In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 25 november 2025 een tussenbeschikking gegeven in het hoger beroep tussen [appellant 1] en [appellant 2]. Het hof heeft [appellant 1] de gelegenheid geboden om op de voet van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) nadere stukken in het geding te brengen. Dit volgt uit een eerdere tussenbeschikking van 22 juli 2025, waarin het hof al had aangegeven dat er onduidelijkheid bestond over de eigendomssituatie van de aandelen van Wings Worldwide B.V. op het moment van beslaglegging op 19 december 2023.
[Appellant 1] heeft op 19 augustus 2025 een akte met nadere producties ingediend, waarop [appellant 2] op 16 september 2025 heeft gereageerd met een antwoordakte. Het hof heeft in de tussenbeschikking van 25 november 2025 aangegeven dat [appellant 1] nogmaals de kans krijgt om specifieke bescheiden over te leggen die relevant zijn voor de eigendom van de aandelen. Het hof heeft een lijst van documenten genoemd die [appellant 1] moet overleggen, waaronder een gecertificeerd uittreksel uit het aandeelhoudersregister, bewijs van dividenduitkeringen, en notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Het hof heeft de zaak aangehouden en [appellant 1] de tijd gegeven om de gevraagde stukken te overleggen, waarna [appellant 2] de gelegenheid krijgt om hierop te reageren. De deadlines voor het indienen van deze stukken zijn vastgesteld op 6 januari 2026 voor [appellant 1] en 17 februari 2026 voor [appellant 2]. De verdere beslissing is aangehouden tot na deze termijn.