dag gaan. Want vergeet niet dat ik al twee keer ben gegaan, als ik al twee keer ben gegaan dan heb ik daar toch niks meer te zoeken.
Maar degene die ons de opdracht heeft gegeven die hebben ze daar ook in de buurt vastzitten.
[persoon 9] : dan hebben ze iedereen gepakt dan?
[medeverdachte 5] : plus een maat die daar eigenlijk had moeten zijn maar die was er niet. Kijk de mensen hebben me gestuurd. Ze weten dat ik die man ben gaan bezoeken in de PI in Leiden en alles.
[persoon 8] : want de schutters willen niet takkie... Zo zegt het nieuws. De schutters willen niet meer praten broer
[medeverdachte 5] : ze hebben me in de McDonalds aan het eten en zo. Nee, want de broer was met me aan het kijken dat de man naar buiten komt.
[persoon 9] : om wat te doen?
[medeverdachte 5] : hahah. Om hem te zien toch. Omdat de mensen geen foto wilden geven. Want ze weten wie de persoon is, maar ze willen geen foto geven zodat ik niet ga zeggen: ow jee, nee deze persoon niet snap je? Want ze wilden dat we dat ding zouden doen.
[persoon 9] : zonder te weten wie het is, daarom zijn jullie je in een situatie terecht gekomen. Dat jullie niet weten wie jullie moeten gaan vermoorden.
[medeverdachte 5] : jaah dat was de ding
[persoon 9] : ze laten jullie daar iemand gaan vermoorden zonder dat jullie weten hoe en wat en wie het is.
[persoon 8] : en een journalist ook bro
[medeverdachte 5] : want toen ze de prijs noemde zei ik oké een mooi bedrag
[persoon 8] is op 18 oktober 2023 bij de rechter-commissaris als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat het OVC-gesprek van 14 januari 2022 gaat over Peter R. de Vries en dat [medeverdachte 5] heeft verteld dat hij ervan wordt verdacht dat hij op de uitkijk heeft gestaan.
Organisatie
Het hof is tot de vaststelling gekomen dat de moord op De Vries op 6 juli 2021 is gepleegd door de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] . Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] wisten dat De Vries op 6 juli neergeschoten zou worden. Het hof heeft evenmin kunnen vaststellen dat de medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] voorafgaand of bij die moord behulpzaam zijn geweest.
Uit het beschikbare bewijs blijkt wel dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] voorverkenningen hebben uitgevoerd voor een moord op De Vries. Dat blijkt uit wat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] in afgeluisterde gesprekken over hun ‘werkzaamheden’ hebben gezegd. En dat blijkt uit de aanwezigheid van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] in Amsterdam op 1 juli 2021. Zij hadden op die dag bijzondere belangstelling voor parkeergarage de Hoofdstad, de garage waar De Vries zijn voertuig parkeerde. In een afgeluisterd gesprek met [verdachte] zeggen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op het moment dat ze bij de parkeergarage zijn dat ze met een ‘observation’ bezig zijn. In de telefoon van [medeverdachte 6] zijn ook zoektermen aangetroffen, onder meer ingevoerd op 1 juli 2021, die in verband kunnen worden gebracht met De Vries en zijn rol als adviseur en vertrouwenspersoon van de kroongetuige in het Marengo proces.
Verder blijkt uit de dossierstukken dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] een voorverkenning hebben uitgevoerd voor een geweldsklus richting een persoon met de (bij)naam [bijnaam] . Daarnaast is [medeverdachte 5] bezig geweest met een geweldsklus richting [persoon 1] die zwaar mishandeld moest worden.
Op grond van het beschikbare bewijs kan worden vastgesteld dat er een samenwerkingsverband was met (gelet op de tijdspanne) een zekere duurzaamheid en (gelet op de te onderscheiden handelingen die kunnen worden onderverdeeld in ondersteunend, aansturend en uitvoerend) structuur en ook dat deze organisatie het oogmerk had tot het plegen van zware geweldsmisdrijven, zoals zware mishandeling (met voorbedachten rade) en moord.
Deelneming
[verdachte] verbleef tot zijn aanhouding op 28 mei 2021 samen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in [plaats] . [verdachte] had in de daarop volgende periode moeten meedoen met de werkzaamheden ten behoeve van een moordaanslag op De Vries, maar dit is niet doorgegaan doordat hij vast is komen te zitten. Als [verdachte] op 1 juli 2021 hoort dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op ‘observation’ zijn, gaat [verdachte] er niet zonder meer vanuit dat het gaat om de observatie van De Vries, hij vraagt namelijk of zij bezig zijn met ‘een andere of hetzelfde’. [verdachte] gaat er dus vanuit dat er vaker een observatieklus wordt uitgevoerd. Dit wijst erop dat de werkzaamheden van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] niet eenmalig waren, maar dat zij vaker dit soort werkzaamheden verrichten. [medeverdachte 5] vertelt [verdachte] dat het gaat om ‘hetzelfde’, waarna [verdachte] teleurgesteld reageert als hij te horen krijgt dat zijn budget naar een ander zal gaan. [verdachte] bespreekt vervolgens met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] om ander werk te regelen voor wanneer hij weer vrij zou zijn, een zelfde soort klus: ‘hetzelfde’. Duidelijk is dus dat [verdachte] na zijn detentie mee wilde doen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] .
Het hof kan echter niet vaststellen dat de verdachte op enig moment daadwerkelijk aan het samenwerkingsverband heeft deelgenomen. Uit het bewijs volgt niet dat [verdachte] een aandeel heeft gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Met andere woorden: dat hij echt iets voor het samenwerkingsverband heeft gedaan. Hoewel duidelijk is geworden dat het de bedoeling was dat [verdachte] mee zou doen bij de voorbereiding van een moord op De Vries, is het niet zover gekomen. Het enkele plan om mee te gaan doen, is niet strafbaar.
Ook is onvoldoende gebleken dat de verdachte de gedragingen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] − die rechtstreeks verband hielden met het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie − heeft ondersteund.
Uit de beschikbare dossierstukken blijkt nog wel dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] konden beschikken over bankrekeningen van de verdachte, maar niet dat dat de verdachte daarmee de gedragingen van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] voor de organisatie heeft ondersteund. Ook vindt het hof niet van doorslaggevend belang dat de verdachte met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] heeft gesproken over het weggooien van telefoons. Dit is immers evenmin een gedraging die strekt tot of rechtstreeks verband houdt met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
Het hof is, gelet op al het voorgaande, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Het hof zal de verdachte daarom vrijspreken.

