Uitspraak
4 november 2025.
nietdoor de verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.
Gerechtshof Amsterdam
Op 4 november 2025 vond er een openbare terechtzitting plaats bij het Gerechtshof Amsterdam, waar de zaak tegen een verdachte werd behandeld. De verdachte, geboren in 1998 en thans gedetineerd, was niet verschenen op de zitting. Hij had afstand gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De raadsman van de verdachte, mr. F.M.M.M. Vogels, was wel aanwezig en verklaarde dat hij door de verdachte was gemachtigd om hem te verdedigen. De raadsheer, mr. S.M. Milani, constateerde dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze was betekend en verleende verstek tegen de niet verschenen verdachte.
De advocaat-generaal, mr. C. Rijnaarts, vorderde dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. De raadsheer merkte op dat er geen schriftuur houdende grieven was ingediend door of namens de verdachte, en er waren ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang was dat een onderzoek van de zaak rechtvaardigde.
Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof sprak het arrest uit ter openbare terechtzitting en het proces-verbaal werd vastgesteld en ondertekend door de raadsheer en de griffier.