ECLI:NL:GHAMS:2025:3075

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
23-002939-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 5 OpiumwetArt. 3a lid 5 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending gelijkheidsbeginsel in hennepteeltzaak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het telen, bereiden, verwerken en vervoeren van 66 hennepplanten. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld, maar stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

In het hoger beroep voerde de verdediging een preliminair verweer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel. Dit omdat een medeverdachte door het openbaar ministerie was geseponeerd, terwijl tegen de verdachte wel werd vervolgd.

Het hof nam dit verweer over en oordeelde dat de vervolging van de verdachte in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 31 oktober 2025. De griffier en twee rechters waren afwezig bij de ondertekening van het arrest.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002939-23
datum uitspraak: 31 oktober 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-086915-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks 1 januari 2016 tot en met 15 december 2021 te Amstelveen, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten 66 hennepplanten, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsvrouw heeft als preliminair verweer aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, nu de vervolging van de verdachte – gelet op de sepotbeslissing van het openbaar ministerie van 12 mei 2025 ten aanzien van de medeverdachte – in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De advocaat-generaal heeft de niet-ontvankelijkheidverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging gevorderd.
Het hof is met de raadsvrouw en de advocaat-generaal van oordeel dat de vervolging van de verdachte in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het hof verklaart het openbaar ministerie om die reden niet-ontvankelijk in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. M.T.C. de Vries en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 oktober 2025.
mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. C. Beuze en de griffier
zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.