Uitspraak
21 oktober 2025.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte die niet was verschenen bij de terechtzitting. De dagvaarding was rechtsgeldig betekend, maar verdachte had geen schriftelijke grieven ingediend en ook geen mondelinge bezwaren geuit tegen het vonnis van eerste aanleg.
De advocaat-generaal vorderde dat verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Het hof overwoog dat zonder grieven en zonder enig aantoonbaar belang bij verder onderzoek, de verdachte niet ontvankelijk kon worden verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof verklaarde daarop de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het arrest uit in een openbare terechtzitting op 21 oktober 2025. De zaak werd verder niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van grieven.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.