AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in omgangsgeschil met grootmoeder
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Amsterdam op 4 november 2025 een beschikking gegeven in hoger beroep tussen de grootmoeder en de vader van een minderjarige. Het hof benoemt een bijzondere curator ex artikel 1:250 BWPro om te onderzoeken of een omgangsregeling met de grootmoeder in het belang van de minderjarige is en om de minderjarige te vertegenwoordigen in de procedure.
De grootmoeder en de vader hebben beiden ingestemd met de benoeming van mevrouw drs. [naam] als bijzondere curator, hoewel de vader bezwaar maakte tegen enkele onderzoeksvragen. Het hof heeft de onderzoeksvragen daarop aangepast en verzocht de bijzondere curator om onder meer de relatie tussen de minderjarige en de grootmoeder te onderzoeken, de wens van de minderjarige ten aanzien van omgang te inventariseren en mogelijke belemmeringen en interventies te identificeren.
Het hof benadrukt dat de bijzondere curator vrij is het onderzoek in te richten in het belang van de minderjarige en wijst partijen op hun verplichting om aan de instructies van de bijzondere curator te voldoen. Verder is bepaald dat de advocaten van partijen de bijzondere curator van contactgegevens moeten voorzien en dat de griffie de processtukken aan haar zal verstrekken. De bijzondere curator moet uiterlijk 6 januari 2026 verslag uitbrengen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Benoeming van een bijzondere curator voor de minderjarige om onderzoek te doen naar de omgang met de grootmoeder en haar belangen te vertegenwoordigen.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.350.967/01
zaaknummer rechtbank: C/15/344027 / FA RK 23-4436
beschikking van de meervoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak van
[de grootmoeder],
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de grootmoeder,
advocaat: mr. P. Wieringa te Zaandam,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. S.N. Ziekman-Meijerink te Utrecht.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ).
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna: de raad.
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
1.1
Het hof verwijst voor het verloop van de procedure in hoger beroep naar zijn tussenbeschikking van 12 augustus 2025. In die beschikking zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van het hof om mevrouw drs. [naam] (pedagoge) te [plaats A] als bijzondere curator te benoemen en zich tevens uit te laten over de in die beschikking voorgestelde onderzoeksvragen.
1.2
Bij bericht van 18 augustus 2025 heeft de grootmoeder het hof bericht dat zij kan instemmen met de persoon van de te benoemen bijzondere curator en de geformuleerde onderzoeksvragen.
1.3
De vader heeft het hof bij bericht 1 september 2025 geïnformeerd dat hij instemt met de benoeming van mevrouw drs. [naam] als bijzondere curator. De vader heeft bezwaar gemaakt tegen een aantal van de geformuleerde onderzoeksvragen.
1.4
Bij bericht van 23 september 2025 heeft de grootmoeder (desgevraagd) op het bezwaar van de vader gereageerd.
2.De verdere beoordeling
2.1
Het hof zal overgaan tot benoeming van mevrouw drs. [naam] te [plaats A] als bijzondere curator. Niet is gebleken van inhoudelijke bezwaren tegen haar benoeming. Zoals in voornoemde tussenbeschikking is overwogen dient de bijzondere curator te onderzoeken of een omgangsregeling met de grootmoeder (op dit moment) in het belang van [minderjarige] is en, zo ja, wat nodig is om een dergelijke omgangsregeling te realiseren. Voorts zal de bijzondere curator [minderjarige] in het vervolg van deze procedure vertegenwoordigen, zodat ook haar stem goed tot zijn recht kan komen.
2.2
Naar aanleiding van het bezwaar van de vader op de onderzoeksvragen en de reactie van de grootmoeder hierop heeft het hof de tweede onderzoeksvraag aangepast. Het hof heeft in hetgeen de vader heeft aangevoerd geen, althans onvoldoende aanleiding gezien de overige vragen aan te passen.
2.3
Het hof verzoekt de bijzondere curator in het kader van de hierboven onder 2.1 omschreven taak de volgende vragen te beantwoorden:
Hoe kan de relatie tussen [minderjarige] en de grootmoeder worden omschreven?
Hoe beleeft [minderjarige] de situatie op dit moment waarin zij geen contact heeft met de grootmoeder en wat is haar wens ten aanzien van omgang met de grootmoeder? Komt deze wens overeen met hetgeen in haar belang is?
Wat zijn eventuele belemmeringen voor [minderjarige] in het (herstel van de) omgang met de grootmoeder en welke hulp of interventies zijn mogelijk/nodig om die belemmeringen weg te nemen?
Is verdere hulpverlening noodzakelijk en, zo ja, welke hulp of interventie zou passend zijn?
Indien bij [minderjarige] ruimte is voor de vaststelling van een omgangsregeling met de grootmoeder, welke frequentie en welke duur is dan passend voor het omgangsmoment?
Volgen er andere bevindingen uit het onderzoek die relevant zijn voor de te nemen beslissing over de omgang tussen de grootmoeder en [minderjarige] ?
2.4
Het hof benadrukt dat het de bijzondere curator vrij staat het onderzoek in te richten zoals haar dat in het belang van [minderjarige] juist voorkomt. Het hof wijst partijen erop dat zij de verplichting hebben aan de door de bijzondere curator in het kader van haar onderzoek te geven instructies gevolg te geven.
2.5
Het hof zal bepalen dat de advocaten van partijen de bijzondere curator van adres-, email- en telefoongegevens zullen voorzien, zodat zo spoedig mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt.
2.6
Om mevrouw de bijzondere curator in de gelegenheid te stellen op korte termijn van de zaak kennis te nemen zal de griffie van het hof een afschrift van de processtukken aan haar ter beschikking stellen.
2.7
Verder verzoekt het hof de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:250 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) in acht te nemen.
2.8
In afwachting van het verslag van de bijzondere curator wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
2.9
Dit leidt tot de volgende beslissing.
3.De beslissing
Het hof:
benoemt, alvorens verder te beslissen, met ingang van heden tot bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 BWPro over de minderjarige [minderjarige] , geboren [in] 2015 te [plaats A] :
drs. [naam] , [adres] [plaats A] ;
verzoekt de bijzondere curator uiterlijk 6 januari 2026 schriftelijk verslag uit te brengen aan het hof, onder vermelding van het zaaknummer 200.350.967/01, met afschrift daarvan aan partijen en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat (de advocaten van) partijen per ommegaande adressen, email- en telefoongegevens van de ouders aan de bijzondere curator ter kennis brengen, zodat zo spoedig als mogelijk afspraken kunnen worden gemaakt;
benoemt tot raadsheer-commissaris mr. J.M. van Baardewijk, met wie de bijzondere curator zich, indien daartoe aanleiding is, omtrent het verloop en de voortgang van haar werkzaamheden kan verstaan;
draagt de griffier van het hof op binnen één week na de datum van deze beschikking een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator ter beschikking te stellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. van Baardewijk, A.V.T. de Bie en mr. J.W. Brunt, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 4 november 2025 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.