ECLI:NL:GHAMS:2025:2959
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- F. Kleefmann
- J.M. van Baardewijk
- S. van Gestel
- Rechtspraak.nl
Huurrecht van de echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak gaat het om het huurrecht van de echtelijke woning na de echtscheiding van partijen. De rechtbank Amsterdam heeft op 25 november 2024 de echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de vrouw huurster van de woning zal zijn. De man is het hier niet mee eens en heeft op 21 februari 2025 hoger beroep ingesteld. Tijdens de zitting op 17 september 2025 heeft de man verklaard dat zijn goederen onder bewind staan en dat hij toestemming heeft van zijn bewindvoerder om de procedure te voeren. De vrouw heeft op haar beurt een verweerschrift ingediend en stelt dat zij geen andere woonmogelijkheden heeft. Het hof heeft de belangen van beide partijen afgewogen. De man, die rolstoelgebonden is en medische hulp nodig heeft, claimt dat hij meer belang heeft bij de woning. De vrouw daarentegen heeft geen andere woonmogelijkheden en is afhankelijk van haar werk. Het hof concludeert dat de vrouw meer recht heeft op de woning, omdat de man een woning in Marokko bezit en de kans groot is dat hij een aangepaste woning toegewezen krijgt. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de echtscheiding.