ECLI:NL:GHAMS:2025:3099
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewind en mentorschap voor betrokkene met beperkingen na verkeersongeval
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 18 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de vraag of een bewind en mentorschap voor de betrokkene noodzakelijk zijn. De betrokkene, geboren in 2000, heeft als gevolg van een verkeersongeval op 19-jarige leeftijd beperkingen opgelopen, waardoor hij dagelijkse verzorging nodig heeft. De kantonrechter had eerder op 9 december 2024 de goederen van de betrokkene onder bewind gesteld en een mentorschap ingesteld, waarbij [X] B.V. als bewindvoerder en mentor was benoemd. De betrokkene was het hier niet mee eens en verzocht om vernietiging van deze beschikkingen.
Tijdens de zitting op 24 september 2025 werd duidelijk dat de betrokkene afhankelijk is van hulp bij zijn financiën, medicatie en dagelijkse verzorging. De moeder en zus [zus 1] bieden deze zorg al jaren, maar de betrokkene betwistte de noodzaak van een professionele bewindvoerder en mentor. Het hof oordeelde dat de betrokkene, ondanks de zorg van zijn familie, niet in staat is om zijn belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zowel op vermogensrechtelijk als niet-vermogensrechtelijk gebied. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikkingen van de kantonrechter, waarbij het belang van professionele begeleiding werd benadrukt, gezien de financiële administratie van de betrokkene niet op orde was en er achterstallige betalingen waren.
Het hof wees ook het verzoek van de betrokkene af om zijn moeder als bewindvoerder en mentor te benoemen, omdat de moeder niet in staat werd geacht om de belangen van de betrokkene adequaat te behartigen. De beslissing van het hof benadrukt de noodzaak van professionele ondersteuning voor de betrokkene, die kwetsbaar is en afhankelijk van zorg.