ECLI:NL:GHAMS:2025:3043
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Financiële afwikkeling gemeenschappelijke woning na beëindiging samenwoning
Partijen, ex-samenwoners met twee kinderen, waren gezamenlijk eigenaar van een woning. De vrouw vorderde in hoger beroep betaling van een bedrag uit de overwaarde van de woning, onder meer wegens aflossing van een overbruggingshypotheek en andere kosten. De rechtbank had geoordeeld dat de regresvordering van de vrouw verjaard was en kende een gebruiksvergoeding toe aan de man.
De vrouw voerde vier grieven aan tegen het tussenvonnis: verjaring van haar regresvordering, afwijzing gebruiksvergoeding, afwijzing schadevergoeding wegens hogere hypotheekrente en afwijzing regresvordering inzake lening bij Defam. Het hof oordeelde dat de regresvordering is ontstaan in 2011 en verjaard is volgens artikel 3:310 BW Pro, dat de gebruiksvergoeding terecht is toegekend, dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de man onrechtmatig heeft gehandeld omtrent de hypotheekrente, en dat de regresvordering inzake Defam niet aan de orde is omdat de vrouw die niet heeft gevorderd in eerste aanleg.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis van de rechtbank, compenseerde de proceskosten in hoger beroep en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het tussenvonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af, met compensatie van de proceskosten in hoger beroep.