ECLI:NL:GHAMS:2025:3305

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
23-002800-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep wegens afwezigheid en gebrek aan grieven

Op 2 december 2025 vond er een openbare terechtzitting plaats bij het Gerechtshof Amsterdam, waar de zaak van de verdachte werd behandeld. De verdachte, geboren in 1992, was niet verschenen op de zitting. De raadsheer, mr. S.M. Milani, stelde vast dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze was betekend en dat de raadsman van de verdachte, via een e-mailbericht op 1 december 2025, had aangegeven dat hij geen contact had gehad met de verdachte. De raadsman gaf aan dat, mocht de verdachte verschijnen, het hoger beroep zich zou richten op de strafmaat, maar dat hij zich niet gemachtigd achtte om het woord te voeren in andere gevallen. Aangezien de verdachte niet aanwezig was, beschouwde het hof de raadsman niet als gemachtigd om grieven door te geven. Hierdoor waren er geen grieven tegen het vonnis waarvan beroep bekend.

De advocaat-generaal vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. De raadsheer verklaarde het onderzoek gesloten en gaf aan terstond mondeling arrest te zullen wijzen. In het mondelinge arrest werd vastgesteld dat er door of namens de verdachte geen schriftuur met grieven was ingediend en dat er ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis waren opgegeven. Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang was dat een onderzoek van de zaak rechtvaardigde. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, op basis van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing van het hof was dat de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep, en dit werd vastgelegd in een proces-verbaal dat door de raadsheer en de griffier was ondertekend.

Uitspraak

proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 2 december 2025
parketnummers 23-002800-24 en 02-108309-23 (TUL)
datum vonnis eerste aanleg 4 december 2024
parketnummer 13-384642-24 en 02-108309-23
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op
2 december 2025.
Tegenwoordig:
mr. S.M. Milani raadsheer,
en D. Chemlali griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr C. de Ceuninck van Capelle, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]
[adres]
,
is niet verschenen.
De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.
De raadsheer deelt voorts mede dat blijkens een e-mailbericht van 1 december 2025 van de raadsman hij geen contact heeft gehad met de verdachte. In de e-mail geeft hij aan dat indien de verdachte ter terechtzitting verschijnt, het hoger beroep zich richt op de strafmaat en dat hij zich in andere gevallen niet gemachtigd acht het woord te voeren. Nu de verdachte niet is verschenen, beschouwt het hof – gelet op vorenstaande mededelingen – de raadsman niet gemachtigd om grieven door te geven. Bij die stand van zaken zijn geen grieven tegen het vonnis waarvan beroep bekend.
De raadsheer verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.