5.Benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich bij de rechtbank in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 64.394,52. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en de oorspronkelijke vordering verminderd met € 5.000,00, door de post ‘toekomstige medische kosten/eigen risico’ niet langer te handhaven. De vordering tot schadevergoeding bedraagt in hoger beroep in totaal € 59.394,52 en bestaat uit de volgende posten:
-
immateriële schade (totaal)€ 57.500,00
a) affectieschade € 17.500,00
b) schokschade € 40.000,00
-
materiële schade (totaal)€ 1.894,52
a) kosten veiligheidsmaatregelen € 358,00
b) reiskosten € 814,11
c) eigen risico in verband met GGZ € 722,41
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen. De affectieschade is toegewezen tot een bedrag van € 17.500,00 en de schokschade tot een bedrag van € 20.000,00. De kostenpost ‘eigen risico in verband met GGZ’ van € 722,41 is volledig toegewezen als materiële schokschade. Voor het overige heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 58.222,41. De posten ‘kosten veiligheidsmaatregelen’ en ‘reiskosten’ komen niet voor toewijzing in aanmerking, maar de overige posten kunnen volgens de advocaat-generaal geheel worden toegewezen.
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij.
[verdachte] wordt vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen en wordt niet-ontvankelijk verklaard.

6.Beslag

Onder [verdachte] is het volgende voorwerp in beslag genomen en niet teruggegeven:
Samsung A12 (IMEI-nummer 355765357259100)
De advocaat-generaal heeft verzocht de telefoon verbeurd te verklaren.
De verdediging heeft verzocht de telefoon aan [verdachte] terug te geven.
Het hof zal de teruggave van de Samsung telefoon aan [verdachte] gelasten, omdat de telefoon aan [verdachte] toebehoort en niet is gebleken dat deze telefoon in relatie staat tot enig bewezenverklaard strafbaar feit. De verdachte wordt immers vrijgesproken.

7.Voorlopige hechtenis

Het openbaar ministerie heeft de gevangenneming van de verdachte gevorderd. Daarvoor bestaat geen aanleiding gelet op de beslissingen die het hof heeft genomen. Het hof wijst de vordering dan ook af.

8.Vonnis van de rechtbank

Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen om praktische redenen. Ook is van belang dat de tenlastelegging in hoger beroep nog is gewijzigd.

9.BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: Samsung A12 (IMEI-nummer 355765357259100).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. R.P. den Otter en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 december 2025.