Uitspraak
2 december 2025.
Gerechtshof Amsterdam
Op 2 december 2025 hield het Gerechtshof Amsterdam een terechtzitting in hoger beroep tegen verdachte, die niet is verschenen ondanks rechtsgeldige betekening van de dagvaarding. De raadsman van verdachte gaf aan geen contact te hebben gehad met verdachte en zich niet gemachtigd te achten om grieven door te geven indien verdachte niet verschijnt.
Tijdens de zitting werden geen grieven tegen het vonnis van eerste aanleg ingebracht, noch schriftelijk noch mondeling. Het openbaar ministerie vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van enig belang bij voortzetting van de procedure.
Het hof oordeelde dat zonder grieven en zonder aanwezigheid van verdachte geen onderzoek naar de zaak kan plaatsvinden en verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en afwezigheid bij de terechtzitting.